Europese boete van 20 miljoen voor Philips

Philips moet 20,1 miljoen euro boete betalen wegens heimelijke prijsafspraken. Dat heeft de Europese Commissie bepaald. Het Duitse elektronicabedrijf Infineon moet bijna 83 miljoen euro betalen en Samsung 35,1 miljoen euro.

De bedrijven maakten tussen september 2003 en september 2005 prijsafspraken over chips in onder meer smartphones en bankpassen. Het Japanse bedrijf Renesas deed ook mee, maar krijgt geen boete omdat het de afspraken had gemeld bij de commissie.

De bedrijven overlegden over commercieel gevoelige informatie betreffende prijzen, klanten, contracten en productie. „Dat ging ten koste van klanten en consumenten”, aldus Europese commissaris Almunia (Mededinging). Philips ontsnapte bijna aan de boete doordat de termijn om te kunnen straffen volgende week verloopt. Philips heeft de afdeling die verantwoordelijk was voor de prijsafspraken inmiddels afgestoten, maar blijft verantwoordelijk.

Philips gaat tegen de boete in beroep, het kan zich „niet in de conclusies van de commissie vinden”. Samsung bestudeert de beslissing nog. Samsung en Infineon en zeven andere chipproducenten gingen vier jaar geleden akkoord met een boete van in totaal 331 miljoen euro wegens prijsafspraken voor chips voor computers en servers. Intel, ’s werelds grootste chipmaker, kreeg in 2009 de hoogste boete die de EU ooit oplegde (1,06 miljard euro) wegens het tegenwerken van zijn rivaal Advanced Micro Devices. Intel vecht het EU-besluit nog aan.

Eind 2012 kreeg Philips een boete van bijna 510 miljoen euro vanwege verboden afspraken tussen 1996 en 2006 over kathodestraalbuizen, die in tv’s en computerschermen werden gebruikt. Eind vorig jaar deden de Europese mededingingsautoriteiten een inval bij Philips vanwege het vermoeden dat elektronicabedrijven, waaronder Philips, afspraken hebben gemaakt over het beperken van verkopen via internet. Dat zou de prijzen voor de consument hebben opgedreven.