Portugal dreigt een sterfhuis te worden

Nergens in Europa worden zo weinig baby’s geboren als in Portugal. De regering wil het tij keren, maar heeft geen geld. Is Portugal in 2204 leeg?

Foto Thinkstock

Door de pastelkleurige ziekenhuisgangen echoot het schrille gehuil van pasgeboren baby’s. Met acht vrouwen en acht baby’s samengepakt op één kraamzaal en drie kraamzalen aan één gang, is het nimmer stil in deze hoek van het Alfredo Costa-hospitaal in Lissabon. Maar in de tegenovergelegen vleugel van Portugals belangrijkste verloskundige ziekenhuis is het nu doodstil: deze werd recent gesloten, bij gebrek aan baby’s.

Portugal beleeft een geboortedip. De trend is al enige jaren gaande, maar kreeg extra vaart tijdens de economische crisis. Na drie jaar bezuinigen en hervormen op last van de trojka van ECB, IMF en Brussel heeft Portugal het laagste geboortecijfer van heel Europa. Ook nu dit programma half mei formeel is afgelopen, dreigt op middellange termijn een demografische ramp. Niet alleen worden er te weinig baby’s geboren, vooral mensen in de vruchtbare leeftijd verlaten massaal het land, op zoek naar werk. De achterblijvende bevolking krimpt en vergrijst. Portugal dreigt een sterfhuis te worden.

„Jonge mensen die vandaag de dag besluiten in Portugal een kind te krijgen, zijn helden”, stelt Ana Campos, hoofd van de kraamafdeling. Ze begon ruim dertig jaar geleden in het ziekenhuis, nu heeft ze het rustiger dan ooit. „Begin jaren tachtig werden hier gemiddeld elke dag dertig kinderen geboren. Intussen zijn dit er tien.”

Dankzij immigranten bleef het aantal geboortes nog enigszins op peil, zegt Campos. Buitenlanders krijgen doorgaans jonger kinderen en ook meer, terwijl autochtonen steeds langer wachten. Gemiddeld krijgen vrouwen hun eerste kind nu met 29,3 jaar. Campos: „Dat uitstel leidt tot een toename aan complicaties rond de zwangerschap en bevalling. En veel meer vruchtbaarheidsbehandelingen. We zien dat Portugese vrouwen met moeite een eerste, laat staan een tweede kind krijgen.”

Tweelingen

Dit is ook terug te zien in haar ziekenhuis. Op de gedeelde kraamzalen is zeker de helft van de kersverse moeders van buitenlandse komaf. Op de afdeling neonatologie, waar de te vroeg geboren baby’s in zoemende couveuses op privékamers liggen, zijn de ouders nagenoeg allemaal Portugees. Op het prikbord is bijna de helft van de kaartjes van tweelingen: het resultaat van vruchtbaarheidsbehandelingen.

Portugezen stellen hun gezinsplannen zo lang uit, zegt Campos, „omdat de crisis hen belet een zekere toekomst op te bouwen”. De jeugdwerkloosheid is met dertig procent twee keer zo hoog als de algemene werkloosheid. Onder druk van de trojka is de arbeidsmarkt flexibeler gemaakt. Werkgevers kunnen soepeler en goedkoper ontslaan. Salarissen zijn verlaagd. In theorie moet dit bedrijven stimuleren jonge mensen vaste contracten te geven. Maar vooralsnog zijn de nieuwe banen die gecreëerd worden, bijna allemaal in deeltijd en tijdelijk.

„Ik weet dat een baan voor het leven niet meer van deze tijd is”, zegt Diogo Lacerda, die werkt als programmeur van videogames. „Maar het andere uiterste is de baan voor een week, zoals veel van mijn leeftijdgenoten nu hebben.”

Zelf heeft hij een jaarcontract. Maar het bedrijf waarvoor de 28-jarige Portugees werkt is jong en soms moet hij een paar maanden wachten op zijn loon. Bovendien vreest hij zijn werk te verliezen zodra hij volgend jaar geen aanspraak meer kan maken op een subsidie voor starters op de arbeidsmarkt. „Dan ben ik voor mijn baas alweer te duur en te oud. En voor mij genoeg anderen.”

