Is het wel of niet naïef om te gaan fietsen?

Mooi, goede doelen. Maar niemand vraagt je om op een tandem door Azië te fietsen, zegt freelance journalist Charlotte van ‘t Wout.

illustratie veronique de jong

Op mijn zestiende vertrok ik voor een maand naar Afrika. Samen met een groep christelijke tieners een tehuis bouwen voor zielige weeskindjes. Om de reis en onderdak te betalen, moest ik 1000 euro aan ‘sponsoring’ bij elkaar schrapen van familie en vrienden.

Het geld stroomde binnen, want ik had een goed verhaal: ik ging arme kindjes van de ondergang redden. Plus, het was ook nog eens met gevaar voor eigen leven, want ik was blond en jong en Afrika was crimineel en gevaarlijk, dus je wist maar nooit wat er dan kon gebeuren. Het zou bovendien afzien worden: ik sliep in een ‘echte Afrikaanse krottenwijk’ zonder stromend water. Maar dat nam ik voor lief, want ja, die kindjes he?

We kijken nergens meer van op

Het artikel van de vier meisjes die een jaar door Azië gaan fietsen voor vrouwenrechten (nrc.next 3 september) deed me eraan denken. Zoals een van de vier zelf zei in het interview, waren ze „vier jonge vrouwen op twee tandems die het onbekende tegemoet gaan, onbeschermd en ongetraind”. Maar het doel: aandacht voor vrouwenrechten, was zo belangrijk dat ze dat er wel voor over hadden.

Gek kijken we niet meer op van zulke acties. Iedereen kent wel iemand die voor het goede doel een ‘uitdaging met zichzelf’ aangaat. Je gaat iets doen – liefst iets wat je eigenlijk niet kan en nog nooit hebt gedaan – om je medemens te helpen, en vraagt er sponsors voor. Ik ging naar Afrika. Een vriend van me reisde gesponsord van de Noordpool naar Antarctica voor het milieu. De Nederlandse jongen Tom van Berkel heeft een ‘10 day Lunch Challenge’ opgezet voor UNICEF: hij luncht bij grote techbedrijven in San Francisco en vraagt geld te storten. Het idee achter al deze acties: ‘Sponsor me! Doneer geld, want ik doe wat bijzonders’.

Heel sympathiek natuurlijk, maar als je er rationeel over nadenkt, zijn er veel betere manieren om echt te helpen. Blijf thuis, doe iets met je vaardigheden en talenten en doneer het geld wat je daarmee verdient. In plaats van door Azië te fietsen, kunnen de meiden ook vanuit huis, met een stabiele internetverbinding dat blog opzetten, en dan experts over vrouwenrechten interviewen. Op de plek waar ze nu uitlegden hoe gevaarlijk hun reis zou worden, had ook een artikel van hun hand kunnen staan over vrouwenrechten.

We blijven elkaar echter aanmoedigen dat het idee echt heel dapper en nobel is. Ik geloof dat zulke challenges vooral om jezelf draaien. Ik wilde naar Afrika omdat het me zelf een goed gevoel gaf. Het was spannend, een avontuur. Ik wilde foto’s maken van mezelf, omringd met donkere kindjes, me blanke weldoener voelen. En olifanten zien.

Nu denk ik heus niet dat iedereen zo egocentrisch op pad gaat als ik op mijn zestiende. Maar dat je in hoogsteigen persoon naar derdewereldlanden moet trekken om te helpen, vind ik onzin. Sponsor liever een dokter die er al zit. Ga internet op en vind een goede NGO waar je geld aan doneert.

Gewoon weer een collectebus

Dus geef mij maar de pretentieloze inzamelingsactie. De vrijwilliger die langs de deuren gaat met een collectebus. De Ice Bucket Challenge -– toch ook veel kritiek gekregen – vond ik prachtig. Een simpel idee dat toch enorm veel aandacht en geld genereerde. Je gooit een emmer water over je heen en doneert geld aan ALS. Binnen een uurtje gedaan. Daarvoor hoef je andere mensen niet om sponsorgeld te vragen. Of de kustwacht van Nederland mee lastig te vallen om een noodknop te maken die je te allen tijde uit een gevaarlijke situatie redt.