Suïcidepreventie moet veel beter, vindt WHO

Elke 40 seconden berooft wel iemand ergens op de wereld zichzelf van het leven: naar schatting 804.000 mensen in 2012, ruim anderhalf per minuut. En nog eens een veelvoud daarvan – misschien wel ruim twintig keer zoveel – doet een zelfmoordpoging zonder dodelijke afloop.

Dat schrijft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in het vandaag verschenen rapport Preventing suicide: A global imperative.

Er is overigens ook goed nieuws: het totaal aantal zelfmoorden is sinds 2000 met 9 procent gedaald. Maar ook daarin bestaan grote verschillen. In ongeveer de helft van de 172 landen met meer dan 300.000 inwoners was er een daling van meer dan 10 procent, circa een zesde van de landen kende juist een toename van meer dan 10 procent, en in de resterende landen (circa een derde), waaronder Nederland, waren de zelfmoordcijfers niet veel veranderd.

Geen helder beleid in veel landen

Veel landen hebben geen helder beleid voor suïcidepreventie, schrijft de WHO. En dat terwijl er relatief eenvoudige en goedkope manieren zijn om het aantal zelfdodingen bewezen terug te dringen. Bijvoorbeeld de toegang moeilijk maken tot middelen om zelfmoord mee te plegen (zoals vuurwapens, bepaalde medicijnen, bruggen of spoorrails). Of de media ertoe bewegen verantwoordelijk over zelfmoord te berichten, zodat het aantal imitators (copycats) minder groot is.

Waarschijnlijk liggen de werkelijke zelfmoordcijfers nóg hoger, aldus het WHO-rapport. Ook in landen waar het stigma niet heel groot meer is, kan een zelfdoding nog steeds ten onrechte als bijvoorbeeld een ongeluk in de statistieken belanden. Maar in sommige landen is zelfmoord nog altijd zo’n gevoelig onderwerp dat het alleen al daardoor slecht geregistreerd wordt.

Lees meer vanmiddag in NRC Handelsblad.