Tekenlijnen zijn als geesten

De medeoprichter van studio Ghibli regisseert eindelijk weer eens zelf

Hij wilde de film eigenlijk niet maken, zegt Isao Takahata over The Tale of Princess Kaguya. „De Heianperiode in de Japanse geschiedenis, rond het jaar 1000, interesseert mij niet echt.” Het klinkt verrassend uit de mond van de man die samen met Hayao Miyazaki een eigen animatiestudio oprichtte omdat ze het beu waren compromissen te sluiten. Hoewel de 78-jarige Takahata altijd in de schaduw bleef van zijn beroemde medeoprichter van studio Ghibli, oogstte hij zelf wereldfaam met het hartverscheurende Grave of the Fireflies (1988), over twee wezen die proberen te overleven tijdens de nadagen van de Tweede Wereldoorlog.

Takahata: „Voor ik Ghibli oprichtte, werkte ik bij een animatiestudio waar in een democratische bui aan alle medewerkers werd gevraagd een plot in te schrijven voor een animatieversie van Het verhaal van de bamboesnijder, een traditionele vertelling”, zo verduidelijk Takahata zijn opmerking. Ieder kind in Japan kent het verhaal over een bamboesnijder die op een dag in het bamboebos een duimgrote prinses vindt. Het origineel focust op de belevenissen van het bloedmooie prinsesje en haar ouders. En op de edellieden die de prinses tot hun echtgenote willen maken. Takahata wilde echter uit de doeken doen waarom de prinses die van de maan afkomstig is naar de aarde is gestuurd, en waarom ze uiteindelijk niet terug wil naar de maan. Takahata: „Dat wilde de studio toentertijd niet. De film werd nooit gemaakt. Maar acht jaar geleden schoot me wat ik toen had bedacht opnieuw te binnen.” Zijn Ghibli-collega’s reageerden enthousiast, maar vonden dat hij de film zelf moest regisseren. Takahata: „Dat was nooit mijn bedoeling.”

Toen twee andere projecten waaraan hij werkte op niets uitdraaiden, ging hij overstag. Westerse kijkers ontgaan de inhoudelijke aanpassingen van het traditionele verhaal grotendeels, het is de ambachtelijke tekenstijl van Princess Kaguya die wereldwijde lof oogst.

Terwijl Kaguya’s vader verblind raakt door de mogelijkheid van een lucratief huwelijk, zien we op de achtergrond de seizoenen vervliegen via aquareltekeningen van de Japanse flora en fauna. Takahata: „Ik probeer in de film levensvreugde uit te drukken. En dat bepaalde zaken in het leven niet verlopen zoals je wilt, maar dat dat deel is van de ervaring.” Op lofuitingen op de tekenstijl reageert de regisseur bescheiden: „Ik teken niet zelf, ik vertrouw op het talent van medewerkers zoals Osamu Tanabe en Kaguo Oga.”

Maar de regisseur blijkt wel een hand te hebben in enkele opvallende stijlbreuken in de film. Wanneer Kaguya haar stedelijke paleis wil ontvluchten veranderen de speelse lijnen en pasteltinten, in donkere, ruwe, haast expressionistische schetsen. Takahata: „De gewelddadige tekenstijl in die scène had ik eerder bedacht, voor een filmproject met veel een-op-eengevechten. Ik besefte dat de lijnvoering waarmee je gewelddadige acties uitbeeldt, efficiënt kan zijn om gewelddadige gevoelens te verbeelden.” De regisseur legt uit dat in zijn thuisland meer aandacht wordt geschonken aan de lijnvoering in animatiefilms dan in het Westen. Takahata: „Met dikkere of dunnere penseelstreken geef je lijnen een specifieke energie, een geest. Dat is iets waar we in Japan en China, waar ook geschreven wordt met penselen, bewuster van zijn.” Het is een onderwerp waar Takahata graag over praat: „In animatiefilms moet je niet proberen de realiteit weer te geven, maar – door beroep te doen op het geheugen en de verbeelding van de kijker – een wereld laten zien die ‘verborgen’ zit achter de tekeningen. Met alledaagse potloodlijnen verlies je de kracht om dat te doen.”

Alles wijst erop dat The Tale of Princess Kaguya de laatste film is die Takahata zal regisseren. Zelf wil de filmmaker daar niet op ingaan en ook vragen over de toekomst van animatiestudio Ghibli laat hij onbeantwoord. Maar de directie van de studio kondigde onlangs wel een ‘time-out’ aan van nieuwe producties en Miyazaki heeft, als generatiegenoot van Takahata, wel aangekondigd met pensioen te zullen gaan.

Dat laatste kwam Takahata niet helemaal slecht uit, voor het eerst kon hij voor een van zijn eigen films samenwerken met Joe Hisaishi, die verantwoordelijk is voor de muziek van talrijke Ghibli-klassiekers. Takhata: „Ik ken Hisaishi goed sinds ik als producent meewerkte aan Nausicaä of the Valley of the Wind maar wilde niet tussen zijn band met Miyazaki komen. Nu die heeft aangegeven zijn laatste film te hebben gemaakt, durfde ik Hisaishi te vragen voor een van mijn eigen projecten.”