Overal zilvervisjes, zelfs in het glas water. Bah

Vestia is eigenaar van 975 van de 1.600 huizen in de wijk. En over die huizen zijn veel Spoorwijkers ontevreden. Dus klagen ze. Over tocht, krakende traptreden en de nieuw geverfde voordeur.

Klagen over de huisvesting: „Vestia komt er bij mij niet in. Die krijgen een trap onder hun bips.” Foto Peter de Krom

Door elke wijk lopen wel een paar gevoelige zenuwen. Hondenpoep. Kapotte fietsen. Verslaafdenhostel. Grofvuil.

Spoorwijk heeft ze ook. Begin over betaald parkeren, dan is de onvermijdelijke reflex: „1,70! NSB’ers! Ze zouden hun ouwe moer nog een bekeuring geven!”

Begin over de Polen en je hoort dat die nu, eigenhandig, voor alle problemen in de wijk zorgen. Een Spoorwijkse vuist in een Pools gezicht is allang geen noviteit meer.

Maar de zenuw in Spoorwijk die open en bloot ligt is Vestia – eigenaar van 975 van de 1.600 huizen in de wijk. Geef er een tikje op, en de spieren verharden zich onmiddellijk.

In de wachtruimte van het Vestiakantoor aan de Dr. Lelykade in Scheveningen staat een plukje buurtbewoners. Drie autochtonen, drie van Turkse afkomst, twee van Javaans-Surinaamse. B517, welkom bij Vestia staat op het bonnetje. Het is vijf over drie. De sfeer is gemoedelijk, maar de groep is vastberaden.

„We gaan niet weg voor we een afspraak hebben”, zegt een bewoner tegen een baliemedewerker.

Om half vier komt een meisje de trap af uit het kantoor boven. „Jullie moeten eerst het klachtenformulier invullen en een reactie afwachten per brief. Als het klachtenformulier in het systeem staat, kunnen jullie een afspraak maken.”

De bewoner die het woord voert: „We zijn niet op oorlogspad.”

Meisje: „Het wordt wel een individuele afspraak.”

Bewoner: „We komen met z’n allen. Sommigen van ons spreken slecht Nederlands.”

Meisje: „Dit is wat ik te horen kreeg.”

Bewoner: „We willen een gesprek. We hebben het niet breed.”

Het meisje steekt haar handen in de lucht: „Ik ben maar het boodschappenmeisje.”

Eén van de bewoners in de wachtruimte is Marie, moeder en oma en uitbaatster van een Javaans eethuisje in Rotterdam. Zij moet, net als acht andere huishoudens uit de Rudolf van Brammenstraat en Vosmaerstraat in Spoorwijk, onterecht ontvangen huurkorting terugbetalen aan Vestia. Die was door de huurcommissie toegewezen wegens gedoe met het ventilatiesysteem en de warmtepomp, waardoor er schimmel was en hitte en ze allemaal niet lang genoeg konden douchen.

Duizenden euro’s kregen ze, ze waren er samen van uit eten geweest bij restaurant Centraal, wel vijftig euro de man. Maar de maandag erop stonden twee mannen in Marie’s tuin, met tien kilo papierwerk op de tuintafel.

Ja, Vestia had hen gewaarschuwd. Leg die korting apart, die moet je straks terugbetalen. Maar ze hadden, zeggen ze, het geld nodig om de huizen op te knappen, zo vochtig als die waren, overal zilvervisjes, zelfs in het glas water naast het bed, bah. En toen oordeelde de rechter dat de korting echt terug moest. 7.200 euro, in één klap. Dat heeft Marie niet liggen, dat heeft niemand liggen. Daarom willen ze nu een afspraak om een regeling te treffen.

Het meisje gaat het boven nog even vragen. Ze komt neeschuddend terug. „Eerst het klachtenformulier, dan een reactie, dan, eventueel, een gesprek.”

Bewoner: „Ik heb donderdag negen klachtenformulieren op de bus gedaan.”

