Kennelijk is er opdracht gegeven mij te vernietigen

In januari pleegde Arthur Gotlieb zelfmoord. Vrijdag verschijnt het dagboek dat hij schreef over de tegenwerking die hij ondervond bij zijn werkgever de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), onder redactie van NRC-redacteuren Joep Dohmen en Jeroen Wester. Een voorpublicatie.Gotlieb schrijft in deze passage over het jaar 2013. Hij werkt dan onder unitmanager ‘Auke’.

Kent u de rotstekeningen van de Neanderthalers? Daaruit spreekt meer fijnzinnigheid dan de e-mails van mijn superieur. Vol ongeloof over wat ik lees, heb ik de neiging om even om de hoek te kijken, in zijn kantoor. Of daar soms een holenmens heeft plaatsgenomen en zich toegang verschaft tot zijn pc. Maar telkens blijkt Auke [zijn naam en de namen van andere chefs zijn gefingeerd, red.] zelf achter het toetsenbord te zitten.

Als opzichter of ploegbaas voelt Auke zich kennelijk het beste in zijn element. Een projectleider zei tegen mij: ‘Auke is gewend een heel juniorteam aan te sturen.’ Het vervelende is dat als ik echt uitsluitsel over iets nodig heb, Auke mijn e-mails niet beantwoordt.

(…)

Sinds 2010 komt bij mijn beoordeling allerlei onverwachte vuiligheid uit de lucht vallen. Elk jaar een verrassingsoverval kan ook een sleur worden. Ditmaal ben ik daarop voorbereid.

Auke geeft mij een onvoldoende eindscore bij de Beoordeling 2013. Dit is de resultante van twaalf onvoldoende deelscores. Vorig jaar waren het drie. Noch in het formulier, noch uit het gesprek blijkt enige plausibele motivering. (...)

Met recht meen ik te kunnen stellen dat Auke mij een serie mokerslagen uitdeelt. Kennelijk heeft hij de opdracht gekregen om mij te vernietigen. Een andere verklaring is er niet. Waarom is er geen andere verklaring? Deze onvoldoende eindscore is de eerste in mijn veertien dienstjaren bij de NZa. Bij een trendbreuk hoort een deugdelijke motivering, zou je zeggen. Evenmin als Auke lijkt te weten dat er zoiets bestaat als inspanningsverplichting en zorgplicht, onderbouwt hij de onvoldoende deelscores niet met enige aannemelijke motivering.

Kennelijk staat Auke er niet bij stil dat twaalf onvoldoende deelscores nogal onwaarschijnlijk is. Hij stopt gewoon met nadenken. Dergelijk gedrag is alleen te begrijpen van iemand die zich volledig gedekt voelt door de hogere managementlagen. Iemand die handelt in opdracht.

Voordat ik zal ingaan op de Beoordeling 2013, schets ik enkele omstandigheden die mij van belang lijken. Met enige relativering, om het voor u en voor mijzelf niet loodzwaar te maken.

In het leven zijn er verschijnselen die de mens maar nauwelijks kan bevatten. Bijvoorbeeld het poollicht. Het poollicht is een lichtverschijnsel in de aardatmosfeer dat bij duisternis kan worden waargenomen. Ook bij onze afdeling doen zich verschijnselen voor die het menselijk verstand te boven gaan. Het gaat hierbij echter om minder lumineuze fenomenen. Aangezien de omgeving voldoende obscuur is, zijn zij toch te onderscheiden.

Over de atmosfeer op de afdeling hebt u al het een en ander gelezen. Anders dan de medewerkers, betonen de leidinggevenden zich geen grote lichten. Mocht daarover nog een restant twijfel bij u bestaan, kan ik de annalen lichten en een aanvullend rijtje stupiditeiten neerleggen. Aangezien het kaliber daarvan het effect op uw humeur niet zal missen, meen ik er verstandig aan te doen deze in het goede vat te laten. Graag blijven wij immers zo vrolijk mogelijk onder de omstandigheden.

In de wereld van de afdelingsdirecteur is het prima wanneer zijn unitmanagers hun werk niet doen. Geen reactie geven op wat dan ook. Afdelingschef Thom liet dat na, chef Vera vertrouwt geen letter aan de mail toe en haar huidige opvolger Auke reageert nergens op. Welcome to the club van angsthazen. Kennelijk volgen de unitmanagers hun Grote Voorbeeld. Een mail van de afdelingsdirecteur aan mij bestaat niet.

De narigheid is dat ik een goed geheugen heb. In een bezwaarprocedure is dat uiteraard onwelkom voor betrokken leidinggevenden. Echter, een verrassing kan het niet zijn. Zo schrijft een collega in november 2011 over mij: ‘Het eerste waar ik bij Arthur aan moet denken is zijn gestructureerde manier van werken. Dit komt onder andere tot uiting in het feit dat hij zelfs de oudste beleidsregels en nota’s enz. weet te vinden die voor anderen onvindbaar zijn.’

Wat ik in mijn mars heb, zou na veertien dienstjaren toch duidelijk moeten zijn. Tenzij je de rolluiken dichttrekt en de deur sluit. Daarbij e-mails met vragen niet beantwoordt en signalen van collega’s negeert. Oei, oei, hoe oliedom kan iemand zijn. Wie nooit wil luisteren krijgt nu veel voor zijn kiezen. Daar kan ik maar tot op beperkte hoogte medelijden mee hebben. Temeer daar elke proeve van bekwaamheid genegeerd werd of hard onder tafel geschoffeld. Met een acceleratie sinds 21 september 2010.

