Overal de straat op tegen corruptie

Corruptie is geen taboe meer, zegt Ben Elers van Transparency International. Slachtoffers durven in verzet te komen. Maar Westerse landen en bedrijven moeten hun rol in corrupte praktijken erkennen.

Felle protesten tegen corruptie in Istanbul (maart, links en linksonder) enVenezuela (juni, boven). Foto’s EPA

Wie naar betogingen van de afgelopen maanden kijkt, of het nu Bosnië was, Venezuela of Turkije, Egypte of India, ziet veel overeenkomsten: mensen zijn boos over corruptie en gaan daartegen de straat op. Het is soms normaal nieuws geworden, bijna routine. Maar daarachter schuilt een enorme, wereldwijde mentaliteitsverandering in de afgelopen twee decennia.

,Het is ongelofelijk hoe veel er is veranderd”, zegt Ben Elers, programmadirecteur van Transparency International, wereldwijd een van de belangrijkste organisaties in de strijd tegen corruptie. „Als je hier twintig jaar geleden over sprak, kuchten de mensen even en keken ze naar hun voeten. Het onderwerp was taboe. Maar in 2011 bleek uit een onderzoek van BBC World Service, dat corruptie het meest besproken onderwerp in de wereld is geworden. Meer dan milieu of werkloosheid, meer dan armoede of de economische crisis. Dat is een ingrijpende verandering.”

Elers heeft als weinig anderen een overzicht over wat er wereldwijd gebeurt op dit gebied. Transparancy International neemt al meer dan twintig jaar het voortouw daarbij. De organisatie geeft regeringen advies en heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij het opstellen van de VN-conventie tegen corruptie. Meer dan honderd landenbureaus houden de lokale ontwikkelingen in de gaten, en ieder jaar publiceert Transparency de Corruption Perception Index, een overzicht van hoe het met de corruptie in de verschillende landen is gesteld.

Steeds meer mensen zijn bereid zijn om actief iets te doen tegen corruptie, vertelt Elers op het secretariaat van Transparency, gevestigd in een sfeerloos functioneel kantoorgebouw naast het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken in Berlijn. Jarenlang stonden mensen er cynische tegenover. Corruptie was net zoiets als het weer: soms niet zo leuk, maar je kunt er weinig tegen doen. „Dat cynisme maakte het mogelijk dat corruptie bleef bloeien. Als je denkt dat je er niets tegen kunt doen, doe je het ook niet. Nu is dat anders.”

Wat zijn de grootste obstakels?

„De verandering in de afgelopen twintig jaar is dramatisch, maar nog steeds komen mensen weg met corruptie, ook al gaat het om miljoenen of zelfs miljarden aan publieke gelden. Nog steeds stromen de opbrengsten van corruptie door het internationale financiële systeem. Wij onderscheiden drie niveaus waarop de strijd tegen corruptie moet worden gevoerd: regeringen, bedrijven, en publieke opinie.

„Regeringen moeten zich realiseren dat corruptie overal zit en alles besmet, dat je naar het hele plaatje moet kijken: het belastingsysteem, de openbare aanbestedingen, de publieke diensten. Om dat met succes aan te pakken, is sterk politiek leiderschap nodig. En het bedrijfsleven moet zich niet langer opstellen als slachtoffer van corruptie en erkennen het ze zelf vaak de aanstichter is. Zorg ervoor dat de kosten van corruptie, in de vorm van boetes of reputatieschade, hoger zijn dan de voordelen. Dan doen bedrijven het niet. De top van bedrijven moeten nultolerantie uitstralen voor corruptie. De leiders moeten, anti-corruptieprogramma’s beginnen en ervoor zorgen dat bedrijven transparanter zijn met hun informatie.”

Bedrijven zeggen wel als verweer dat smeergeld er soms gewoon bij hoort.

„Neem een inbraak: kan je zeggen dat je hebt ingebroken omdat anders iemand anders het zou hebben gedaan? Dat is toch absurd. Bedrijven moeten gezamenlijk een gelijk speelveld voor iedereen zien af te dwingen en handhaving van de wettelijke regels. Dat is de sleutel: collectieve actie voor veranderingen. In veel industriesectoren heb je een handvol leidende bedrijven. Ook al zijn ze elkaars concurrenten, laten ze met elkaar tot een akkoord komen om niet om te kopen. Dat zet de toon voor duizenden kleine bedrijven.”

In sommige landen lijkt corruptie een manier van leven. Hoe verander je dat?

