Filmmaker Roy Andersson zet zijn camera stil in een absurdistische wereld

De film A Pigeon Sat on a Branch, Reflecting on Existence van de Zweedse filmmaker Roy Andersson draaide gisteren op het 71e filmfestival in Venetië. Het enthousiasme was groot. Wat kenmerkt die films?

Een still uit A Pigeon Sat on a Branch (2014). Screenshot Cine maldito

Een treurige, vermoeide oude man in een chique kantoor. In de ene hand een pistool, in de andere een ouderwetse telefoon. Hij luistert en prevelt soms wat in de hoorn. Ja, ja. En dan: “Ik ben blij te horen dat het zo goed met je gaat.”

Een ultiem Roy Andersson-moment. Hij is de Zweedse grootmeester van het droefkomische absurdisme. Zijn film A Pigeon Sat on a Branch, Reflecting on Existence werd gisteren op het 71ste filmfestival in Venetië, La Biennale, met groot enthousiasme onthaald.

In de krant haal ik vandaag de strenge woorden van critica Pauline Kael aan: “herhaling zonder ontwikkeling is verval”. Nu al besef ik dat het in sommige gevallen onzin is. Moet een schilder als Edward Hopper zich ‘ontwikkelen’? Moet Roy Andersson dat? Wat hij doet is uniek.

De Zweedse regisseur Roy Andersson doet nu exact hetzelfde als hij al vijftien jaar geleden deed, in You, the Living (2000) en Songs From the Second Floor (2007). Een filmtrilogie, maar eigenlijk één doorlopende film.

De trailer van You, the Living:

En Songs from the Second Floor:

Stille beelden van desolate plaatsen

Ziet u het verschil? Anderssons camera registreert al vijftien jaar bewegingloos desolate keukens, slaapkamers, bars en gangen vol gesloten deuren. Zijn kleurenpalet is miserabel groen, grijs en crème. Alles oogt extreem saai, maar vergis u niet: passagiers van een metrorijtuig kunnen zomaar, met onbewogen blik, een opera aanheffen. De 17de-eeuwse krijgsheer Karel XII kan met paard en aanhang een kroeg binnen galopperen. In Anderssons’ wereld is dat normaal.

Alleen toeschouwers hebben er lol om

Zijn helden zijn morsige, gekreukelde zakenlui die vergeefs hopen op succes. In deze film zijn dat Jonathan en Sam, een droeve Laurel & Hardy die fopartikelen verkopen: vampiertanden, een lachkussen, een masker van Oompje Eenoog - “een nieuwe artikel waar we veel van verwachten”. Ze wanen zich in de ‘entertainment-business’. Willen mensen helpen pret te hebben.

Maar de enige die pret hebben zijn wij, de toeschouwers. Voor Anderssons helden valt er niets te lachen: ze zijn eenzaam, fragiel en verloren, ze snakken naar liefde en begrip. En ze doen daar malle en treurige dingen voor. Soms richten ze zich direct tot de zaal, al kunnen wij ze niet helpen. Net zomin als al die mensen die vaak op de achtergrond zwijgend toekijken als iemand sterft, een pak slaag krijgt of zichzelf vernedert.

Een trilogie voor de eeuwigheid

Een film kost Andersson zo’n zeven jaar: zo krijgt hij zijn timing perfect. Hij priegelt het nauwkeurig in elkaar in zijn eigen studio, niks is echt. Zo wordt elke scène een vondst, elke film een meesterwerk en de trilogie iets voor de eeuwigheid. Alleen Roy Andersson maakt de tragiek van het leven zo godvergeten grappig.

Hoe hij dat betaalt? Met commercials die ook weer gewoon Anderssonfilms zijn. Zoals deze.