San Nicola, dorre bloem van Bari

Stadion San Nicola, waar Oranje vanavond tegen Italië oefent, is vergane glorie. Heel even wordt het voetbal in Bari weer leven ingeblazen.

Oranje trainde gisteravond in Stadio San Nicola, voorafgaand aan het oefenduel tegen Italië vanavond. Foto AP

Vanuit de lucht valt het Stadio San Nicola direct op. Als een bloem staat het onderkomen van FC Bari, voorheen AS Bari, op een vlakte naast een snelweg in de hak van de Italiaanse laars. Een verdorde bloem wel te verstaan. Dit stadion had de trots van zuidelijk Italië moeten worden, maar het bouwwerk van architect Renzo Piano is 24 jaar na het WK in Italië al zijn glans kwijt. Met de vriendschappelijke interland tussen Italië en Nederland zijn de ogen voor even weer op Bari gericht.

De gedachten gaan bij interlandvoetbal in Bari automatisch terug naar die zinderende zomer van 1990. Het WK-liedje Un’estate Italiana van Gianna Nannini en Edoardo Bennato paste perfect bij de feeststemming toen Italië op 7 juli de strijd om derde plaats met 2-1 won. Een jaar later was het stadion het decor van de Europa Cup 1-finale tussen Rode Ster Belgrado en Olympique Marseille. Daarna raakte de voetbaltempel met de sintelbaan om het veld uit beeld. Overal in Europa verrezen moderne stadions die van alle gemakken waren voorzien. Stadio San Nicola was al snel een oude bak en het wereldkampioenschap Italia 90 heeft Bari louter herinneringen gebracht.

„Achteraf kun je stellen dat het WK in Italië meer had kunnen opleveren als wat bewuster was nagedacht over de nalatenschap. Maar het was een andere tijd”, stelt Frank van Eekeren, die als onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, gespecialiseerd in de maatschappelijke betekenis van sport, verbonden is. „Het lijkt erop dat de clubs daarna niet goed hebben geanticipeerd op de veranderde eisen van sponsors, media en supporters.”

Vandaag de dag zou er volgens Van Eekeren – die de nalatenschap van de twee afgelopen WK’s onderzocht – heel anders gekeken worden naar investeringen in een regio als Zuid-Italië. „Het organiseren van evenementen in gebieden met veel sociaal-maatschappelijke en economische problemen roept altijd discussie op: ‘Moet er in zo’n land nou geld geïnvesteerd worden in een groot sportevenement? Waarom niet direct geld steken in onderwijs of zorg?’ Aan de andere kant laten studies zien dat de impact van evenementen juist in deze gebieden het grootst is, omdat juist zij iets te winnen hebben. Ze kunnen zich tonen aan de rest van de wereld. Ze kunnen het zelfvertrouwen opvijzelen.”

Bari golfde eind jaren tachtig en begin jaren negentig mee op de successen van de Serie A, maar het WK werkte niet als katalysator. FC Bari is niet meer dan de wankele trots van de provincie Puglia. Een club met een veel te groot vervallen stadion. Maar wel een club met wortels diep in de samenleving. „Wat Real Madrid is voor Madrilenen is AS Bari voor ons”, zegt Enzo Carella in de keuken van Pizzeria da Donato aan de Via Lattanzio van Bari. „De club zit in ons hart. Als een onderdeel van ons leven. Het gaat helaas niet goed. We spelen in de Serie B. Maar er zijn nieuwe eigenaren. Ik geloof in de toekomst van FC Bari.”

Als eerbetoon aan de voetbalclub is de pizzeria ingericht als een klein museum. Herinneringen aan vervlogen tijden komen al bij de ingang naar boven. Enzo Carella wijst met verschillende bestelbonnetjes in zijn hand naar een vergeelde foto van Antonio Cassano, de beroemdste zoon van Bari die in 2000 op zijn zestiende debuteerde in de Serie A. Er leek een gouden toekomst voor hem in het verschiet te liggen. Zijn talent bracht hem naar clubs als Real Madrid en AC Milan en het Italiaans elftal, maar het ontbrak hem aan karakter om het uiterste uit zijn loopbaan te halen. Te groot voor Bari, te klein voor de wereldtop.

De succesvolle tijden van FC Bari gaan verder terug dan het debuut van Cassano. Eigenaar Donato wenkt en loopt tussen de volle tafeltjes van zijn zaak naar het achterste gedeelte. Hij wijst naar een vitrine waarin de shirts van voormalige clubhelden liggen opgestapeld. Gianluca Zambrotta, Simone Perrotta, David Platt, Klas Ingesson en Zvonimir Boban zijn de bekendste namen die het roodwit van Bari verdedigden. De Kroaat Boban speelde in het seizoen 1991-1992 als huurling van het grote AC Milan in de havenstad van waar veerboten vrijwel dagelijks vertrekken naar het voormalige Joegoslavië. Fans van Bari spreken zijn naam nog steeds met respect uit.

FC Bari gleed de afgelopen twintig jaar door corruptieschandalen en financieel wanbeleid steeds verder af. In 2009 kende de club onder leiding van Antonio Conte – uitgerekend een coach wiens roots bij aartsrivaal Lecce liggen – een korte opleving met promotie naar de Serie A. Opeens bleek hoe groot de achterban van de club is. De feeststemming was van korte duur. Conte vertrok en de stad verdween weer in de anonimiteit. Tot vandaag. Conte keert bij zijn debuut als eerste bondscoach uit Zuid-Italië terug in Bari. San Nicola zal met ruim veertigduizend toeschouwers volstromen om het nieuwe Italië aan het werk te zien. „Ik wil de mensen in deze stad trots maken”, zei Conte na de training waarbij hij alvast werd toegezongen.