‘35 procent van de docenten ervaart antisemitisme’

Minister Jet Bussemaker afgelopen zondag in Buitenhof

illustratie martien ter veen

De aanleiding

Minister Jet Bussemaker (PvdA) sprak zondag bij Buitenhof haar zorg uit over antisemitisme in het onderwijs. „35 procent van de leraren zegt wel eens te maken te hebben met antisemitische opmerkingen”, aldus de minister.

Waar is het op gebaseerd?

Een jaar geleden rapporteerde Bussemaker dit cijfer al aan de Kamer; het was gebaseerd op een rapport uit 2013 van onderzoeksbureau Panteia.

En, klopt het?

Panteia voerde het onderzoek uit onder 937 leraren maatschappijleer, geschiedenis en godsdienst. Het gaat dus niet om alle leraren; de onderzoekers hebben voor deze drie vakken gekozen omdat ze verwachtten dat de kans op antisemitische voorvallen bij lessen in die vakken groter zou zijn.

De onderzoekers geven aan dat antisemitisme een omstreden begrip is: wetenschappers hebben onenigheid over wat het nu precies inhoudt. Daarbij is het ook nog eens moeilijk vast te stellen of er daadwerkelijk antisemitisme ten grondslag ligt aan voorvallen die op die manier worden ervaren. Daarom zeggen de onderzoekers dat het rapport gaat over ‘voorvallen met een antisemitische connotatie zoals waargenomen door docenten in het voortgezet onderwijs’.

Voor het onderzoek werd aan de deelnemers gevraagd hoe vaak zij te maken hadden gehad met ‘grievende opmerkingen over Joden of bagatellisering van de Holocaust’. 34 procent van deze leraren bleek dat één of enkele keren per jaar of per maand te hebben meegemaakt; 1 procent had er zelfs één of enkele keren per week of dagelijks mee te maken. In totaal dus 35 procent. Overigens ligt dit percentage lager dan in het vorige onderzoek naar antisemitisme op middelbare scholen: in 2004 had nog 50 procent van de docenten hier ervaring mee.

Volgens het rapport klopt Bussemakers cijfer dus, afgezien van het feit dat het volgens de minister om alle leraren ging, en Panteia alleen docenten van bepaalde vakken ondervroeg. Als het klopt dat in die vakken vaker antisemitische incidenten voorkomen, zou het percentage voor alle leraren dus iets lager moeten liggen.

Maar er is nog iets wat opvalt aan het onderzoek. De onderzoekers maken onderscheid tussen verschillend ervaren vormen van antisemitisme, zoals beledigingen in de context van voetbal en van het Midden-Oosten. Het meest werden Joden beledigd in de context van voetbal, blijkt uit een tabelletje: 40 procent van de 937 leraren zegt dit wel eens te hebben meegemaakt. Hoe kan het dat dit percentage boven het totaal van 35 procent ligt?

Lennart de Ruig, een van de drie auteurs van het Panteia-rapport, legt uit dat dit komt doordat leraren allemaal hun eigen idee hebben van wat ‘grievende opmerkingen tegen Joden’ inhouden. Volgens sommigen vallen opmerkingen in de context van voetbal daar wel onder, volgens anderen niet. Sommige docenten zien het dus niet als antisemitisme wanneer Feyenoorders Ajacieden in hun klas voor Jood uitschelden.

Dit maakt het onderzoeksresultaat wat minder stevig: blijkbaar hangt de uitslag van de enquête af van wat docenten precies verstaan onder antisemitisme. En we weten niet welke verschillende interpretaties de docenten hebben gebruikt.

Daar komt nog bij dat je je kunt afvragen of ‘beledigende opmerkingen in de context van voetbal’ als echt antisemitisme moeten worden opgevat.

Conclusie

Volgens onderzoeksbureau Panteia heeft 35 procent van de docenten geschiedenis, godsdienst en maatschappijleer in het voortgezet onderwijs wel eens te maken gehad met antisemitische voorvallen. Bussemakers cijfer klopt dus, behalve dat zij sprak over alle leraren. Nog een nuance: doordat niet alle ondervraagde leraren dezelfde definitie hanteren van antisemitisme (volgens sommigen vallen beledigende opmerkingen in de context van voetbal er wel onder, volgens anderen niet), had het cijfer ook hoger of lager kunnen uitvallen. Daarbij kun je je afvragen of 'beledigingen van Joden in de context van voetbal’ überhaupt onder antisemitisme vallen. Vanwege deze kanttekeningen beoordelen we de uitspraak als half waar.