In schoonheid op de bus wachten

In Oostenrijk heeft een klein dorp zeven grote architecten opdracht gegeven om een klein gebouw te ontwerpen. De ontwerpen zijn deze zomer geplaatst en nu is Krumbach zeven kunstwerken rijker. Betalen hoefden ze er niet voor: de architecten kregen als beloning een vakantie aangeboden in het Bregenzer Wald, beroemd om vooral zijn houten architectuur. Architecten uit Chili, België, Noorwegen, Spanje, Rusland, Japan en China werkten samen met lokale ambachtslieden om een bouwsel te ontwerpen dat nog basaler is dan een hut: het gaat in Krumbach om bushokjes.

Uiteenlopender konden de resultaten desondanks niet zijn. Dat uit België, van de Vylder Vinck Taillieu, is bijvoorbeeld een soort driehoek van staal; dat uit Spanje, van Ensemble Studio, een stapeling van ruwe eikenhouten planken (zie voor foto’s kulturkrumbach.at).

Bushokjes en andere abri’s worden in Nederland vooral ontworpen om zo min mogelijk op te vallen. Het is onzichtbare architectuur, ook al wordt die wel eens door gelauwerde architecten gemaakt. De firma JCDecaux, die abri’s maakt voor een groot aantal Nederlandse gemeentes, liet zijn hokjes ontwerpen door Philippe Starck en Norman Foster, maar ook in hun werk vallen de reclames meer op dan de architectuur zelf. En die reclames zijn dan ook nog eens overal hetzelfde.

In Amsterdam zijn de bushokjes en tramhuisjes in opdracht van JCDecaux net allemaal vervangen door een ontwerp van het Nederlandse bureau Fabrique, waarin de andreaskruizen uit het stadswapen verwerkt zijn, maar dan op zo’n manier dat het bijna niemand opvalt – of je moet wel heel lang op de bus wachten.

„De nieuwe abri’s zijn tegelijkertijd solide én zeer transparant, wat niet alleen bijdraagt aan de veiligheid maar ook aan de mate waarin het object opgaat in de openbare ruimte”, zeggen de makers. In het centrum van een stad als Amsterdam is genoeg te zien. Maar andere plekken kunnen wel een krumbachiaanse abri gebruiken. Zou schoonheid bovendien geen bescherming bieden tegen het vandalisme waar bushokjes zo vaak aan ten prooi vallen?