Misschien denkt u: Arthur heeft een fotografisch geheugen. Dat heb ik niet. Helemaal niet zelfs. Een telefoonnummer kan ik nog geen vijf minuten onthouden. Wat kan ik dan wel? Nadenken bijvoorbeeld. Methodisch werken. Doelen pinpointen die niemand lijkt te zien. En nog iets anders: de werkelijkheid beschrijven als een haarscherpe foto.

Het is zo jammer allemaal. Als de directeur bonussen zou krijgen voor zijn blunders, kan hij vandaag gaan rentenieren. De directeur had de tijd en energie die ik besteed aan het beschrijven van zijn strapatsen, ook kunnen aanwenden in zijn voordeel. Ik was immers toch op kantoor. Dan had er nu een fraaie analyse kunnen liggen over de zorgfraude, om maar eens wat te noemen. Die gelegenheid heeft hij niet te baat genomen.

Het heeft er alle schijn van dat wat zich eenmaal in het hoofd van de afdelingsdirecteur heeft vastgezet, kan uitgroeien tot een dwanggedachte. Met de apocalyptische gevolgen van dien. Voor de zorgconsument, voor de reputatie van de NZa, voor de portemonnee van de NZa en voor individuele medewerkers. Ach, ik vergeet nog iemand. Zijn eigen baas. Die stelt zijn kansen om ooit een lintje in de wacht te slepen in de waagschaal met deze brokkenpiloot onder zich.

De ellende aan mijn kant duurt al jaren. Immers, wie een goed geheugen heeft en de gebeurtenissen kan interpreteren, krijgt onvermijdelijk grote problemen in zijn hoofd. Veel deductie is er trouwens niet voor nodig. De feiten liggen er gewoon. Hoe blijf ik overeind? Met een sterk karakter en inname van antidepressiva. Driemaal daags met een glas water. Dank u wel directeur.

(…)

Het door de leden van het managementteam vertoonde gedrag sinds 2007 heeft bij mij voor grote stress gezorgd.

Daar bovenop kwam dat de ijver waarmee unitmanager Victor mij eruit probeerde te werken, de doorslaggevende aanleiding was voor mijn doktersbezoeken en medicijngebruik sinds 29 september 2010. Met ingang van dat moment heeft mijn huisarts de negatieve effecten van de werkomstandigheden op mijn gesteldheid nauwkeurig gedocumenteerd in mijn patiëntendossier. Ik ben nu ruim drie jaar aan de antidepressiva, met als unieke oorzaak het intimiderende gedrag van de werkgever. Sinds de afkondiging van de reorganisatie in 2010 heeft het managementteam de psychische druk alleen maar opgevoerd, terwijl ik mijn werk goed bleef doen. Een titanenstrijd. Mijn dokter heeft veel respect voor mij en is geschrokken van de op mij toegepaste gemeenheid.

Van een werkgever mag worden verwacht dat hij er alles aan doet om te voorkomen dat iemand schade oploopt in werktijd. Echter, met een onwrikbare starheid heeft het managementteam geen moeite gespaard om mijn positie moedwillig te verzwakken. De tactieken en praktijken die daarbij zijn gebruikt, kunnen gerust gekenschetst worden als verbeten en meedogenloos. Daarbij zijn normen overschreden die bedoeld waren om mij te beschermen.

Ik voel mij dan ook behoorlijk toegetakeld. Door het handelen van mijn leidinggevenden ben ik in mijn waardigheid aangetast. Bij herhaling is een voor mij vernederende of kwetsende situatie veroorzaakt. Wanneer ik heldere signalen afgaf bijna onder de werkdruk te bezwijken, kreeg ik extra werk toebedeeld. Door mij geuite gevoelens zijn categorisch genegeerd. Mijn zelfvertrouwen heeft een knauw gekregen en ik ben aan de rand van instorting gebracht.

Het managementteam heeft mij de facto gedwongen om dit tijdrovend bezwaarschrift op te stellen, ter verdediging van mijzelf. Dat was emotioneel belastend en heeft een zware wissel getrokken op mijn vrije tijd en gevoel van welbevinden. De door mij ervaren beschadiging werkt door in mijn dagelijks leven. Herhaalde stressoren kunnen mensen meer kwetsbaar maken. Negatieve consequenties zijn dan ook te verwachten voor mijn toekomst. Zowel mijn mensbeeld als gevoel voor eigenwaarde heeft het ernstig te verduren. Daarnaast heb ik een verschraald curriculum vitae, wegens aantoonbaar weinig professionele ondersteuning in vergelijking met collega’s. Al het vorenstaande werkt traumatisch en havent een mens.

Omdat mijn vader drie jaar ondergedoken zat in Gouda en Amsterdam lukte het hem om aan de vernietigingskampen te ontsnappen, samen met zijn ouders. De rest van de familie is omgekomen. Hij ziet nu hoe zijn zoon kapot gemaakt wordt door mensen, die lijken te handelen volgens het principe: Ich habe nur die Hacken zusammengeschlagen und “Jawohl” gesagt. Mijn vader was tot zijn pensionering docent piano aan het conservatorium in Groningen. Hij is nu op leeftijd. Ik merk dat hij het niet aankan als ik over mijn beoordeling vertel. Dat maakt mij intens verdrietig. Zijn vader kreeg als Rijksaccountant een ridderorde; zijn zoon twaalf onvoldoendes. Ik weet niet hoe ik hiermee om moet gaan.