Rollende godverdommes

Eerst doen we er goed aan om te zwijgen na zo veel ellende in de wereld. Maar nu is de tijd gekomen om te vloeken. Theoloog Rikko Voorberg geeft een voorzet.

Foto Hollandse Hoogte

Het was geen komkommertijd. Los van de Russische boycot op ons groenvoer, was er weinig te definiëren als komkommernieuws. De krant rook naar dood en verderf. Zo veel rot nieuws dat je de vis van morgen maar in iets anders wikkelde, die zou er spontaan van gaan bederven. Een vliegtuig vol burgers werd weggeplukt uit ons bestaan. Nog steeds liggen er delen verspreid over Oekraïense grond. In Gaza is het een levende hel van elkaar voedend kwaad en de verhalen en beelden uit Syrië krijg je niet van je netvlies ook al wil je het nog zo graag. Even verlang je naar een tijd waarin het nieuws je pas veel later bereikte, als de berichten allang niet meer roodgloeiend zijn en misschien wat minder hard binnenkomen. Maar die tijd is voorbij. Je hebt hoogstens even pauze van dit nieuws voor je tentje in de frisse Franse alpen met een lauw biertje en een lege telefoonaccu. Maar dat is altijd maar even.

Wat moeten we met dit bombardement aan ellende waar voorlopig nog geen einde aan lijkt te komen? Is er iets te zeggen of te schrijven voor een theoloog? Ik waag me eraan, maar nu pas. Omdat er allereerst valt te zwijgen. Twee minuten. Soms veel langer. Een pauze om het stomme verdriet in de ogen te kijken zonder je ertegen te wapenen. Daarna valt er veel te vloeken, rollende godverdommes zou ik graag aanraden. En dan valt er misschien ook iets te kiezen en te doen. Of je ontwikkelt een dikke, ongeïnteresseerde huid. Dat kan ook.

Gezwegen hebben we ondertussen wel met elkaar. Toen de vliegtuigen landden. Toen een stille tocht door de straten van de stad liep. Toen we in de kroeg niets meer te zeggen hadden. En nu is het tijd om te vloeken. Er is geen beter middel tegen ons ingebakken cynisme dan rechtgeaard en hartgrondig vloeken. Als voorganger van de PopUpKerk en gereformeerd theoloog wil ik u graag inwijden in de kracht van diepgevoeld vloeken, een zuiver godverdomme. Omdat er niets ergers is voor ons als mensheid om niet meer te geloven dat iets vervloekt kan zijn. Omdat het een tegengif is tegen ons slopende relativisme en tegen het ongemak dat we voelen als we weer overgaan tot de orde van de dag. Als wij weer leren vloeken, zuiver en hartgrondig, kunnen we iets veranderen.

Vroeger was dit het ergste wat ik kon doen. We hebben zelfs een wetsartikel en een Bond tegen dit soort dingen. Als kinderen voelden we de krullen achter onze naam in het hemelse boek en de schouderklopjes van de almachtige als we iemand terechtwezen die godverdomme riep. Waarbij we altijd zeiden het heil van de ander voor ogen te hebben, want Gods verdoemenis over je afroepen is slecht voor je, toch?

De vraag is alleen of we dat wel doen met het woordpaar God en verdomme. Net als ‘God verhoede’ en ‘God beware’ is de zin nog niet compleet. God verdoeme wat? Verdomme is afgeleid van verdoeme en een zogenaamde aanvoegende wijs. God verdomme datgene wat je op dat moment ziet, hoort, voelt of bedenkt. Wie echt gaat vloeken, voelt de kracht van generaties gelovigen of ongelovigen die het hoogste wat er is, erbij roepen. In die betekenis is het een gebed, voor atheïsten, ongelovigen en seculieren. Voor christenen en moslims. God verdomme. Gefluisterd of gehuild.

