De eerste Africa Fashion Week in Amsterdam

„En dan komt nu Stephanie het podium op om iets te vertellen.” … „Stephanie?” … „Eh, Stephanie is er niet, hoor ik net, we gaan door met….”

Er ging nogal wat mis tijdens de eerste editie van Africa Fashion Week Amsterdam, die dit weekend werd gehouden in het World Fashion Centre in Amsterdam. Behalve de afwezigheid van een aantal al dan niet aangekondigde sprekers, duurde het beide dagen erg lang voor het programma begon, waren er wel te veel pauzes (eufemistisch ‘netwerkbreaks’ genoemd) en de speeches tussen die tussen de shows door werden gehouden vaak te lang.

Het programma werd voortdurend omgegooid, op alle twee de dagen werden dezelfde tussenacts opgevoerd en tot vervelens toe de sponsoren opgenoemd. En, de meest gehoorde klacht: er was, op visbroodjes en vleespasteitjes na, niets te eten te koop.

Toch was het modeweekend op de eerste plaats een leuk initiatief, een kans eens kennis te maken met een andere kijk op mode dan we in Nederland gewend zijn. Een strakkere organisatie, een locatie met wat meer sfeer, en de Nederlands-Afrikaanse modeweek zou kunnen uitgroeien tot een bijzonder mode-evenement.

In Londen is al vier jaar een Afrikaanse modeweek

Dat er buiten Afrika een Afrikaanse modeweek wordt gehouden is overigens niet nieuw. In Londen is al vier jaar een Afrikaanse modeweek. Dit jaar waren er in Berlijn en Stockholm Afrikaanse modedagen, Parijs heeft een Black fashion week en binnenkort is in Brussel Afrikaanse mode te zien. De Nederlandse editie was een idee van de in Kameroen geboren Diana També, die sinds twee jaar een eigen modemerk heeft: Black Pearl’s Secret.

De organisatie was in handen van de Turkse zakenman Aydin Acik, die een aantal modellen van zijn eigen bureau in Kenia naar Amsterdam had laten komen. Nollywood-acteur Ramsey Nouah praatte de tweede dag aan elkaar, bijgestaan door – wonderlijke keuze – een hoogblond Nederlands model.

Westerse mode kan niet meer zonder Afrika, betoogde in Congo geboren en in Nederland wonende schrijver en journalist Alphonse Muambi zondagmiddag in zijn toespraak. „Italiaanse mode is voorbij.” Als bewijs noemde hij de Britse ontwerper Paul Smith, die zich volgens Muambi laat inspireren door de sapeurs, de Congolese dandy’s.

Het is niet zo dat Smith jaarlijks naar Congo afreist: hij heeft in 2009 een mannen- en een vrouwencollectie gemaakt die waren geïnspireerd door een boek over de sapeurs. Maar hij is natuurlijk lang niet de enige die naar Afrika heeft gekeken – weinig modeontwerpers die de stijl van het continent niet minstens een keer hebben laten terugkomen in hun werk. Yves Saint Laurent maakte al de jaren zestig al een op Afrika gebaseerde collectie. Maar behalve respect voor Afrikaanse stijlen en cultuur levert dat Afrika uiteindelijk weinig op. Dat geldt eigenlijk ook voor de stoffen van Vlisco, het Helmondse bedrijf waarvan de wax-stoffen razend populair zijn in West-Afrika, en tegenwoordig ook met toenemende mate in Europa. Alleen de Afrikaanse handelaren die ze ter plekke verkopen, verdienen daar aan.

Afrika economisch laten profiteren

De bedoeling van de Afrikaanse modeweken is Afrika economisch te laten profiteren van Afrikaanse modetrends. Dat klinkt makkelijker dan het is. De beste collectie die op de modeweek te zien was, kwam van de Nigeriaanse Farida Musa Halliru, maar haar jurken zijn wel erg specifiek Afrikaans, en dus waarschijnlijk niet geschikt voor Europese modeliefhebbers zonder Afrikaanse roots. Dat geldt in mindere voor de collectie van initiatiefnemer Diana També zelf, maar daar was het gebrek aan ervaring duidelijk aan af te zien.

Kansrijker is Nubian Collection, het merk van Nederlandse Amanda Maandag, een voormalig fotomodel dat in Mozambique woont en daar samen met een lokale kleermaker een simpele ontwerpen van kleurrijke Afrikaanse stoffen maakt, het soort kleren dat de jonge bloggers op de modeweek ook droegen. Die bloggers, en andere bezoekers (die bijna allemaal een Afrikaanse achtergrond hadden) zorgden eigenlijk voor de interessantste en inspirerendste modeshow: uitbundige lange jurken, met veel flair gedragen; kunstig gewikkelde hoofddoeken; kleurrijke pakken en originele vondsten als met Visco-stoffen versierde denim en een colbertje gemaakt van rood-blauw geblokte Masaï-dekens.

Wat maakt een merk Afrikaans?

De modeweek eindigde met een show van Patou Manga, een ontwerper uit Kameroen die woont en werkt in Parijs. Zijn rustige, klassieke westerse kleding voor mannen en vrouwen werd getoond door overwegend blanke modellen. De show was een tikje saai, maar wierp wel interessante vragen op. Wat maakt een merk eigenlijk Afrikaans? Als de ontwerper in Afrika woont of is geboren? Of moeten in een collectie de dessins en de kleuren ook voor iedereen meteen herkenbaar zijn als typisch Afrikaans? En als je op die tweede vraag ja zegt, neem je Afrikaanse mode dan wel serieus?

Misschien iets om het over te hebben bij een eventuele tweede editie.

Initiatiefnemer Diana També aan het einde van haar show. Foto boven: Arriz Golden

Nubian Collection

De studio van onlinezender Fashion Afrik

Vertegenwoordigers van de Nigeriaanse ambassade

Blogger Khady Sow

Farida’s atelier

 

Bekijk hier een fotoserie over sapeurs, de Congolese dandy’s, bij The Guardian .