Meisje: „Die zijn wel binnen, maar staan nog niet in het systeem.”

Bewoner: „We hebben drie keer een brief geschreven. We willen een gesprek.”

Ze gaat het nog een keer vragen.

Waterpokjes

Wat is de relatie tussen een woningbouwvereniging en haar huurder? Je denkt: die van een commercieel bedrijf en een mondige klant. Bevalt je huis niet, dan zoek je toch een andere aanbieder?

Maar zo is het niet.

Ontevreden Spoorwijkers verkassen niet snel – waar kunnen ze heen? Dus klagen ze. Wie in de oudbouw woont over tocht, verfschilfers en krakende traptreden. Zet Vestia de voordeur een keer strak in de lak, dan zien de kritische bewoners altijd wel „putjes” en „waterpokjes.” De verhouding met Vestia is soms zo slecht dat er politie mee moet. Een bewoner: „Vestia komt er bij mij niet in. Die krijgen een trap onder hun bips.”

Het gedrag van ex-topman Erik Staal zit veel Spoorwijkers ook niet lekker. Hij met z’n miljoenen in een villa op Bonaire, zij in deze tochtige huisjes – en dan huurverhoging durven vragen? Zijn vertrekpremie is niet de reden dat sommigen hun huis uitwonen of illegaal onderverhuren, maar het geeft hun wel een excuus. Feit is dat de renovatie van de 117 oude arbeidershuisjes in het hart van Spoorwijk was uitgesteld wegens de financiële malaise bij Vestia.

In de nieuwbouw klagen ze ook. Maries huis is het resultaat van een grootscheepse opknapbeurt van Spoorwijk: 1.300 kleine arbeidershuisjes vol probleemgezinnen maakten plaats voor 750 stuks frisse nieuwbouw, plus stadspark. Het aanzicht van de wijk knapte op, notoire broeinesten verdwenen. Een deel werd omgebouwd tot een strook onspoorwijkse hoogbouw bij het spoor, maar in de laagbouw, waar Marie woont, vinden bewoners het gezelliger.

Maar er is van alles mis. De ventilatie maakt een takkeherrie, er staat schimmel op de plafonds en de energierekening is onverklaarbaar hoog. Er komt een bewonersgroep, ‘Effe Puffe? Liever Niet!’ die de media zoekt met een waslijst aan technische mankementen en bijbehorende gezondheidsklachten.

Uit een inventarisatie blijkt op elk adres in de Vosmaerstraat en de Van Brammenstraat wel een medisch probleem te bestaan: vermoeidheid, migraine, neusbloedingen, astma, cholesterol, depressie, zelfs een kind dat aan de puffer moet.

Vestia pakt – na jaren inertie, de woordvoerder geeft het zelf toe – de problemen aan. Maar Marie is niet tevreden. Het vocht en de beestjes zijn niet weg. „En we kunnen maar dertig minuten douchen. We wonen hier met z’n zessen!” Zij weet niet hoe die Hollanders over hygiëne denken, maar zij douchen gewoon twee keer per dag. Haar man: „Zeven minuten was het advies. Maar wat als ik net m’n kind heb ingeshampood?” Tegen de glazenwasser die bij de buren aan het werk is: „Hey, gebruik jij niet ook te veel water?” Ze lachen.

Marie begrijpt dat ze verloren heeft, al snapt ze niet waarom de huurcommissie haar wél en de rechter haar géén gelijk gaf. Kan iemand haar dat nou eens uitleggen? Want ze heeft net duizenden euro’s in haar eethuisje geïnvesteerd, en nu dreigt Vestia met deurwaarders en huisuitzetting. „Negen gezinnen, dat kunnen ze toch niet doen? We zijn één schip, we moeten door.”

In het Vestiakantoor, kwart voor vier. Het meisje daalt de trap weer af. „We wachten toch het klachtenformulier af.”

De bewoners: „Wij blijven hier.”

En dat doen ze, tot vijf politieagenten hen er om half zes uitzetten.