Vragen over zoektocht op rampplek MH17

Oppositiepartijen CDA en D66 hebben het kabinet vragen gesteld over de zoektocht naar slachtoffers van de MH17-ramp. Aanleiding is een uitzending van RTL Nieuws gisteren. Daarin werd gemeld dat de Nederlandse autoriteiten in de eerste dagen nadat het vliegtuig uit de lucht was geschoten, donderdag 17 juli, amper contact hebben gehad met de Oekraïense reddingsdiensten. Pas later, begin augustus, kwam de Nederlandse repatriëringsmissie erachter dat de Oekraïners kort na de ramp met honderden vrijwilligers het gebied hadden doorzocht op stoffelijke overschotten.

Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma van D66 noemt het „opmerkelijk” dat er veel meer informatie in Oekraïne voorhanden bleek dan bekend was bij de Nederlandse missie. Hij wil weten wanneer Nederland Oekraïne heeft gevraagd om kaarten van het gebied, en hoe en wanneer is uitgezocht wat de reikwijdte van de zoektocht van de Oekraïners was.

Het crisisteam van het kabinet schrijft in een eerste reactie dat „al eerder is aangegeven” dat in de eerste dagen na de ramp met vlucht MH17 „meer gestructureerd en grondiger is gezocht door de Oekraïense hulpdiensten dan in de eerste dagen werd aangenomen”.

Komende dinsdag presenteert de Onderzoeksraad voor de Veiligheid zijn eerste bevindingen over de afwikkeling van de ramp. Volgens de raad is nog veel nader onderzoek nodig. De raad verwacht binnen een jaar met het uiteindelijke rapport te kunnen komen.