Melkkoe of zwart gat, dat is de Schotse vraag

Nu het referendum over onafhankelijkheid nadert, roeren veel Schotse ondernemers zich, zowel onder de voor- als de tegenstanders.

Oud-minister Alistair Darling (links), tegenstander van Schotse onafhankelijkheid, in debat metAlexander Burnett van biotechbedrijf Hobesco die voor onafhankelijkheid is. Foto AP

Begin september is de tijd van de economische voorspellingen. Maar in het Verenigd Koninkrijk beginnen die deze week met een groot voorbehoud: mits Schotland op 18 september tegen onafhankelijkheid stemt.

Werkgeversorganisatie CBI zei het gisteren bijvoorbeeld zo: „De Britse economische groei lijkt vrij gunstig. Maar er is natuurlijk het Schotse referendum en alle risico’s die dat met zich meebrengt.”

Veel bedrijven hebben inmiddels een noodscenario opgesteld voor het geval dat Schotland ‘ja’ stemt, vertelde plaatsvervangend CBI-directeur Katja Hall. „Dit is het onderwerp van gesprek in directiekamers.”

Directeur John Cridland sprak over „het grootste politieke risico” dat verdere economische groei van het Verenigd Koninkrijk belemmert. Hall had het over over „een enkeltje richting onzekerheid”.

Niet alleen het CBI waarschuwt. Na maanden van stilte roeren steeds meer Britse en Schotse bedrijven zich nu het referendum nadert, en het percentage voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid dichter naar elkaar kruipt. In de peiling der peilingen van hoogleraar John Curtice staat ‘ja’ op 45 procent, en ‘nee’ op 55 procent, een peiling van YouGov hield het gisteren op 47 en 53 procent.

Economische toekomst

Uit de vragen tijdens de twee televisiedebatten tussen de Schotse premier Alex Salmond en Alistair Darling, de oud-minister van Financiën die nu Schotten moet bewegen voor de unie met de Engelsen te stemmen, blijkt bovendien dat de kiezers de economische toekomst van Schotland van groot belang achten.

Honderddertig topmannen, verantwoordelijk voor zo’n 50.000 Schotse banen, schreven vorige week in dagblad The Scotsman, dat wat hen betreft „de economische onderbouwing” voor onafhankelijkheid ontbreekt. Onder hen Douglas Flint, voorzitter van de raad van bestuur van bank HSBC, Andrew Mackenzie van mijnbouwconcern BHP Billiton en John Grant van energiebedrijf BG Group.

Ze schrijven: „Onze economische banden binnen het Verenigd Koninkrijk zijn nauw, en steunen bijna een miljoen Schotse banen. De rest van de unie is onze grootste markt. Als werkscheppers hebben we zorgvuldig naar de argumenten gekeken. Onze conclusie is dat er geen onderbouwing is voor onafhankelijkheid. Er blijft onzekerheid hangen rond een aantal belangrijke kwesties: de munteenheid, regulering, belastingen, pensioenen, EU-lidmaatschap, en logistieke steun voor onze export.”

Het tegengeschut kwam dezelfde ochtend van 200 topmannen, verenigd in Business for Scotland. Grappend werd gesproken over de War of the Men in Suits, de oorlog tussen de mannen in pakken, een verwijzing naar de film Men in Suits.

In dagblad The Herald schreven onder anderen de voorzitter van de raad van bestuur van vervoersbedrijf Stagecoach, Jim McColl van investeringsbedrijf Clyde Blowers, Ralph Topping, voormalig topman van gokkantoor William Hill en George Mathewson, de oud-bestuursvoorzitter van Royal Bank of Scotland. Volgens hen biedt onafhankelijkheid zowel zakelijk als qua werkgelegenheid een unieke kans.

Financiële sector

Deze ondernemers menen juist dat „het Schotse bedrijfsleven wordt behandeld als een melkkoe in plaats van een strategisch belangrijk deel van een welvarende en eerlijke maatschappij”. De echte bedreiging is volgens hen „de kans op een Britse terugtrekking uit de Europese interne markt”, de zogenoemde Brexit.

Mathewson, nauw betrokken bij de campagne voor een onafhankelijk Schotland en voormalig economisch adviseur van de Schotse regering, denkt bijvoorbeeld dat de financiële dienstverlening zal bloeien bij onafhankelijkheid.

„Schotland kan de financiële sector juist uitbreiden doordat onafhankelijkheid nieuwe bedrijven zal trekken”, schreef Mathewson in de Britse zakenkrant Financial Times.

Ross McEwan, de huidige topman van RBS, is voorzichtiger. Hoewel de bank, die nog altijd voor 80 procent in staatshanden is, zich kan „aanpassen”, zal onafhankelijkheid volgens hem een „belangrijk nadelig effect” hebben.

Ook de Britse oud-minister van Financiën Darling en Britse oud-premier Gordon Brown, beiden Schotten en samen verantwoordelijk voor het redden van de Schotse banken RBS en HBOS waarschuwen. Volgens hen zullen banken Schotland juist verlaten. Verzekeraar Standard Life en pensioenverzekeraar Aegon UK hebben aangegeven dat ze mogelijk naar Engeland of Wales zullen verhuizen.

Vanochtend meldde persbureau Reuters dat ook Lloyds Bank erover denkt haar hoofdkantoor van Edinburgh naar Londen te verplaatsen. De baas van Aegon UK zei tegen The Herald dat zijn klanten „niet het risico” willen lopen van onduidelijkheid over een eventuele Schotse munteenheid bij onafhankelijkheid.

Premier Alex Salmond zegt dat de Schotten het pond sterling zullen blijven gebruiken, maar de Britse regering zegt dat daar bij een Schotse keus voor onafhankelijkheid geen sprake van kan zijn.

De Schotse regering verzekert bedrijven onderwijl dat een onafhankelijk Schotland dankzij de oliereserves „een van ’s werelds rijkste landen” zal zijn en daarmee „een aantrekkelijk land om in te investeren”.