Genoeg geschikte vrouwen, maar de top van bedrijven halen ze nog steeds niet

Vrouwen slagen er nog steeds niet in meer bestuurlijke topfuncties te bemachtigen. Dat blijkt uit de Female Board Index, een jaarlijks onderzoek van de Tilburgse hoogleraar Mijntje Lückerath naar de samenstelling van raden van bestuur en raden van commissarissen van 87 beursgenoteerde bedrijven. Slechts 6 procent van de raden van bestuur bestaat nu uit vrouwen.

Mannen benoemen mannen

Ruim een derde van de onderzochte bedrijven heeft geen enkele vrouw in zijn bestuurstop. Er is wel een lichte groei, maar die gaat volgens Lückerath “veel te langzaam”. In de raden van commissarissen zijn vrouwen beter vertegenwoordigd. Daar is inmiddels 19,5 procent vrouw – in 2013 was dat nog 17,5 procent.

Het grote verschil komt deels doordat er voor de benoeming van commissarissen in een grotere vijver kan worden gevist. Een commissaris hoeft niet per se een ervaren bestuurder te zijn: er kan bijvoorbeeld ook worden gekozen voor een advocaat of accountant.

Dat nog altijd zo weinig vrouwen een bestuursfunctie hebben, komt volgens Lückerath door het bekende verhaal: bestuurders benoemen mensen die op hen lijken. “Mannen dus”. Pas als de mensen die selecteren diverser zijn, worden besturen dat ook. Ze verwacht nog wel een effect van de relatief grote groep vrouwelijke commissarissen: die benoemen bestuurders. Maar, zegt Lückerath, “je gaat niet in je eerste jaar als commissaris zeggen: we gaan die raad van bestuur eens lekker opschudden.”

Verplichte quota

Alleen uitgeverij Wolters Kluwer voldoet nu aan het Nederlandse streefgetal. Daar zijn drie van de in totaal acht bestuurders en commissarissen vrouw. In de Wet bestuur en toezicht is opgenomen dat per 1 januari 2016 raden van commissarissen en raden van bestuur voor 30 procent uit vrouwen moeten bestaan.

Bij Unilever werken de meeste topvrouwen (vijf van de dertien), maar zij zijn allemaal commissaris. Helemaal onderaan eindigen baggerbedrijf Boskalis en bodemonderzoeker Fugro. Bij beide bedrijven werken tien bestuurders en commissarissen, onder wie nul vrouwen.

Als het aantal vrouwelijke bestuurders in dit tempo blijft groeien, duurt het tot 2033 voor het Nederlandse streefcijfer voor vrouwelijke bestuurders is gehaald. Voor de commissarissen duurt dat tot 2022. Volgens oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet - die de commissie leidt die Wet bestuur en toezicht overziet - is de kennis van dit deel van de wet nog altijd “heel beperkt”. En wordt het bovendien “lang niet altijd serieus genomen”. Geschikte vrouwen zijn er zát, meent ze. “Er staat een hele grote groep vrouwen klaar die er zin in heeft.”

De kans is volgens Verbeet reëel dat er alsnog verplichte quota komen – met bijbehorende sancties – als de bedrijven het streefgetal niet halen. “Dat zou ik buitengewoon jammer vinden. Maar misschien is het wel onvermijdelijk.” Joanne Kellermann, bestuurder bij De Nederlandsche Bank, gelooft niet dat een quotum wél iets zou veranderen. Ze verwijst naar Noorwegen, waar een quotum geldt voor vrouwelijke commissarissen. De 40 procent werd daar keurig gehaald, maar tot meer vrouwelijke bestuurders leidde het niet. Kellermann:

“Er zijn hele groepen waar dit gewoon niet leeft. Ik heb nog geen aandeelhoudersvergadering meegemaakt waarin iemand opstond en vroeg waarom er nog geen vrouw in de raad van bestuur zat. Kennelijk vinden de mensen die erover beslissen het niet belangrijk.”