‘Defensie heeft werknemers onvoldoende beschermd’

Hoogleraar toxicologie

Werken met camouflageverf was gevaarlijk. Dat was vijftien jaar geleden al duidelijk.

Foto evelyne Jacq

Defensie was op de hoogte van de gezondheidsrisico’s die werknemers van de voormalige NAVO-depots in de grensregio liepen en is ernstig tekortgeschoten in de bescherming van het personeel.

Die conclusie trekt hoogleraar toxicologie Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht na bestudering van een rapport van de arbodienst van de landmacht over de situatie op het NAVO-depot in Vriezenveen uit 1999 en analyses van het depot in Brunssum uit 2002, die zijn gemaakt om na te gaan in hoeverre medewerkers aan het kankerverwekkende chroom-6 werden blootgesteld.

Chroom-6 zat tot begin jaren 90 in de camouflageverf (CARC) voor Amerikaanse legervoertuigen die in de depots in Eygelshoven, Brunssum, Vriezenveen, Ter Apel en Coevorden werden onderhouden.

Uit het ‘Vriezenveenrapport’ blijkt volgens toxicoloog Van den Berg „overduidelijk” dat er sprake was van te hoge concentraties chroom-6 en ook dat het ministerie volledig op de hoogte was van de richtlijnen en de giftigheid. „Defensie had ogenblikkelijk maatregelen moeten treffen om de blootstelling te verminderen.”

Als gevolg van de publiciteit in de afgelopen maanden melden zich steeds meer zieke oud-werknemers of hun nabestaanden bij letselschadebureau Drost in Hengelo of letselschadeadvocaat Rob Bedaux in Heerlen. Zeker 160 cliënten hebben zij nu.

Er kwamen ook Kamervragen, waarop minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) anderhalve week geleden antwoordde.

Hennis geeft toe dat er chroom voorkwam in veegmonsters (stofmonsters), maar zegt dat het geen maatstaf is voor blootstelling. Wat is uw conclusie? Heeft de Tweede Kamer dan een eerlijk antwoord gekregen?

„Het is in elk geval onvolledig. De gegevens in het rapport wijzen erop dat er een bedreigende situatie was voor de gezondheid van de werknemers.”

Hennis schrijft dat onduidelijk is of er sprake was van blootstelling boven de grenswaarde. In het Vriezenveen-rapport staat echter dat is gebleken dat de grenswaarde is overschreden. Op de vraag aan Defensie hoe dat kan, antwoordde het ministerie in de loop van vorige week dat in de luchtmonsters niet chroom-6, maar het ‘totale chroom’ is gemeten.

„Ik begrijp daar niets van. Het hele rapport gaat over chroom-6, de titel is Het vrijkomen van Chroom (+VI)-verbindingen. Als de luchtmonsters niet op chroom-6 zijn onderzocht, dan is dat een arbeidshygiënische blunder. De weergave in het rapport zelf is in dat geval misschien een vergissing – dat is dan dom – of er zijn later wijzigingen aangebracht in de bijlagen zodanig dat meetwaarden toxicologisch niets voorstellen.

„Chroom-6 is een van de weinige stoffen waarvan we zeker weten dat die bij de mens kankerverwekkend is. Je moet blootstelling voorkomen of tot een minimum beperken. Huid, mond, ogen en ademhaling moeten volledig worden beschermd, net als bij asbest of zelfs nog beter. Je kunt niet volstaan met een mondkapje, je hebt vol-gelaatsbescherming nodig.”

Als de stof zo gevaarlijk is, en Defensie was daarvan op de hoogte, hadden de depots dan niet meteen gesloten moeten worden?

„Ze hadden direct maatregelen moeten treffen: de boel schoonmaken, waarschuwingsbordjes met doodshoofden plaatsen, vol-gelaatsmaskers en afgesloten pakken gebruiken.”

Advocaat Bedaux, die 77 zieke oud-werknemers vertegenwoordigt, zegt dat de aanbevolen maatregelen (betere afzuiging, schuren en slijpen in de buitenlucht, verplicht omkleden, niet eten en drinken in de werkruimte, het gebruik van speciale stofzuigers) nooit zijn getroffen. Wat vindt u daar van?

„Dan is door Defensie onachtzaam gehandeld. De adviezen van de arbodienst hadden moeten worden opgevolgd, en er had meer onderzoek moeten worden gedaan naar de concentraties in de lucht en naar de stoffen in de urine van medewerkers. Dat had belangrijke informatie kunnen opleveren over de mate van blootstelling. Dat is kennelijk nagelaten. De analyses uit 2002 in Brunssum, met nog hogere concentraties chroom-6 dan in Vriezenveen, tonen aan dat er in die jaren niets is verbeterd. Defensie heeft de situatie laten voortduren op een onaanvaardbare manier.”

Het lijkt erop dat mensen willens en wetens zijn blootgesteld.

„Ja, zonder enige twijfel. Gezien de situatie had de gezondheid van medewerkers door de jaren heen in de gaten moeten worden gehouden. Chroom-6 veroorzaakt pas tien tot twintig jaar later kanker.”

Defensie laat weten dat onderzoek moet uitwijzen of het ministerie tekort is geschoten. Verder stelt het ministerie dat er geen methode was om chroom-6 in de lucht te meten. Hoe dan toch (vermeende) chroom-6-concentraties uit luchtmetingen in het rapport zijn beland, blijft op basis van de schriftelijke reactie onduidelijk.