Toch een traditioneel sprookje

Dat de 78-jarige regisseur geen zin had om concessies te doen, blijkt al uit de duur van zijn mogelijk laatste animatiefilm. Met 137 minuten – de langste film van de beroemde Japanse animatiestudio Ghibli ooit – lijken kinderen niet de belangrijkste doelgroep. De eerste helft van de film is een eerbetoon aan het Japan uit vervlogen tijden en het leven dicht bij de natuur, door Takahata eerder verheerlijkt in zijn film Only Yesterday. Het verhaal gaat over een bamboesnijder die stuit op een minuscuul meisje. Hij neemt haar mee naar zijn vrouw en in enkele maanden groeit hun prinses uit tot een beeldschone vrouw. Met enkele potloodlijnen weten Takahata’s tekenaars de onhandige kleutermotoriek over te laten gaan in de soepele bewegingen van een puber. Maar ook de achtergrond waartegen Kaguya haar idyllische jeugd beleeft, trekt aandacht: een opeenvolging van aquareltekeningen waarin bomen vol pruimenbloesems veranderen in velden met overrijpe meloenen onder een zomerzon die je haast voelt branden, naar een herfst vol rondfladderend wild. Als het gezin naar de stad verhuist en edellieden dingen naar Kaguya’s hand, wordt het toch een traditioneel sprookje: met de aanbidders die opdrachten moeten uitvoeren om haar hand te winnen, en een moralistische kritiek op hypocrisie en materialisme. Takahata neemt geen afscheid met een mokerslag, maar met een poëtisch sprookje dat ook een ieder die niet is opgegroeid in Japan melancholisch stemt.