„Het gaat hier over grootschalige sociale veranderingen. Zo’n cultuurbreuk kan alleen als er sterke politieke druk is. Daarom proberen we ook steeds meer de publieke opinie erbij te betrekken. In 2003 hebben we een hotline opgezet in Roemenië, Bosnië-Herzegovina en Macedonië, drie landen met grote problemen op dit gebied. We hadden geen enkel idee of iemand zou bellen. Maar ons kantoor in Roemenië moest toen een week sluiten omdat er zo veel telefoontjes waren. Nu hebben we wereldwijd negentig van zulke centra, in zestig landen. Daar komen 150.000 telefoontjes per jaar binnen. Het heeft ons geleerd dat mensen niet cynisch zijn en wel iets willen doen, maar vaak niet weten hoe. We dachten ook dat we heel wat wisten over corruptie, maar we waren verrast over wat er naar boven kwam.”

Bijvoorbeeld?

„Vrouwen in een ziekenhuis in Zimbabwe die van de verpleegsters vijf dollar moesten betalen voor iedere keer dat ze tijdens de bevalling een kreet slaakten. Als ze niet betaalden, mochten ze simpelweg het ziekenhuis niet uit. Of Tsjechië. Daar ging het om een enorme aanbesteding voor het opruimen van milieuschade uit de communistische tijd. We kregen van veel kanten berichten dat het doorgestoken kaart was. Het verleende contract is herroepen en zo is naar schatting een half miljard euro aan publiek geld bespaard. Op zich is het al belangrijk zulke zaken aan de kaak te stellen, maar net zo belangrijk dat mensen werden ontslagen en vervolgd. Dat gebeurde vroeger niet.”

Kunt u andere voorbeelden geven?

„In Georgië was tien jaar geleden erg veel corruptie, in alle delen van de samenleving. Het werd gezien als een manier van leven. Maar binnen een decennium, zo zeggen mijn collega’s daar, is op zijn minst de kleine corruptie verdwenen. Je ziet dat ook op onze corruptie-index. Eerst bijna onderaan, nu zo’n honderd plaatsen gestegen.

„Georgië staat nog steeds niet zo goed, maar vergeleken met waar het was, is het een dramatische verandering. In het dagelijks leven van mensen en in hun interactie met de staat is er na de Rozenrevolutie veel veranderd. Toen Michail Saakasjvili in 2004 aan de macht kwam, heeft hij bijvoorbeeld de hele verkeerspolitie ontslagen. Een deel van hen werd opnieuw aangenomen, beter getraind, beter uitgerust, en de problemen gingen vrij snel weg. Dat politieke voorbeeld, snel, effectief en voor iedereen zichtbaar handelen, was een belangrijke boodschap.

„Soms zeggen mensen dat de kleinschalige corruptie, het smeergeld dat je moet betalen aan agenten of ambtenaren, het probleem niet is. Als je kijkt om hoe veel geld het gaat, is dat misschien wel zo. Maar dit is de frontlijn, de eerste interactie van mensen met de staat. Ook al is het niet het fundamenteelste in een samenleving, als je niet langer hoeft te betalen bij een wegversperring is dat een belangrijke psychologische boodschap aan burgers.”

Veel mensen in West-Europa denken dat corruptie iets van andere landen is.

„Dan noem ik meteen het voorbeeld van het Nederlandse bedrijf SBM Offshore, dat heeft moeten toegeven dat het smeergeld heeft betaald in Angola en Equatoriaal Guinee. Meer in het algemeen: Kijk naar de financiële centra, waar bedrijven opereren waarvan niet duidelijk is wie de eigenaar is. Dat is een vorm van medeplichtigheid. Kijk hoe opbrengsten van corruptie worden gebruikt om in rijke landen onroerend goed te kopen, diamanten of andere luxe-artikelen: ook medeplichtigheid.

„Als je in iemands huis inbreekt, een tv steelt en die dan verkoopt, is de koper van die gestolen goederen ook strafbaar, doordat hij steun biedt. Waarom zou dat hier niet gelden? Het verweer dat je als financiële instelling niets te maken hebt met waar het geld vandaan komt, houdt geen stand. Kijk ook naar het groeiende aantal EU-landen waar je een paspoort krijgt als je maar veel investeert. Zijn er wel goede controles op waar dat geld vandaan komt? Willen die mensen alleen maar om zakelijke redenen EU-burger worden? Ik denk dat hier nog veel uit te zoeken is.”

Heeft de nieuwe economische macht van opkomende landen de mate van corruptie en de strijd ertegen beïnvloed?

„Die landen hebben zich, begrijpelijk, volledig gefocust op economische ontwikkeling, bijna ten koste van heel de rest. Dat moet veranderen. Hun bedrijven moeten concurreren niet op basis van steekpenningen, maar van goederen en diensten. We kunnen niet met zekerheid zeggen of met de opkomst van een aantal nieuwe landen wereldwijd het niveau van corruptie is veranderd. Maar het staat wel vast dat we ons moeten inspannen om deze landen meer in het wereldwijde debat te brengen.”