Column

Superleuke ‘jihad’-familie

Hij wijst naar het veldje waar ze voetbalden. Michel Jermias uit Huizen kent zijn jeugdvriendje Mourad M., nu bekend als ‘de jihadist’, sinds ze vier jaar oud waren. Michel was een beetje de leider van de buurt. Nu werkt hij als diskjockey. Mourad draaide ook een tijdje, voor de lol.

„ISIS? Doe normaal!”

Vrijdag nam de politie Mourad en zijn Nederlandse vrouw mee uit hun woning, omdat er „sterke aanwijzingen” zouden zijn dat zij met hun vijf kinderen op weg waren naar het kalifaat van de Islamitische Staat.

Verderop arresteerden ze nog een ander echtpaar met vermeende jihadplannen. Die hebben één kind; Mourad en zijn vrouw hebben er vijf. De oudste is pas negen jaar. Allemaal zitten ze nu in pleeggezinnen, voor drie maanden onder toezicht van jeugdzorg, ook als de ouders worden vrijgelaten. Volgens een woordvoerder wil De Raad voor de Kinderbescherming eerst uitzoeken of het „gedachtengoed” van de ouders niet gevaarlijk is voor de kinderen – een in een vrij land nogal opmerkelijke gang van zaken.

Er staan doorzonwoningen rond het trapveldje, het type waarmee dertig jaar geleden half Nederland is volgebouwd. De straten hebben Hollandse scheepvaartnamen; in de huizen wonen Nederlanders van Surinaamse, Nederlandse, Marokkaanse, Molukse en Turkse afkomst allang gezellig samen.

Zoals Nino Pattikawa, muziekdocent en overbuurman van Mourad. Mourads zoontje, bijnaam Lucky, speelde met Nino’s zoon en kwam wel tv kijken. Nino’s dochter Kyara (11), net uit school, roept uit de grond van haar hart: „En ook die ouders waren zó lief.”

Mourads ouders keerden terug naar Marokko, waarna Mourad het huis overnam. Michel Jermias was al jaren weg. Maar deze zomer trok hij, op zoek naar een beter huis, even bij zijn ouders in. Kwam hij zijn jeugdvriend dus weer tegen.

„Hé, Míes!” riep Mourad.

„Jézus!” riep Michel.

Geen baardmans in jurk hoor, of zo. Juist helemaal dezelfde gebleven. Kletsten ze wat, over belletje lellen, en tikkertje in de flat verderop vroeger, waar het eigenlijk niet mocht.

Mourad had strenge ouders, net als Michel trouwens, want hij is zelf Moluks. Nederland heeft zijn opa en oma „verschrikkelijk bedonderd”, dus Michel kan zich wel inleven in het tweederangs gevoel van Marokkanen. Toch is hij opgevoed „zoals het hier hoort”, en zo deden de ouders van Mourad het ook.

Thea Kikkert, paar huizen verderop, gaf Michel en Mourad als kind al snoepjes, want zij is tante Thea voor de buurt. Ze laat haar buffet zien, en het mandje toffees, nu voor de kinderen van Mourad en vriendjes. „Dan komen ze zogenaamd ‘cadeautjes’ brengen voor snoep, zoals een steen”, lacht Thea. „Zo lief! En nu zijn we ze kwijt!”

Tante Thea, zegt Nino Pattikawa, draagt Israël een warm hart toe. Daarom staat die grote David-achtige ster in haar tuintje.

„Maar als je nou echt een jihadist bent. Dan laat je je kinderen bij zo’n huis toch geen snoepjes vragen?”

De spontaniteit is er wel af rond het veldje, nu zo’n „superleuke” Marokkaanse familie misschien van de ISIS is. Iedereen hoopt dat het niet klopt.

„Maar dat”, zegt Nino, „maakt wat hier gebeurd is dan wel óók heel eng”.