‘Eén JSF is even duur als een ochtendje zorg’

Deze rubriek beoordeelt elke woensdag een bewering op waarheidsgehalte. Deze week een opmerking uit De Correspondent.

Foto ANP

De aanleiding

Vergeleken met wat we aan zorg besteden, kost de JSF een schijntje – en toch zegt ons onderbuikgevoel dat we beter op die dure defensie kunnen bezuinigen. Dat was de strekking van een opmerking van Rutger Bregman vorige week in de digitale krant De Correspondent. Hij schreef: „We korten liever op cultuur of defensie, onwetende dat je met één JSF maar een ochtendje zorg kunt financieren”.

Waar is het op gebaseerd?

Bregman verwijst het bedrag dat Nederland jaarlijks aan zorg besteedt: circa 92 miljard euro. Daarvoor koop je 1.500 JSF’s, want één JSF kost 61,6 miljoen. Die berekening is helder: 1.500 maal 61,6 miljoen is 92,4 miljard.

Als we Bregman per e-mail vragen hoe hij bij dat ‘ochtendje’ kwam, rekent hij voor: „92 miljard gedeeld door 365 = 250 miljoen per dag, gedeeld door 3 (drie dagdelen) = 83 miljoen euro per ochtend”. Dat vindt hij wel „in de orde van grootte” van de kostprijs van een JSF liggen.

En, klopt het?

Als je een verschil van 20 miljoen euro overkomelijk vindt, lijkt het helder. Maar we rekenen het toch even na.

Allereerst: wat kost een JSF? De ‘prijs’ van één straaljager is problematisch, want er is nog geen winkel waar je een JSF kunt afrekenen. Het vliegtuig wordt nog ontwikkeld, en het verloop van het productieproces heeft invloed op de prijs. In maart 2010 leek een toestel 47,7 miljoen te gaan kosten, in augustus 2013 was dat opgelopen tot 68,8 miljoen. De verklaring is onder meer dat de kostprijs eerder berekend was op de productie van veel meer vliegtuigen (85 stuks) dan de 37 stuks die Defensie vorig jaar aankondigde te zullen kopen. Meer vliegtuigen bouwen drukt de stuksprijs.

Deze cijfers komen van de Algemene Rekenkamer. Hoewel zij een precieze rekenaar is, komt ze toch nog met een disclaimer als deze: „Hoewel de kostenontwikkeling van de JSF [...] relevant is, zegt ze niet zo veel over wat Nederland voor de JSF moet betalen”.

Hoe dat zit: sinds september vorig jaar raamde het ministerie van Defensie dat de aanschaf van 37 vliegtuigen zo’n 4,5 miljard euro zal gaan kosten. Dat komt, simpel berekend, neer op 121 miljoen euro per vliegtuig. Het verschil is dat in dit bedrag niet alleen de eenmalige aanschafprijs is meegerekend, maar ook de investeringen zijn meegeteld die nodig zijn voordat er een (ver)koopbaar vliegtuig is. Denk aan apparatuur en gereedschap voor onderhoud, testvliegtuigen en aanpassing van luchtbases.

Dan de zorgkosten. De jaarlijkse 92 miljard is volgens recente CBS-cijfers inmiddels opgelopen tot 94 miljard. Dat omvat alle uitgaven van overheid én particulieren. De overheid neemt daarvan 77,8 miljard voor haar rekening, volgens de Rijksbegroting 2014. Een ‘ochtendje zorg’ kost de overheid dan 71 miljoen (77,8 miljard gedeeld door 365 dagen, gedeeld door 3 dagdelen). Omdat Bregman de zorg- en JSF-kosten noemt in de context van bezuinigingen, lijkt het alsof het in beide gevallen om overheidsuitgaven gaat – maar voor de overheid zijn de zorgkosten lager.

Conclusie

Bregmans vergelijking is een beetje gegoochel met cijfers, met zijn ‘ochtendje’, maar de berekening blijkt nog niet zo gek. Eén JSF ‘financieren’ kost in totaal 121 miljoen, maar als je het interpreteert als alleen het aanschaffen, kom je voorlopig uit op 68,8 miljoen. Een ochtendje zorg kost de overheid 71 miljoen. Die cijfers liggen dicht bij elkaar. We beschouwen de stelling als waar.