Detroit moet op sollicitatiegesprek

Detroit is de eerste grote Amerikaanse stad die faillissement voor zichzelf moest aanvragen. De stad heeft een schuld van 18 miljard dollar. Deze week begon de rechtszaak over het plan om Motor City te redden van de ondergang.

Deze zaal van het Fort Wayne Hotel is typerend voor het verval van Detroit. Foto Corbis

Zijn onderuitgezakte houding doet anders vermoeden, maar de komende weken heeft rechter Steven Rhodes het lot van de stad Detroit in handen: hij moet oordelen over een plan om de failliete stad van de ondergang te redden.

Dinsdag begon de rechtszaak in Detroit. Keurt Rhodes het reddingsplan goed, zei advocaat Bruce Bennett namens Detroit, dan is de stad gered. Keurt hij het af, dan zijn de gevolgen volgens Bennett niet te overzien. „Dan komt Detroit er misschien nooit meer bovenop.”

Detroit was veertien maanden geleden de eerste grote Amerikaanse stad die faillissement voor zichzelf moest aanvragen. Een diepe vernedering voor Motor City, de thuisbasis van de drie grote Amerikaanse autobedrijven – Ford, General Motors en Chrysler. Een halve eeuw geleden woonden er nog bijna twee miljoen mensen. Sindsdien zette het verval in. De branche leed onder hevige concurrentie uit Azië.

Nu wonen er nog maar 700.000 mensen, van wie ruim eenderde onder de armoedegrens leeft. Eén op de drie huizen staat leeg. In wijken op loopafstand van de rechtbank staat de helft leeg. Hele straten zijn overwoekerd. Grote vrijstaande huizen staan leeg, en zijn alleen nog maar een vage herinnering aan de tijd dat Detroit een welvarende middenklasse had.

Vorig jaar had Detroit een schuld van 18 miljard dollar (13,5 miljard euro). De pensioenen van tienduizenden inwoners stonden op het spel, evenals de internationaal gerenommeerde kunstcollectie van het Detroit Institute of Arts, met werken van onder meer Van Gogh en Pieter Brueghel. Schuldeisers riepen op kunst te verkopen, zodat zij hun geld konden krijgen.

De staat stelde een crisismanager aan, Kevyn Orr, die een herstelplan van ruim duizend pagina’s schreef. Volgens dat plan, betoogde advocaat Bennett, zijn de pensioenen én de kunstcollectie gered. Hiervoor is ruim 800 miljoen dollar nodig.

Rijke donoren moeten het doen

Dat geld moet komen van rijke donoren, zoals miljardair Dan Gilbert, een in Detroit geboren zakenman die veel investeert in de stad. Dankzij nog meer schenkingen, een financiële injectie van de staat Michigan en drastische bezuinigingen moet de totale schuld met ruim 7 miljard dollar dalen, en komt er bovendien 1,5 miljard vrij voor investeringen in de publieke sector.

Afgelopen maanden onderhandelde Orr met de vakbonden bovendien over lagere pensioenen. De bonden gingen akkoord. De kunstcollectie hoeft niet verkocht te worden, maar het museum is verplicht fondsen voor gepensioneerden te werven. „Een rare constructie”, geeft woordvoerder Pam Marcil toe. „Maar het is een garantie dat de collectie niet verkocht wordt.”

Marcil wandelt langs de enorme muurschildering Detroit Industry (1933) van Diego Rivera, de trots van het museum. Het staat symbool voor Detroits industriële gloriedagen. „Inwoners van Detroit zijn zo trots op hun kunst, dat ze in 2012 voor een vrijwillige belasting hebben gestemd om de collectie te redden”, zegt ze. „We moeten volgens het nieuwe reddingsplan nog 20 miljoen dollar zien te werven.”

Maar het reddingsplan is er nog lang niet. Grote schuldeisers, zoals banken en verzekeraars, liggen dwars. Volgens hen is er niet overlegd en is er onvoldoende garantie dat alle schulden terugbetaald worden. De stadsadvocaten stellen daar tegenover dat het misschien niet allemaal fraai is, maar dat de stad in ieder geval gered is.

Veel burgers betalen de rekening niet

Een nog groter probleem is de sociale onrust in Detroit. Om inkomsten terug te winnen, is de stad veel strenger geworden tegen burgers die hun rekeningen niet betalen.

Volgens het waterbedrijf betaalt bijna de helft van de gezinnen niet. Hierdoor liep de dienst vorig jaar 90 miljoen dollar mis. De laatste maanden sluit de gemeente water af bij honderden gezinnen. Er was, zegt de gemeente, „een cultuur van wanbetaling ontstaan”.

Nicole Hill (42), een alleenstaande, Afro-Amerikaanse moeder van drie kinderen, is een van hen. Ze woont in een verpauperde wijk waar 40 procent van de huizen leegstaat. Acht weken zat ze deze zomer zonder water. Volgens het waterbedrijf heeft ze 5.700 dollar schuld; zij zegt dat de administratie van de dienst niet klopt. De kraan stroomt tijdelijk weer, maar kan elk moment weer worden afgesloten. „Het is afschuwelijk om elke dag bij de buren te vragen om te mogen douchen.”

Nicole Hill zegt dat het harde optreden van de gemeente één ding bewijst: burgers moeten in het nieuwe reddingsplan de prijs betalen van decennialang gemeentelijk wanbeleid. „Ze pakken niet de banken aan, of corrupte politici. In plaats daarvan gaan ze achter de 90.000 gezinnen aan die hun water niet op tijd kunnen betalen.”

Volgens juristen neemt Detroit een gok met het plan om de stad te redden. Ten eerste geeft de stad veel autonomie in handen van derden: geldschieters, bedrijven en filantropen. Detroit drijft al decennia op de goede wil van mensen als Dan Gilbert. Na San Francisco (704 dollar per inwoner) is Detroit met 603 dollar per inwoner de stad die de afgelopen tien jaar het meeste geld van filantropen kreeg.

Daarbij is nog onduidelijk of het wettelijk mag, en of de stad een toekomst heeft met dit plan. „Detroit moet op sollicitatiegesprek”, zei Detroits raadsman Bennett half grappend. Naar verwachting doet de rechter begin oktober uitspraak.