Gestuntel bij het afscheid

Hoi meisje ‘met de mooie ogen en het vertrouwen in de mens’ (en dat niets van het nieuws snapte). Ik wilde je laten weten dat ik erg genoten had van ons gesprek. Ik vroeg je wat je mooi vond, en toen noemde je de bomen, de wolken, de kleur van mijn vest (net nieuw trouwens, en groen) en je eigen tas. Ik zei dat iedereen daar wel van kan genieten. En raakte even in gepeins. Je vroeg wat ik dacht, ik dacht: zal ik om je gegevens vragen, maar ook of ik dat wilde, en verder niet zo veel. Dus ik zei: ‘Niks, ik ben aan het denken wat ik denk.’ Daarna begon ik over Zeeland waar ik op vakantie was en waar de wolken ook zo mooi waren. Toen was het ineens station Ede-Wageningen, en moest ik er uit. Ik vroeg je nog om gegevens, maar je zei, na wat gestuntel: ‘Ga er maar uit, anders rijdt de trein weg. Als het lot het wil, zien we elkaar weer.’ Natuurlijk kan het lot het niet alleen. Misschien werkt dit berichtje niet, maar wel de intentie die ervan uitgaat.