‘In tien jaar niet zoveel brandhaarden als nu’

Dat zei het hoofd internationale hulpverlening van het Rode Kruis vorige week in het AD

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Het Rode Kruis zit in grote geldnood vanwege het ongekend aantal brandhaarden in de wereld. Dat zei Juriaan Lahr, hoofd internationale hulpverlening van het Rode Kruis, vorige week in het Algemeen Dagblad. „Ik heb dit in de tien jaar dat ik het werk doe nog nooit meegemaakt”, zei Lahr over het aantal conflictgebieden in de wereld. „Als we overal ons werk naar behoren willen doen, zijn nog honderden miljoenen euro’s nodig.” Als voorbeelden noemt hij geweld in Syrië, Oekraïne en Irak, problemen in Afghanistan, Zuid-Soedan en de Centraal-Afrikaanse Republiek en moordpartijen in Nigeria. „Daarbovenop zijn er nog tientallen kleinere rampen die het nieuws vaak niet halen, maar waar wel hulp moet worden geboden.” De noodkreet van Lahr kreeg aandacht op grote Nederlandse nieuwssites en in landelijke kranten, maar is die ook terecht?

En, klopt het?

De laatste keer dat het Rode Kruis een dergelijke oproep deed, was in 1995. Ook toen zei het Rode Kruis door het grote aantal conflicten voor de „onmogelijke keuze” te staan tussen oorlogsslachtoffers in het ene of het andere gebied. Hoge prioriteit toen hadden oorlogen in Tsjetsjenië en Rwanda.

Tussen die oproep en 2013 is de wereld een stuk veiliger geworden, blijkt uit cijfers van het gerenommeerde onderzoekscentrum Uppsala Conflict Data Program (UCDP) in Zweden, dat sinds de jaren zeventig het aantal conflictgebieden wereldwijd monitort. Voor het UCDP is een conflictgebied een gebied waarin twee partijen een gewelddadige strijd met elkaar voeren waarbij minstens 25 doden per jaar vallen. Van dat soort gebieden waren er in de begin jaren negentig meer dan 50. In 2013 waren er 33. Het aantal zware conflicten – waarbij meer dan duizend mensen omkwamen – nam zelfs met 80 procent af.

Vergeleken met twintig jaar geleden zijn er minder brandhaarden, maar het is lastiger om dat voor de afgelopen tien jaar te bepalen. Het hoogste aantal conflicten op hetzelfde moment was 37, in 2011. In 2012 waren dat er 33, maar actuele cijfers voor 2014 heeft het UCDP nog niet. Wel duidelijk is dat er iets is veranderd dit jaar.

De gevechten in Oekraïne, Gaza en rond de Islamitische Staat (IS) moeten nog aan de statistieken toegevoegd worden. En dan is er nog het oplaaiende geweld in Libië, Nigeria, Mali. Zo kan het aantal conflicten in 2014 weleens hoger uitkomen dan vorig jaar. En de humanitaire schade die de gevechten aanrichten lijkt groter.

De Verenigde Naties sloegen in juni al alarm. Volgens de VN zijn er voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog meer dan 50 miljoen vluchtelingen en asielzoekers op de wereld. En het kwam nooit eerder voor dat er vier conflicten zijn van schaal drie, het ernstigste humanitaire noodscenario van de VN. Twee regio’s waar niveau drie al gold zijn Syrië (10,8 miljoen mensen in humanitaire nood, 6,5 miljoen gevlucht) en de Centraal Afrikaanse Republiek (2,2 miljoen mensen in nood, bijna een miljoen mensen gevlucht). Dit jaar kwamen daar twee conflicten bij. In februari Zuid-Soedan, waar bijna vier miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben en een miljoen mensen hun huis hebben verlaten. Half augustus kwam het geweld rond IS in Irak daarbij.

Conclusie

Het is niet met zekerheid te zeggen dat het aantal conflictgebieden in de wereld op dit moment het hoogste in tien jaar is. Er zijn dit jaar weliswaar grote conflicten uitgebroken, maar zijn kleinere conflicten nog steeds groot genoeg om ze mee te tellen? Zeker is dat er voor het eerst in tien jaar vier zware conflicten tegelijkertijd zijn. En niet eerder in het afgelopen decennia was de roep om humanitaire hulp zo groot als nu. We beoordelen de stelling daarom als grotendeels waar.