Tegen elkaar opbieden, dat doen we dus niet

Grote investeerders zouden miljardenovernames hebben gemanipuleerd. Ze schikken voor honderden miljoenen om een rechtszaak te vermijden.

Illustratie Pepijn Barnard

De jaren voor het uitbreken van de financiële crisis waren de hoogtijdagen van private equity: Angelsaksische investeringsmaatschappijen namen wereldwijd de ene na de andere multinational over. Iedere week was er wel een miljardendeal.

De investeringsmaatschappijen concurreerden met elkaar om overnames, maar ze werkten ook vaak samen, bijvoorbeeld wanneer ze een consortium vormden om een bedrijf over te nemen. Volgens een groep beleggers, onder aanvoering van het Amerikaanse pensioenfonds voor gepensioneerde brandweermannen en politieagenten uit de stad Detroit, werkten ze zelfs té nauw samen: vijftien van de grootste investeringsmaatschappijen ter wereld zouden jarenlang hebben samengespannen bij de overnames van miljardenbedrijven.

Het gaat om zware beschuldigingen: de investeerders zouden overnameprooien onderling hebben verdeeld en ze zouden prijsafspraken hebben gemaakt. De aandeelhouders van die bedrijven zouden daarmee voor miljarden zijn gedupeerd.

Manipulatie van overnames

Het gaat om grote overnames, negentien in totaal, allemaal in de periode voor in 2008 de financiële crisis uitbrak. Er zou gemanipuleerd zijn met de overnames van onder meer Vivendi (telecom), Toys’R’Us (speelgoed), Cablecom (kabel), Harrah’s (casino’s), TXU (energie) en ook die van een Nederlands bedrijf: NXP, de voormalige chipdivisie van Philips. En het gaat om nog grotere investeerders, vijftien in totaal, waaronder Apollo, Bain Capital, Blackstone, Carlyle, KKR, Providence, Silver Lake, TPG – de mondiale top op private-equitygebied.

Reden genoeg voor de groep beleggers om een collectieve rechtszaak (class action) aan te spannen tegen de vijftien investeringsfondsen. Een legertje advocaten onder leiding van kantoor Scott & Scott deed onderzoek naar de negentien overnames, en zette alle misstanden op een rij in een aanklacht van 217 pagina’s.

De bewijsvoering van de advocaten is vooral gebaseerd op citaten uit vertrouwelijke e-mails. Zo zouden de fondsen er onderling een „clubetiquette” op na houden, een soort gentlemens agreement die onder meer inhoudt dat investeerders beloven elkaar niet in de weg zitten. Als een overname zo goed als rond is (en in de buitenwereld ook al is aangekondigd), ga je niet op het laatste moment nog een hoger bod doen, bijvoorbeeld. En je gunt elkaar dingen: vandaag laat ik jou een overnamestrijd winnen, morgen help jij mij. De advocaten citeren onder meer uit een e-mail waarin Carlyle met Blackstone en Providence afspreekt dat KKR „zoals afgesproken” de overname van PanAmSat (satellieten) mag „winnen”.

Ook citeren ze een mail van Blackstone-baas Hamilton James aan George Roberts (de R in KKR): „We kunnen beter samenwerken dan elkaar tegenwerken. Als we tegenover elkaar staan, kost ons dat allebei een hoop geld.”

De overname van de chipdivisie van Philips, NXP, in 2006, is hier een mooie illustratie van: de investeerders die tegen elkaar opbieden, blijken tijdens het bieden veelvuldig contact te hebben. Al in een vrij vroeg stadium spreken Bain en Apex, die een consortium vormen, af dat KKR en Silver Lake de overname mogen ‘winnen’. In ruil daarvoor mogen Bain en Apex later, als de deal al rond is, aanschuiven en participeren in de overname. Bain en KKR stemmen op de dag van de overname nog per mail onderling af „waar we staan met die gekke Nederlanders”. Pas een week nadat de overname rond is, krijgt Philips te horen dat Bain en Apex alsnog meedoen. „Philips was er helemaal niet blij mee dat er opeens nog twee investeerders aan tafel verschenen”, blijkt uit weer een andere mailwisseling tussen KKR en Bain. Philips wil niet reageren op de gang van zaken rond de overname van NXP.

Geen schuldbekentenis

Of alle beschuldigingen die de advocaten van Scott & Scott op een rij gezet hebben ook stand houden bij de rechter, wordt waarschijnlijk nooit duidelijk. Want veel van de aangeklaagde private-equityfondsen kozen, sinds de zaak in 2007 werd aangespannen, eieren voor hun geld. De een na de ander ging akkoord met een schikking – onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat ze daarbij géén schuld bekennen. Eind juli werd de grootste schikking tot nu toe bereikt: Blackstone, KKR en TPG Capital betaalden samen 325 miljoen dollar aan de beleggers. Bij elkaar is tot nu toe ruim 475 miljoen aan schikkingen betaald.

„Ze kunnen het niet op een rechtszaak laten aankomen”, zei een betrokken advocaat na de bekendmaking van de laatste grote schikking in de Financial Times. „Het is te beschadigend. De e-mails bewijzen misschien niet wat ze zouden moeten bewijzen, maar ze zijn gewoon te beschamend.”

Door de schikkingen is de kans klein dat de rechter zich ooit zal uitspreken over de vraag of de grootste private-equityfondsen ter wereld zich inderdaad schuldig hebben gemaakt aan kartelvorming. Rechter William Young in Boston, die de zaak behandelt, beslist vandaag of hij akkoord gaat met de laatste schikkingen. Als hij instemt, is verdere inhoudelijke behandeling van de zaak zo goed als zeker van de baan. Eén fonds – Carlyle – heeft nog niet geschikt, maar eerder deze week meldde persbureau Bloomberg dat ook dit fonds dichtbij een schikking à 115 miljoen euro zou zijn. Daarmee lijkt de kans op een rechterlijke uitspraak in deze zaak verkeken.