Verklaringen over Holleeder gewist

Justitie maakte opmerkelijke afspraken met kroongetuige Peter la S. en schrapte in zijn verklaringen. Morgen wordt de officier van justitie gehoord.

Deals tussen het Openbaar Ministerie met criminelen zijn omstreden, per definitie. „In het riool zwemmen geen witte zwanen”, zo vatte rechtsgeleerde en lid van de Hoge Raad Ybo Buruma dit dilemma ooit pakkend samen.

En toch gebeurt het. Criminelen die verklaringen afleggen in ruil voor strafvermindering, geld of bescherming tegen criminele vijanden, zijn volgens justitie in sommige gevallen nodig om zaken op te lossen. Soms heb je boeven nodig om andere boeven te vangen.

Maar wat mag wel en wat mag niet bij het sluiten van deals met criminelen? Mag een officier van justitie bijvoorbeeld een deal sluiten met een getuige die zelf een moord heeft gepleegd? En mogen er delen uit een verklaring van een kroongetuige worden weglaten – omdat hij bang is?

Die laatste vraag staat morgen centraal als het Amsterdamse gerechthof begint met het horen van officier van justitie Sander de Haas. Dat verhoor vindt plaats in het hoger beroep van het Passageproces, een strafzaak die draait om een serie moorden in de Amsterdamse onderwereld.

In deze zaak, ook wel het liquidatieproces genoemd, speelden de verklaringen van kroongetuige Peter la S. een cruciale rol. En delen van die verklaringen werden weggepoetst op een manier die strijdig is met de gangbare opvattingen binnen het Openbaar Ministerie.

In een informele richtlijn van het OM die stamt uit 2004 stelt een werkgroep van het OM dat door het weglaten van verklaringen over een persoon „het waarheidsgehalte” van de informatie van een getuige onder druk kan komen te staan.

Geen beste beurt voor officier van justitie De Haas, zo lijkt het. Zeker niet als blijkt wat er uit de verklaringen van Peter la S. is weggelaten.

Die teksten gaan over niemand minder dan Willem Holleeder. Hoewel de Heinekenontvoerder nooit is vervolgd voor liquidaties, wordt hij door velen binnen en buiten het Openbaar Ministerie gezien als een van de drijvende krachten achter de onderwereldmoorden die in het eerste decennium van deze eeuw werden gepleegd in Amsterdam.

Peter la S. is heel stellig over de rol van Willem Holleeder in de Amsterdamse onderwereld als hij in oktober 2006 zijn verhaal doet. „Op het moment dat ik tegen Holleeder verklaar, heb-ie levenslang. [...] Ik kan vrij belastend zijn voor hem.”

Als La S., in het milieu ook bekend als Vieze Peter, dit vertelt aan officier van justitie De Haas, zit Holleeder al negen maanden vast. De Heinekenontvoerder wordt vervolgd voor het afpersen van vastgoedbankier Willem Endstra, die in 2004 werd doodgeschoten voor zijn kantoor in Amsterdam.

Bovendien zijn in de twaalf maanden voor de verklaringen van Vieze Peter vier andere kopstukken uit de Amsterdamse onderwereld geliquideerd. Twee van de doden – Thomas van der Bijl en Kees Houtman – hebben tegenover de politie belastende verklaringen afgelegd tegen Holleeder.

Alle reden om met de verklaringen van La S. over Holleeder aan de slag te gaan. Maar dat gebeurt dus niet. Sterker nog: de verklaringen van Peter la S. over Holleeder komen pas veel later naar buiten. Hij durft niet, zo vertelt hij tegen officier van justitie Sander de Haas. „Ik heb gisteren wel gezegd, ik ga niet tegen Holleeder verklaren. [...] Dat kan ik, eh, dat kan dus niet. Omdat jullie niet de bescherming kunnen bieden.”

En dus worden de woorden van Vieze Peter over Holleeder uit de gespreksverslagen geschrapt. „De deal wordt zo gepresenteerd dat-ie gaat over de verklaringen zoals die er nu liggen met uitzondering van wat jij over Holleeder hebt gezegd”, zo vertelt De Haas eind november 2006 aan Peter la S. De officier vertelt er wel bij dat hij „buiten het papier om” de top van het Openbaar Ministerie moet inlichten: „Die moeten wel dit soort details weten.”

De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat met het schrappen van delen van de verklaringen van Peter la S. een grens was overschreden. Een van de verdachten in de zaak – de vermeende rechterhand van Willem Holleeder, Dino S. – werd daarom vrijgesproken van betrokkenheid bij liquidaties. De rechter oordeelde begin 2013 dat het schrappen van de verklaringen zonder dat te melden „een ontoelaatbaar vormverzuim” is.

De rechter is het dus eens met de eerder genoemde instructie van het Openbaar Ministerie zelf. Het OM in Amsterdam tekende daarentegen hoger beroep aan tegen de vrijspraak van Dino S.

Morgen gaat dit principiële debat dus verder en mag Sander de Haas uitleggen waarom hij toezeggingen heeft gedaan aan kroongetuige Peter la S. die volgens de richtlijn van het OM uit 2004 niet toelaatbaar zijn. Saillant detail: een van de auteurs van die richtlijn is Koos Plooij, de officier van justitie die bezig was met de vervolging van Willem Holleeder toen Peter la S. zijn verklaringen aflegde.