Helaas, alweer alleen grijze pakken

Geschikte vrouwen zijn er zát, maar ze komen niet aan de bak als commissaris bij een groot bedrijf. Dat blijkt uit een onderzoek dat vandaag verschijnt.

Foto Thinkstock

Haar „expertise en ervaring” moeten bijdragen aan „het profiel en de strategie” van het bedrijf. En helaas, de vrouw met de „combinatie van die elementen” is nog niet gevonden. Dus, staat in het jaarverslag, zijn ook nu weer álle tien bestuurders en commissarissen van baggerbedrijf Boskalis mannen.

Samen met bodemonderzoeker Fugro bungelt Boskalis helemaal onderaan in de Female Board Index, die vandaag wordt gepubliceerd door Mijntje Lückerath, hoogleraar corporate governance aan de Tilburg University. Lückerath onderzocht de samenstelling van de raden van bestuur en de raden van commissarissen van de 87 Nederlandse bedrijven die zijn genoteerd aan de Amsterdamse beurs.

En nee, Boskalis en Fugro zijn niet de enige bedrijven zonder vrouwen in het bestuur. Ze staan onderaan de index omdat ze relatief veel bestuurders en commissarissen hebben. Voor ruim eenderde van de onderzochte bedrijven geldt dat de top uit louter mannen bestaat.

Niet meer dan 6 procent van de bestuurders is vrouw. Dat is nog niet eens een verdubbeling vergeleken met 2005, toen Lückerath met haar jaarlijkse onderzoek begon. Wel zitten er meer vrouwen in de raden van commissarissen. Daar is bijna 20 procent vrouw, 2 procent meer dan vorig jaar. Het verschil komt deels doordat er voor de benoeming van commissarissen uit een grotere vijver kan worden gevist. Een commissaris hoeft niet per se een ervaren bestuurder te zijn; er kan bijvoorbeeld ook worden gekozen voor een advocaat of accountant.

Ze kiezen vaak voor man in grijs pak

Het zou helpen als commissarissen en bestuurders „grensverleggender gedrag” gaan vertonen bij nieuwe benoemingen, vindt Nienke Meijer (48), voorzitter van het college van bestuur van Fontys Hogescholen. Nu kiezen zij vaak voor „nog meer van hetzelfde: een man in een grijs pak. Terwijl het veel beter is voor een bedrijf als het bestuur bestaat uit mensen van verschillende seksen en leeftijden.”

Onderzoek bevestigt dat: als er meer perspectieven aan één tafel zitten, hebben mensen minder de neiging tot groepsdenken en maken bewustere afwegingen. Bovendien, zegt Lückerath, laat een bedrijf met een divers bestuur zien dat iedere werknemer de top kan bereiken.

Sigrid van Aken, Joanne Kellermann en Nienke Meijer zijn genomineerd als Topvrouw van het jaar. De gelijknamige stichting die de verkiezing jaarlijks organiseert, wil bewijzen dat er genoeg vrouwelijk toptalent is. „Wij laten vrouwen zien dat een professioneel leven kan samengaan met een privéleven”, zegt Kellermann (53), bestuurder bij De Nederlandsche Bank. „En we laten degenen die benoemingen doen, zien dat iemand die niet op hen lijkt, net zo goed is.”

Vrouwen die er zin in hebben

Geschikte vrouwen zijn er zát, menen de drie genomineerden. „Er staat een hele grote groep vrouwen klaar die er zin in hebben”, zegt ook Gerdi Verbeet, oud-Kamervoorzitter en juryvoorzitter van de verkiezing. Dat ze toch niet doorbreken tot het hoogste niveau, komt volgens hoogleraar Lückerath door het bekende verhaal: bestuurders benoemen mensen die op hen lijken. „Mannen dus.” Pas als de mensen die selecteren diverser zijn, worden de besturen dat ook.

Maar: bijna 20 procent van de raden van commissarissen bestaat inmiddels uit vrouwen. Waarom benoemen zij dan geen vrouwelijke bestuurders? Lückerath verwacht dat het effect daarvan nog zal komen. „Je gaat niet in je eerste jaar als commissaris zeggen: we gaan die raad van bestuur eens lekker opschudden.”

Hé, mijn dochter is ook slim

Niet alleen topvrouwen geven het goede voorbeeld, zegt Gerdi Verbeet. Mannen als Gerrit Zalm en Hans Wijers, allebei jurylid van de topvrouwverkiezing, doen dat óók. Al stoorde ze zich er vroeger nog weleens aan als Zalm, voormalig minister en nu bestuursvoorzitter van ABN Amro, zei dat hij thuis wilde eten, met zijn kinderen. Of als Wijers, ook voormalig minister en oud-bestuursvoorzitter van chemieconcern AkzoNobel, zei: ‘Ik ga ervandoor, ik heb een kinderfeestje’. Zelf durfde ze dat – als vrouw – niet zo te zeggen. Maar nu ziet ze hen als „steunpilaren”. „Ook omdat zij behoren tot een generatie topmannen die ineens denkt: hé, mijn dochter is ook slim, die moet ook kunnen doorstromen.”

Verbeet is ook voorzitter van de commissie die toezicht houdt op de Wet bestuur en toezicht. Daarin staat dat per 1 januari 2016 alle raden van commissarissen en raden van besturen voor 30 procent uit vrouwen moeten bestaan. Een percentage dat in het huidige tempo bij lange na niet wordt gehaald – op dit moment voldoet alleen uitgeverij Wolters Kluwer daaraan. Joanne Kellermann gelooft niet dat er iets veranderd door zo’n quotum. Ze verwijst naar Noorwegen, waar een quotum geldt voor vrouwelijke commissarissen. De 40 procent werd daar keurig gehaald, maar tot meer vrouwelijke bestuurders leidde het niet. „Er zijn hele groepen waar dit gewoon niet leeft.” Verbeet ziet wel een verschuiving optreden. Nu zeggen bestuursvoorzitters tegen Verbeet: ‘Wat goed dat je je hiervoor inzet.’ Vijf jaar geleden zeiden ze nog: ‘Jeetje, moet dat nou nog stééds?’

Heel klein beetje meer bestuurders

Neem de Franse Maëlys Castella, die deze maand aantreedt als de nieuwe financieel directeur van Akzo Nobel. Een zware post bij een groot bedrijf, dat met deze benoeming dit jaar in de Female Board Index van plaats 18 naar plaats 8 steeg.

De benoeming droeg bij aan een heel klein knikje in de heel licht stijgende lijn van het aantal vrouwelijke bestuurders. Lückerath: „Bij de commissarissen zag je eerst ook zo’n klein knikje. Vorig jaar werd dat ineens een enorme stijging. Misschien gebeurt dat nu bij de bestuurders ook.”