Het gaat iets beter met de natuur

Maatregelen om natuur te herstellen lijken hun vruchten af te werpen.

Met sommige soorten gaat het beter, met andere juist slechter. [1] De otter: volgens de cijfers gaat het beter, volgens de experts is het herstel nog broos.[2] De klapekster: broedt niet meer, maar overwintert wel. [3] De huismus: afgenomen in aantallen, maar niet in de gevarenzone.[4] De gevlekte witsnuitlibel: met stip gestegen.[5] De boomkikker: komt steeds vaker voor.[6] Klein slijkgras: verdwenen uit het Nederlandse landschap. Foto’s Thinkstock, ANP

Goed nieuws voor natuurliefhebbers: het gaat iets beter met de flora en fauna in Nederland. De toename van bedreigde plant- en diersoorten is in de afgelopen twintig jaar tot een stop gekomen en met sommige soorten gaat het zelfs iets beter. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor dit onderzoek verzamelde het CBS gegevens over bijna 1.800 verschillende planten- en diersoorten.

Veel soorten kwamen in de voorgaande decennia in de problemen door de vernietiging van hun leefgebied. In de afgelopen twintig jaar zijn er maatregelen getroffen om de natuur te herstellen en die lijken nu hun vruchten af te werpen. Een woordvoerder van het CBS houdt daarbij nog wel een slag om de arm. „We weten niet zeker of er een direct verband is. We weten bijvoorbeeld wel dat de verbeterde waterkwaliteit een toename van het aantal libellen tot gevolg heeft gehad.”

Het gaat ook iets beter met de zoogdieren, de otter is hier een schoolvoorbeeld van. Het dier verdween eind jaren tachtig uit het Nederlandse landschap, maar doet het sinds de herintroductie in 2002 zo goed, dat het niet langer op de lijst van bedreigde diersoorten staat. Ecoloog Hugh Jansman (Universiteit Wageningen), die betrokken was bij de herintroductie, reageert verbaasd. „Dat lijkt me te voorbarig, er zijn nog maar zo'n 130 otters in Nederland.”

Met de dagvlinders en amfibieën gaat het daarentegen niet goed. Uitzondering daarop is de boomkikker. Broedvogels zien we in Nederland iets vaker. De purperreiger is hier een goed voorbeeld van. De welbekende huismus is daarentegen een minder vaak geziene gast, al zit deze nog niet in de gevarenzone.

Natuurorganisaties zijn blij met het nieuws, maar willen niet te vroeg juichen. Staatsbosbeheer ziet het als een kleine verbetering. „Eén op de drie soorten wordt in Nederland bedreigd, het is zeker geen jubelverhaal.” Een woordvoerder van Natuurmonumenten deelt die mening. „We mogen nu niet achterover gaan leunen. We hebben veel moeten investeren, maar doen het globaal nog steeds erg slecht wat biodiversiteit betreft.”