Dichter Gerrit Kouwenaar overleden

In zijn woonplaats Amsterdam is vandaag de dichter Gerrit Kouwenaar overleden, zo meldt zijn uitgever Querido. Kouwenaar is 91 jaar oud geworden. Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 1923) maakte deel uit van de Vijftigers, de experimentele groep dichters die de Nederlandse vleugel van de Cobragroep vormde, en was redacteur van het tijdschrift Podium. Naast zijn oorspronkelijk oeuvre

Gerrit Kouwenaar in 1997 (Foto ANP)

In zijn woonplaats Amsterdam is vandaag de dichter Gerrit Kouwenaar overleden, zo meldt zijn uitgever Querido. Kouwenaar is 91 jaar oud geworden.

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 1923) maakte deel uit van de Vijftigers, de experimentele groep dichters die de Nederlandse vleugel van de Cobragroep vormde, en was redacteur van het tijdschrift Podium.

Naast zijn oorspronkelijk oeuvre maakte Kouwenaar vertalingen van toneelstukken van onder anderen Brecht, Weiss, Sartre en Pinter. Voor deze vertalingen kreeg hij in 1967 de Martinus Nijhoff Prijs.

Gerrit Kouwenaar publiceerde talloze dichtbundels, die werden verzameld in Gedichten 1948-1978 en in Helder maar grijzer. Gedichten 1978-1996. De tijd staat open (1997) werd bekroond met de VSB Poëzieprijs, Totaal witte kamer (2003) met de Karel van de Woestijne-prijs en de KANTL-poëzieprijs.

In 2005 schreef hij de Gedichtendagbundel Het bezit van een ruïne.

In het najaar van 2008 verscheen Vallende stilte, een keuze uit eigen werk ter gelegenheid van zijn vijfentachtigste verjaardag.

In het voorjaar van 2009 kreeg Kouwenaar de Meesterschapsprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In 1970 was hem al de P.C. Hooftprijs toegekend, in 1989 werd hij bekroond met de Prijs der Nederlandse Letteren.

Querido zegt te “rouwen om een dierbare schrijver, een fenomenale dichter, die decennialang aan de uitgeverij verbonden was”.

Vorig jaar augustus, toen Kouwenaar zijn negentigste verjaardag vierde, kozen collega’s van de dichter een favoriet Kouwenaar-gedicht uit. Ilja Leonard Pfeijffer koos voor ‘Men moet’. Onder het gedicht volgt het commentaar van Kouwenaar zelf.

Men moet

Men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis
nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen

men moet nog boodschappen doen voor het donker
de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder

men moet de zonen nog moed inspreken, de dochters
een harnas aanmeten, ijswater koken leren

men moet de fotograaf nog de bloedplas wijzen
zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen

men moet nog een kuil graven voor een vlinder
het ogenblik ruilen voor zijn vaders horloge –

Kouwenaar:

“Dit geldt als een klassiek gedicht, zelfs Gerrit Komrij heeft er eens een aardig stuk over geschreven. Het staat in alle bloemlezingen. Een gedicht als dit liet ik vaak maanden of een halfjaar liggen omdat drie woorden me niet bevielen. Tot ik dacht: dit is het. Precies dat is het moment dat ik nu niet meer heb. Dus publiceer ik niets meer. Als ik in een optimistische bui ben, schrijf ik wel. Een tijd geleden heeft een vriend een nieuw lint voor mijn typmachine gekocht. Ik heb veel aanzetten. Maar als ik het dan teruglees, denk ik: ik heb het zelf geschreven, maar het lijkt wel een imitatie.”

In 2003 maakte regisseur Frodo Terpstra de documentaire Gerrit Kouwenaar: Totaal witte kamer. De documentaire is helaas niet meer online beschikbaar. Wel is er een interview met Hans Keller te zien, waarin over de documentaire wordt verteld:

En in het volgende fragment draagt Kouwenaar het gedicht ‘In de boomgaard’ voor:

Hier ook een documentaire van Cultura over Kouwenaar, gemaakt naar aanleiding van diens 85ste verjaardag: