Elke generatie heeft een stevige droogte nodig... ...Maar zo erg?

De droogte in Californië is uitzonderlijk: hij duurt nu al drie jaar. En intussen produceert de staat een belangrijk deel van de Amerikaanse zuivel, vruchten en groenten. Kan dat zo blijven?

Hetzelfde meer, twee keer gefotografeerd. In juli 2011 (linkerfoto) lag er nog veel meer water in Lake Oroville dan in augustus 2014 (rechts). Slechts eenderde van het meer staat nu nog onder water. Foto's Getty Images/AFP

Meren zijn gehalveerd. Boomgaarden verpieteren, landarbeiders kunnen geen werk vinden. Het grondwaterpeil daalt, water wordt duurder, irrigatie begint omstreden te worden.

De droogte in Californië is ‘uitzonderlijk’ – de ernstigste kwalificatie – in 94,5 procent van de staat. Beter dan de recente 97,5 procent, maar niet veel beter.

In de streek die een belangrijk deel van de Amerikaanse zuivel, vruchten, groenten en noten produceert, is maanden geleden de noodtoestand afgekondigd. Maar misschien is de al drie jaar durende droogte de nieuwe, alledaagse werkelijkheid, the new normal, zoals bezorgde media schrijven.

In de woestijnachtige regio is warm weer zonder neerslag niets nieuws. Maar de ergste droogte in eeuwen terwijl de bevolking en economie groter en dorstiger zijn dan ooit – dát is wel nieuw.

Een droogte die drie, vier decennia doorgaat, „komt elke paar honderd jaar voor”, zegt geograaf Lynn Ingram. Maar klimaatverandering vergroot de kans daarop. Als paleontoloog heeft Ingram berekend dat het „in vijfhonderd jaar niet zo droog is geweest”.

Droogte kan watersnood worden

En watergebrek is niet het enige probleem. In tijden van grote droogte wordt de kans op hevige overstromingen door noodweer groter. Zo kwam in 1861-62 de Central Valley onder meters water te staan, een ramp die anno 2014 grote gevolgen zou hebben.

En niet alleen voor de mensen die er wonen, maar ook voor de wereldeconomie. De landbouwregio in het geografische hart van de staat – the farm belt – is als een badkuip, omringd door heuvels en bergen. Komt het water, dan kan het nergens heen. „We hebben een relatief natte eeuw achter de rug”, zegt Lynn Ingram, die is verbonden aan de Universiteit van Californië in Berkeley. In de twintigste eeuw groeide de bevolking snel en raakte die gewend aan voldoende water. Het leefpatroon werd erop afgestemd, net als de groei van de agrarische sector.

De bomen slurpen al het water op

De vraag is nu of het stoffige land blijvend berekend is op een bevolking van bijna veertig miljoen en intensieve veeteelt en landbouw. Ingram vreest van niet. „We maken het grondwater op, we leven zonder permanente voorraad.”

Van al het Californische water wordt 80 procent gebruikt door de landbouw. In de Central Valley slurpen de bomen en gewassen het water op.

Ingram vermoedt dat alleen hogere prijzen voor water tot gedragsverandering en tot meer duurzame landbouw zullen leiden. Maar de noodtoestand heeft nog niet geleid tot grootschalig overheidsoptreden.

Dat past niet in de Amerikaanse traditie, waar regelgeving op een zo lokaal mogelijk niveau is geregeld. In plaats van dwingende regels uit te vaardigen is een tv-presentator ingeschakeld om de mensen tot bewust watergebruik te manen.

Wel heeft vorige week de volksvertegenwoordiging een baanbrekend wetsontwerp aangenomen over de strategie van grondwatermanagement.

Dat klinkt bureaucratisch en volgens tegenstanders is het dat ook: ambtelijke nonsens die het boeren en consumenten nog moeilijker zal maken. Maar gouverneur Jerry Brown van Californië, die de wet zal ondertekenen, ziet het als een manier om waterconsumptie beter te reguleren en reservoirs te beschermen.

Je kunt ook zeggen: Californië doet het goed dankzij de droogte

Je kunt het ook positiever zien. Zoals Jay Lund doet, een milieukundig ingenieur die eveneens is verbonden aan de Universiteit van Californië. Hij wijst erop dat droogte niets nieuws is. Het klimaat is altijd warm en droog geweest, daardoor produceert de staat de beste wijn en knoflook.

In vergelijking met „landen met eenzelfde klimaat” doet Californië het volgens hem goed. „We hebben een bloeiende economie, een grote en een jonge bevolking, een productieve landbouwsector en we hebben enorme natuurgebieden die we goed beschermen.”

In de Middellandse Zeeregio, Zuid-Afrika en Australië – met min of meer vergelijkbaar weer – is die combinatie ondenkbaar, zegt Lund. „Ik wil niet zeggen dat we perfect bezig zijn. Maar we doen het wel goed.”

De landbouw slokt het meeste water op, maar het economische belang daarvan is niet essentieel voor de op zeven na grootste economie ter wereld. Het bruto binnenlands product (bbp) van Californië komt slechts voor 5 procent van de agrarische sector.

Als het door de stijgende waterprijs onmogelijk wordt de sinaasappelteelt rendabel te houden, kan het zijn dat de landbouwsector krimpt of naar nattere streken verhuist. Lund maakt zich geen zorgen: „In economische zin is de branche niet cruciaal.”

Het mooie weer is wel kostbaar. Dit jaar verliest de economie naar schatting 1,67 miljard euro, op een bbp van ruim 1.400 miljard. In de landbouwsector gaan 17.000 banen verloren. De drie grootste waterreservoirs zijn nog maar voor eenderde deel gevuld, zodat sommige gemeenten water per vrachtwagen moeten invoeren.

Lund blijft laconiek. „Elke generatie heeft een stevige droogte nodig. Dat houdt ons scherp.” Het vermogen zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden is volgens hem door en door Amerikaans en Californisch. „Dit is echt niet fataal.”