Konijn met mosterd en dragon

In haar boek Food from Plenty houdt Diana Henry een warm betoog voor het eten van konijn. „Waarom eten we eigenlijk zo weinig konijn? Omdat konijntjes zo schattig zijn? Zet u eroverheen: het is dwaas om voedsel dat gezond, niet duur en in overvloed aanwezig is niet te eten.” En: „het heeft een voortreffelijke smaak en mijn slager geeft het praktisch weg.” Pardon? Konijn niet duur? Ik ben minstens zo dol op konijn als Henry. Alleen geeft mijn slager zijn konijnen niet bepaald cadeau, en de uwe vast ook niet. Tam konijn is duurder dan (goeie) kip en wild konijn nog duurder. Maar ach, wie Henry’s konijn met mosterd en dragon maakt zal haar dit flauwekulargument snel vergeven. Een heerlijk ouderwetse Franse klassieker. En wie wil daar nu op beknibbelen? Bestrooi de stukken konijn met zout en peper. Verhit de boter in een sauteerpan en braad de stukken rondom aan tot ze mooi bruin zijn. Neem ze uit de pan en houd ze apart. Fruit in dezelfde pan de uisnippers zacht en goudgeel. Voeg de bouillon toe, breng aan de kook, draai het vuur laag en voeg de stukken konijn weer toe. Laat 20 minuten afgedekt sudderen, neem dan het deksel van de pan en laat ze nog eens 20 minuten sudderen. Neem de stukken konijn uit de pan, doe ze in een warme schaal en dek ze af. Voeg de room toe aan de bouillon en laat voor ongeveer de helft inkoken. Voeg de mosterd, het citroensap en de helft van de dragon toe. Laat de saus weer inkoken, tot hij de consistentie van kookroom heeft, maar proef ondertussen wel, want de saus mag niet te kleverig of te zout worden. Voeg de stukken konijn weer toe, warm ze mee en roer de rest van de dragon en vlak voor het serveren door.