‘Alice’ en ‘Rotgod’: ontroerende voorstellingen die troost brengen

Vergankelijkheid, loslaten en troost; die thema’s worden op theaterfestival Cultura Nova in Heerlen kernachtig aangeroerd in prikkelende ervaringen op onverwachte locaties.

In Alice van Toneelgroep Maastricht loopt iedere toeschouwer in zijn eentje door een verzorgingstehuis. De stem van Ali Ben Horsting leidt je via een koptelefoon langs kamers die iedere vier jaar wisselen van bewoner. De stem wordt zo nu en dan onderbroken door die van ‘Alice’, verdwaald in de tijd, verdwaald in het tehuis. Andere bewoners vertellen dat ze ‘bejaard’ een raar woord vinden, zich nog 25 voelen, maar al 81 zijn.

In de gemeenschappelijke ruimte zing je mee met ‘Och was ik maar bij moeder thuis gebleheven’. En overal ruikt het zoals het in verzorgingstehuizen ruikt: schoon en muf tegelijk. Ben je in het begin nog gewoon een bezoeker, op afstand, aan het eind voert Alice je naar dat ene moment in het leven dat iedereen zal meemaken: het afscheid van wie je bent geweest. De voorstelling brengt dat op een ontroerende manier dichtbij.

Minder persoonlijk, maar niet minder ontroerend is de jeugdvoorstelling Rotgod van Hoge Fronten. In een leegstaande, met graffiti bespoten kerk ontmoeten twee vrienden elkaar na 25 jaar om een beetje gitaar te spelen. Maar wat als olijke reünie was bedoeld, ontaardt in een wezenlijke discussie over God, geloven en de pijnlijke bijkomstigheden van het leven. De een wíl geloven, de ander gelooft pertinent niet.

Met deze twee kibbelende vrienden, een vanzelf spelend orgel en een zwerfster in een vuilniszak die best eens God zou kunnen zijn, („Vreemd betekent niet dat ’t niet waar is”), zet regisseur Lieke Benders vele vanzelfsprekendheden over geloven, religie en ‘het goede leven’ op losse schroeven. Ze houdt er maar eentje overeind: Als geloven in die ‘Rotgod’ al iets doet, dan is het troosten. En: „Dat helpt. Nou ja. Een beetje.”