Welcome to app-city

In San Francisco worden constant nieuwe apps ontwikkeld én uitgeprobeerd. De laatste trend: instant gratification. Ofwel: apps die je op je wenken bedienen.

Illustratie Boudewijn van Diepen

De hond moet worden uitgelaten, de was is al een week niet gedaan. En oh ja, vandaag was ook de laatste dag om je shirt terug naar de winkel te brengen.

Probleem? Stress? Niet in San Francisco, het epicentrum van nieuwe technologie. Alles is op te lossen met een paar drukken op de smartphone. Via een app bestel je een maaltijd – binnen een kwartier staat er een bezorger voor je deur. Je regelt een hondenoppas via de app Rover, de was laat je ophalen door iemand via de app Washio. Via klusjesapp Taskrabbit vraag je iemand om het shirt terug te brengen, en ondertussen bestel je een Uber-taxi om je naar je afspraak te rijden. In de taxi open je Opentable om een plekje in die populaire bar te reserveren, en je arriveert volledig ontstresst (en een paar tientjes lichter) bij je afspraak.

‘There’s an app for that’ – nergens geldt dat meer dan in San Francisco. Wat Milaan is voor mode, Londen voor de financiële wereld en Amsterdam voor drugs, is San Francisco voor tech en nieuwe apps. Niet alleen omdat alle grote techbedrijven daar gevestigd zijn, ook door alle kleinere startups die proberen het te maken. Op de startup-site AngelList staan in San Francisco meer dan zevenduizend startups geregistreerd.

De nieuwste trend onder deze startups zijn apps die het leven makkelijker maken. Instant gratification wordt deze trend genoemd. De eerste plek waar deze apps logischerwijs worden uitgeprobeerd, is in de stad zelf. Wat nú in San Francisco bedacht en getest wordt, zal bij succes wereldwijd worden uitgerold. Denk aan verhuursite Airbnb en datingapp Tinder, die in San Francisco begonnen en nu ook in Nederland populair zijn.

„Het liefst probeer ik iedere week een paar nieuwe apps uit”, zegt de 23-jarige appontwikkelaar Stan Rosenthal uit San Francisco. „Onder vrienden is het soms een wedstrijd wie als eerste iets nieuws heeft geprobeerd.” Zijn verhuizing naar een ander deel van de stad regelde hij volledig via apps. Verhuisdozen huurde hij via Boxbee en het sjouwen deden ingehuurde jongens van Taskrabbit.

Ook op zijn werk maakt hij voortdurend gebruik van apps. Zo gebruikt hij een paar keer per week de maaltijdenbezorgdienst SpoonRocket, als hij geen zin heeft om achter zijn computer vandaan te komen. Dat bedrijf heeft overal in de stad autos rondrijden, zodat als iemand een maaltijd bestelt vrijwel direct een bezorger voor de deur kan staan.

Goed voor je netwerk

Rosenthal gebruikt niet alleen apps om vervelende klusjes uit te besteden, maar ook om zijn sociale leven te organiseren. Zo is hij vanavond op bezoek bij Samantha Cheung. Zij heeft haar huis opengesteld via Feastly, een startup die dinertjes aan huis faciliteert. Samantha kookt Chinees, mee-eten kost 33 dollar en iedereen kan zich inschrijven. Aan een lange tafel hebben zich vijftien mensen verzameld, schalen met rijst, champignons en kip met hete pepertjes worden doorgegeven. De mensen kennen elkaar niet, maar dat is juist het idee. „Er komen veel mensen uit de startup scène op af, dat is interessant voor mijn netwerk”, vertelt Rosenthal.

Een van de laatste apps uit de instant-gratification-trend is Push for Pizza: met één druk op de knop een pizza laten bezorgen. En Zeel en Unwind.me, die op afroep een professionele masseur met massagetafel laten voorrijden. En Eaze, een bedrijfje dat 24 uur per dag marihuana aan huis bezorgt. Bijzonder spannend voor de inwoners van San Francisco, waar medisch gebruik van marihuana net is gelegaliseerd.

Maar startups komen lang niet altijd met een nieuw idee. Als iets aanslaat, zijn er binnen een mum van tijd bedrijfjes die werken aan een net andere of betere versie. „Een goed lopende app is juist een aanmoediging om iets soortgelijks te proberen”, zegt Rosenthal. „Dan weet je dat er een markt voor is.”

Er zijn ook grenzen

De impuls om alles efficiënter te maken kan ook doorslaan. Washboard kon bijvoorbeeld tot de nodige gefronste wenkbrauwen rekenen. Deze startup levert kwartjes aan huis, voor de wasmachines. Handig, als het laten ophalen van de was een te dure optie is. Maar echt goedkoop is het nou ook weer niet, want een rolletje kwartjes ter waarde van 10 dollar laten bezorgen kost 15 dollar. Tsja.

De app MonkeyParking leidde zelfs tot grote publieke verontwaardiging. Deze app liet publieke parkeerplaatsen in San Francisco door particulieren verhuren aan de hoogste bieder. Het werd ook wel de ‘oprot-app’ genoemd: als je op de app aangaf dat je geparkeerd stond in een populaire wijk als Mission, boden mensen wel 25 dollar voor je plek.

De stad heeft MonkeyParking en twee vergelijkbare apps inmiddels verboden. Want geld verdienen aan publieke middelen, dat mag niet. MonkeyParking beriep zich op vrijheid van meningsuiting: ze verhuurden de parkeerplaats immers niet direct, maar gaven alleen (tegen betaling) informatie waar een parkeerplaats vrijkwam.

De gemeente was niet onder de indruk: „Het is als een prostituee die geen seks verkoopt, maar alleen informatie over haar bereidheid om seks te hebben”, aldus de advocaat.

Komen al deze apps die het leven makkelijker maken straks ook naar Nederland? Waarschijnlijk niet. Doorgaans redden de meeste startups het niet; volgens de Harvard Business School mislukt zelfs drie van de vier. Critici spreken bij de instant gratification-trend van een door investeerders opgeblazen, ‘only in San Francisco’-bubbel, waarbij het koren nog van heel veel kaf gescheiden moet worden.

De komende jaren moet duidelijk worden welke van de genoemde apps aanslaan bij het grote publiek en een verdienmodel hebben dat zich leent voor internationale uitbreiding. Tot die tijd vermaken de early adopters in San Francisco zich met het uitproberen van steeds weer nieuwe apps. Als iets aanslaat, zijn er al snel bedrijfjes die werken aan een net andere of betere versie