De vastgoedinspecteurs meten graag gebouwen door - en dat niet alleen

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: De afsluiting van de cursus ‘Conditiemeting Gebouwen’ voor vastgoedinspecteurs - in Kasteel Oud-Poelgeest in Oegstgeest.

Wie: Docent Johan Smit, organisator Mark Leenaers, onderhoudsinspecteur Michiel Teenstra, onderhoudsinstructeur – in – opleiding Arjan Mak en nog 28 cursisten.

Een vrouw! Hoe is díe hier binnengekomen? Twee paar verbaasde ogen richting de verslaggever. Een handdruk - gekneusde pink. Een bulderlach. “Ik ga even wat te drinken halen voor mij en Arjan”, zegt Michiel Teenstra – vastgoed-onderhoudsinspecteur. Een klap tegen de schouder van zijn medecursist. “Whiskey-cola?” Arjan Mak, onderhoudsinspecteur in opleiding, knikt. “Staat genoteerd. En een colaatje-GHB voor mevrouw, komt eraan.”

Vier drukke dagen

Mak haalt verontschuldigend zijn schouders op. Drie nachten slapen op het landgoed van Kasteel Oud-Poelgeest doet wat met je. Het waren vier drukke dagen, verklaart hij. “We hebben lessen gevolgd over hoe je een conditiemeting doet van gebouwen. Brandveiligheid enzo. Het Nederlands Normalisatie-Instituut heeft daarvoor officiële richtlijnen opgesteld.” Vastgoedinspecteurs die over een NEN-certificaat beschikken, komen een stuk makkelijker aan opdrachtgevers, weten ze.

Woningbouwcorporaties bijvoorbeeld, die willen weten hoe het gesteld is met de fundering van hun panden. Of particulieren die op het punt staan een huis te kopen en twijfelen over de dakbedekking van hun toekomstige woning.

Veel geleerd

Teenstra komt aangerend met drie glazen, deelt ze uit (“geintje-geintje-geintje, hè, kun je gewoon drinken”) en steekt een sigaret op. “Goeie cursus; kost 4.500 euro maar dan heb je ook wat. Veel geleerd.”

Dat ze de gebouwen van hun opdrachtgevers volgens de NEN-richtlijnen met een cijfer tussen de één en de zes moeten beoordelen – aan de hand van een boekwerk aan criteria. Teenstra: “Eén: alles in orde – zes: rijp voor de sloop.”

Dat alles relatief is. Mak: “Kijk. In Spanje of Portugal worden weer heel andere eisen gesteld aan de conditie van zo’n gebouw. Daar is het een rommeltje, eigenlijk. Afgebladderde verf, slechte dakbedekking. Maar daar zitten ze niet mee.”

En dat er geen vrouwelijke onderhoudsinspecteurs deelnemen aan NEN-cursussen in Oegstgeest. Balen. Teenstra zucht. “Ja, gisteravond zat hier een meisje in de hotellobby. Maar die was wel erg jong.” Een trek van zijn sigaret. Ze hebben wel meteen even de conditiemeting op haar losgelaten. Het viel tegen. “Niet dat het een zes was hoor, maar ook zeker geen één.”