Zijn vriendin werkt bij een Duits bedrijf, als een soort stagiaire. „Wij kunnen dus nooit een huis kopen, want de bank zou ons nooit een hypotheek geven. En huurwoningen zijn te duur.” Laat staan dat ze samen al aan kinderen denken. „Zodra zij zwanger zou raken, zouden ze haar ontslaan.”

Elke maand heeft hij wel een afscheidsfeestje van een vriend die emigreert. Naar Engeland, Schotland, Duitsland, Nederland. Vooralsnog is er pas één ook weer teruggekeerd. „Die was naar Spanje gegaan. Niet zo slim van hem.” Ook hij heeft het met zijn vriendin regelmatig over emigreren. „Ik kan als pizzakoerier in Edinburgh meer verdienen dan als programmeur hier. Natuurlijk heeft dit werk mijn passie en houd ik van mijn land. Maar ik kan hier niks opbouwen.”

Voltijd doorbetaald krijgen

De regering riep dit voorjaar een commissie in het leven die het babytekort moet gaan onderzoeken. In juli kwam zij met aanbevelingen. Meest in het oog springende voorstel: jonge moeders die in deeltijd willen gaan werken, zouden de eerste jaren voltijd doorbetaald moeten worden. Ook moeten crèche- en schooltijden beter op bestaande werkroosters aansluiten.

Premier Pedro Passos Coelho noemde het onderwerp van „cruciaal belang” voor de verzorgingsstaat. „Dit is een uitdaging die ons allemaal aangaat.” Maar hij gaf niet aan waar het geld voor de maatregelen vandaan moet komen.

Maria Filomena Mendes, voorzitter van de Nationale Vereniging van Demografen, is sceptisch. „Elke overheidsmaatregel is welkom, het echte probleem is de arbeidsmarkt. Het werk is te precair en te schaars, wat een klimaat van onzekerheid schept. En dat zie ik niet snel veranderen.”

Ook is de afgelopen jaren fors bezuinigd op crèches, die nu duur en schaars zijn. Veel jonge ouders moeten bij de zorg van hun kroost terugvallen op opa en oma. „Maar door alle bezuinigingen gaat er juist minder geld naar kinderopvang.”

Ook de trojka had weinig aandacht voor het toen al lage geboortecijfer, toen ze Portugal drie jaar geleden een hervormingsprogramma oplegde. Mendes: „Zij keken alleen naar macro-economische cijfers, niet naar het land erachter. Dit onderwerp had duidelijk hun aandacht niet. Zowel de regering als de trojka heeft dit effect onderschat.”

De bevolkingsdaling leidt in het toch al melancholisch ingestelde Portugal tot sombere beschouwingen. Zo rekende de nationale weekendkrant Expresso onlangs voor dat als de krimp in dit tempo doorzet, Portugal in 2204 leeg zal zijn. Als het niet eerder is. Want, verklaart de krant: „Het gaat om een tendens die ertoe neigt te verslechteren en zichzelf te voeden. Een land zonder inwoners is als een woestijn. En afgezien van enkele uitzonderingen droomt niemand ervan in een woestijn te leven.”

Volgens demograaf Tomáš Sobotka van het Weens Instituut voor Demografie staat Portugal er vergeleken met andere EU-landen zeker beroerd voor. Maar demografische trends kunnen ook makkelijk omslaan. Zo deden over Spanje in de jaren negentig ook doemscenario’s de ronde. Totdat de economie rond de eeuwwisseling onstuimig begon te groeien en het land in tien jaar ruim vijf miljoen migranten opnam.

Intussen vertrekken ook zij weer met honderdduizenden, waardoor Portugals grote buurland nu jaarlijks een half miljoen mensen verliest. „Maar voorspellingen over wie de laatste Portugees of Spanjaard wordt die het licht uitdoet, zijn echt puur entertainment.”