Elk geloof heeft ook een enge kant

De regisseur neemt fundamentalisten op de korrel in ‘Kreuzweg’. „Van orthodoxie krijg ik de rillingen.”

Pubermeisje Maria hunkert naar martelaarschap inKreuzweg.

Dietrich Brüggemann (1976) maakt films die „gemaakt moeten worden”. Hij is in Amsterdam voor de Nederlandse première van zijn op het Filmfestival Berlijn bekroonde film Kreuzweg. Het is zijn laatste stop voordat hij zich op zijn nieuwe film gaat storten: „Iets met neonazi’s. Het volkomen tegenovergestelde van Kreuzweg. Moest gebeuren.” Brüggemann praat snel en staccato. Ook het tegenovergestelde van Kreuzweg, die in veertien contemplatieve, maar niet van humor gespeende vaste camera-instellingen een modern lijdensverhaal vertelt over pubermeisje Maria, die zich wil opofferen voor het geluk van haar broertje. Ook die film ‘moest gebeuren’. Hij kreeg het idee „op de fiets” tijdens een van die „hersenstormen” tijdens het Filmfestival Berlijn „als je te veel films hebt gezien en boeken gelezen”. In dit geval las hij een interviewboek met Michael Haneke, wiens redeneertrant hem aan een jezuïet deed denken, en toen buitelden de ideeën over elkaar heen.

Hij kent de streng-katholieke Piusbroederschap waar het verhaal zich afspeelt van nabij. „Laten we zeggen dat mijn familie er in mijn pubertijd een ‘guest appearance’ heeft gehad. Op een gegeven moment was dit strenge geloof voor mijn vader aantrekkelijk om een soort verdieping aan zijn leven te geven. Na twee jaar bleek het toch niets voor hem te zijn. Voor mijn zus Anna, met wie ik mijn scenario’s schrijf, en voor mij was het geweldige research. Dat kun je als volwassene nooit meer inhalen.”

Fundamentalisten, zo omschrijft Brüggemann de katholieken in zijn film. Niet orthodox, zoals ze zichzelf noemen: „Ze beweren dat ze de ware leer verkondigen. Maar daar zijn ze niet de enigen in. Daar begint het probleem met orthodoxie al. Hoeveel waarheden kun je naast elkaar hebben? En ze beweren een hoop dingen die niet zo in de Bijbel staan. In de Piusbroederschap worden boeken uitgedeeld aan kinderen over kindermartelaren. Dat is een gevaarlijke vorm van indoctrinatie. Ik moet altijd denken aan dat Calvadosmerk waarbij ze een complete appel in een fles laten groeien. Die neemt uiteindelijk de vorm van die fles aan. Kinderen op die leeftijd zijn net zo. Je duwt ze in een mal en ze nemen de vorm aan die je ze opdringt.”

Kreuzweg gaat nadrukkelijk niet over seksueel misbruik in de kerk. „Dat onderwerp is elders al vaker aan de orde gekomen. Het celibaat zet de deur open voor mensen met een verstoorde kijk op seksualiteit. Maar je kunt veel zeggen van de Katholieke Kerk, maar niet dat ze seksueel misbruik aanmoedigt, want dat is een doodszonde. De dingen die ik in Kreuzweg laat zien zijn veel schadelijker. Alles gebeurt vanuit de beste bedoelingen. En opeens is er nog maar een dunne lijn tussen zelfmoord en opoffering, wat een enkeltje richting martelaarschap en heiligheid is.”

Hoewel niet zo opgezet („een film kan niet de hele wereld bevatten”) liggen de parallellen met andere vormen van fundamentalisme voor de hand. Brüggemann: „Of het nu de extreme islam is van nu, of Calvijn in de zestiende eeuw, het bezorgt me de rillingen. Er zit een fundamentalistische tak in elke vorm van religie, en ze hebben allemaal dezelfde agenda. Uit angst voor vooruitgang wordt alles wat kleur aan het leven geeft uitgebannen. Ik begrijp dat mensen uit angst voor de spirituele woestenij die onze postmoderne, postkapitalistische maatschappij heeft achtergelaten hun toevlucht zoeken tot religies en ideologieën die zeggen dat zij het beter weten. Het is allemaal angst. Maar het is zo hardnekkig. Soms ben ik wel eens bang dat het naoorlogse Europa tot aan 9/11 een anomalie was. En dat we nu weer terug bij af zijn.”