Gortsalade met peterselie en granaatappelpitten

Parelgort is rondgeslepen, gepelde gerst en één van de vele vergeten granen die tegenwoordig zo ongelofelijk hip zijn. Diana Henry maakt er in haar boek Food from Plenty een eenvoudige, maar smaakvolle salade mee. Volgens de auteur kun je de granaatappelpitten eventueel vervangen door geweekte gedroogde zure kersen of cranberry’s. Maar het seizoen voor granaatappelpitten begint toevallig net, dus waarom zou je? De variant die Henry geeft met spinazie en paddenstoelen is ook interessant. Minder fris, maar juist een beetje najaarsachtig.

Doe de gort in een pan en giet er ruim water bij. Breng aan de kook, draai het vuur laag en laat de gort in ca. 30 minuten beetgaar pruttelen. Het is goed als de korrels nog steeds een beetje bite hebben; de smaak blijft dan nootachtig. De gort moet niet zo lang koken dat hij romig wordt en er zetmeel vrijkomt.

Laat uitlekken en voeg de gewone olijfolie plus zout en peper toe. Zo blijft de gort smeuïg. Ik wacht daarna met mengen tot de gort is afgekoeld, anders nemen de korrels ladingen vinaigrette op. Vermeng de afgekoelde gort met de overige ingrediënten, voeg zo nodig nog wat zout en peper toe en serveer.

Variatie: Gortsalade met spinazie en paddenstoelen. Kook de gort als hierboven. Bak 225 gram paddenstoelen, in plakjes, in 15 gram boter tot ze mooi verkleurd en vrij droog zijn. Voeg zout en peper toe en schep de paddenstoelen door de gort, samen met 75 gram jonge spinazie, gesneden of gescheurd, plus balsamicoazijn en extra vergine olijfolie zoals boven.