De vrouw en het kind van een Hamasleider stierven door een bombardement van het Israelische leger. En ik fluisterde God verdomme. Want wat zou dit de gloeiende haat weer groots doen oplaaien. De repressailles zouden weer nieuwe represailles voeden. Godverdomme dit, alstublieft. En een separatistenwoordvoerder die zei: hadden ze hier maar niet moeten vliegen, het is oorlog. God verdomme dit, hij gelooft het echt. Hij, één van ons, mensen. En de politicus die beweerde dat het barmhartig is om vluchtelingen de noodzakelijke levensbehoeften te onthouden, omdat er hier toch geen toekomst voor ze is. God verdomme. Wie God verdomme heeft leren fluisteren, het heeft leren huilen en het soms ook heeft leren schreeuwen, creëert een bedding voor de verlammende wanhoop en voor ons onvermogen. Zodat het kan stromen naar buiten en naar boven. We geven het geen plekje, we laten het niet los, we vragen dringend om de aandacht van het allerhoogste wat er is voor dat vervloekte kwaad wat zich onder onze neus afspeelt.

Wat is dus een goede vloek? Ergens geloven dat sommige dingen echt niet kunnen of mogen. Dus je hoeft voor een goede vloek niet te geloven in een man met een boek op een troon op een wolk. Je gelooft alleen even met heel je hart dat iets echt niet de bedoeling was. Dat iets universele verdoemenis behoeft. Dat allereerst.

Daarbij gaat een goede vloek over iets, niet over iemand. Een goede vloek legt het oordeel over mensen even weg. Een goede vloek plaatst je tussen de mensen, zonder je boven een ander te verheffen. Wie goed vloekt, wenst geen Hamasleider naar de hel. Wie goed vloekt, heeft niet de Joodse staat vereenzelvigd met het kwaad. Wie goed vloekt, ziet het kwaad en erkent de menselijkheid ervan. Dat het bij ons hoort. Hoezeer sommige mensen zich ook lijken te identificeren met het kwaad, ze zijn het nooit helemaal. Er zijn maar weinig mensen die hun kwade daden niet met nobele motieven bedekken. Er zijn er maar weinig die er alleen op uit zijn kwaad te doen. De een beschermt het ene, de ander beschermt het ander. We willen het liefst goede mensen zijn, in elk geval in de ogen van een paar belangrijke anderen. Een goede vloek onthoudt zich dus van een oordeel over een mens, zonder te vervallen in dat beroerde relativisme. Het oordeel over het hart van de ander ligt in de handen van een ander, de Universele Ander. Een goede vloek leert je weer dat jijzelf ook tot het verdomde mensenras behoort, dat elkaar zo vaak het licht in de ogen niet gunt. Het leert dat ook het hart van de kwaadaardige ander ten diepste snakt naar liefde. Al komt dat er wel heel rot uit.

De wereld gaat niet veranderen door de veroordeling van de ene of de andere regering. We zijn er niet uit als we de schuldige te pakken hebben. Het begint bij de stilte van het in de ogen kijken van het verdriet en de ellende. Om dat te vervolgen met gefluisterde vragen om de uitroeiing van het kwaad, de vloek – omdat wij mensen dat niet lijken te kunnen. En dan ontstaat er een keuzevrijheid om iets goeds te gaan doen. Radicaliserende jongeren uit Europa hebben geen oordeel van ons nodig, die hebben een steun in de rug nodig en kansen. Een goede vloek geeft zoveel ruimte dat we zonder het kwaad te relativeren oog krijgen voor het creatieve nieuwe goede dat groeit. Het kwade blijft vervloekt kwaad, maar tegelijk is er ook het Rode Kruis. En MedAir. En vrede stichtende Israelische en Palestijnse jongeren die nog wel wat hulp kunnen gebruiken. En er zijn zoveel vechters tegen aids verongelukt in Oekraïne, dat er weer nieuwe schouders nodig zijn, van ons. Er is een hoop te doen voor degene die gelooft in vloeken, die gelooft dat het kwade gedoemd is om te mislukken. En dat werk groeit ons nooit boven het hoofd want als het kwaad verdoemd is, heeft elke investering in vrede, veiligheid, zorg en liefde de toekomst.

Er komt een boer aan bij zijn akker. Even is hij met stomheid geslagen als hij de woeste bossen onkruid ziet die zijn oogst bedekken. Hij vervloekt de wilde gang van de natuur. Hij weet wat dodelijk gif kan doen met het onkruid dat hij ziet, maar hij weet ook wat het kan doen met zijn planten. Hij murmelt nog een verdomme omhoog en zakt kan op de knieën. Met zijn handen begint hij twee plantjes onkruidvrij te maken. En dan nog eens twee. Als het donker wordt, gaat hij naar huis. Want morgen is er weer een dag.