Beelden uit een tijd dat rouwauto’s nog lijkauto’s heetten

In uitvaartmuseum Tot Zover brengt een fotografisch eerbetoon aan de lijkauto’s van Carrosseriefabriek Huiskamp.

‘Op een van de mooiste foto’s staat een lijkwagen op een landweggetje; je krijgt er bijna een Frans vakantiegevoel bij”, vertelt museumdirecteur Guus Sluiter. Uitvaartmuseum Tot Zover in Amsterdam toont 300 foto’s van lijkauto’s die Carrosseriefabriek Huiskamp produceerde tussen 1935 en 1990. De beelden werden gemaakt door personeel van het bedrijf in Winterswijk.

De foto’s zijn in zwart-wit en kleur, soms met een oranjeachtig waas, doordat chemicaliën en de tijd erop ingewerkt hebben. De collectie is uniek, omdat het feitelijk een ‘bedrijfsarchief’ is met foto’s van niet-professionele fotografen; soms duidelijk zichtbaar vanwege een slechte compositie (veel wegdek op de voorgrond) of slagschaduwen (van de fotograaf zelf). Bij sommige foto’s kijk je in de gapende achterkant van de wagen met uiteenlopende mechanismen om de kist naar binnen te rijden, rollen of glijden en te verankeren.

Huiskamp, begonnen als rijtuigmakerij, bestaat honderd jaar en is overgegaan in handen van de familie Legters. Directeur Hans Legters vertelt: „Na de oorlog kocht Huiskamp grote Amerikaanse auto’s in Duitsland van Amerikaanse militairen, die terugkeerden naar de VS. Nu importeren we Cadillacs, Lincolns, Volvo’s en hebben we een geheel eigen productie van Mercedes staatsierouwauto’s. We leveren zo’n zestig rouwauto’s per jaar in binnen- en buitenland. We verbreden, verlengen en verhogen de wagens, mede omdat auto’s tegenwoordig korter zijn, mensen juist langer en zo ook bloemstukken op de kist vervoerd kunnen worden.”

Het lijkvervoer is flink veranderd, afgelopen eeuw. De plaats van rouwkoetsen met gedrapeerde zwarte gordijntjes en grote hoeklantarens werd in de jaren dertig overgenomen door zwarte Amerikaanse sleeën. Latere modellen waren voorzien van reusachtige verchroomde bumpers met als extra ornamenten aan de voorkant ‘bullets’, waarin de wereld vertekend weerspiegeld werd. ‘Maffiamerken’ als Cadillac, Lincoln, Buick en Oldsmobile voerden de boventoon. Weer later kwamen strakkere, rankere en soms verlengde modellen op, met aan de achterkant scherpe haaienvinnen.

De rouwauto’s waren getooid met uiterlijke herkenningstekens: extra lampen of lantarens (bijvoorbeeld op de vier hoeken van het autodak), gordijntjes, vaantjes, gegraveerde ruiten en bloemrekken. Maar het uiterlijke rouwvertoon werd steeds soberder: de wagens op recentere foto’s zijn vaak metallic- of beigekleurig. En na Amerikaanse stationwagens komen de bescheidener Mercedes, Volvo en de Volkswagen op. Sluiter: „Tegenwoordig wordt de dood vaker verhuld. Zo wordt in de uitvaartbranche niet meer gesproken over lijkauto, maar over rouwauto.”