1)Vrienden tips vragen, 2)Googlen, 3)spammen

Schrijver en model Alexandra Smith was er klaar mee. Als zelfstandige kwam ze jarenlang nét niet rond. Het roer moest om. Hoe doe je dat, succesvol worden? Vandaag: omzet maken dankzij anderen.

Voor de tweede keer vandaag check ik mijn banksaldo, dat me nog even misnoegd aankijkt als vanochtend. Ook dit jaar heb ik aan het einde van de vakantie nog een stuk maand over.

Opdrachtgevers betalen meestal pas na een tweede of derde herinnering, dus voorlopig word ik niet betaald. Mijn kleine reservepot wend ik liever niet aan. Ik noem het mijn ‘paniekreserve’, voldoende om twee maanden van te leven. Als ik paniek voel opkomen zoals nu, denk ik heel hard aan die reserve. Het grote, boze zwaard van Damocles is op veilige afstand, sus ik mezelf.

Lichtpuntjes zijn er, zo ook vandaag. Ik denk na over geld binnenhalen op de manier die voor zzp’ers het eenvoudigst is: omzet via anderen. In het geval van modellenwerk is dit simpel, want hier komt de omzet al via anderen, namelijk de castingbureaus.

Daarom verdubbelde ik onlangs het aantal bureaus waarbij ik ingeschreven sta. Wat navraag doen bij bevriende modellen, een uurtje googlen en ik kon gaan spammen. Ik heb nu drie nieuwe bureaus, waarvan één mij vandaag al met de trein naar Soest stuurt voor een haarcasting van een bekend merk.

Zie mezelf al voor volle zalen staan

Zoals altijd benut ik de treinreis om ander werk te doen. Kan ik niet voor mijn andere diensten ook omzet via anderen genereren? Een vriendin staat ingeschreven bij een bureau dat sprekers en trainers aan bedrijven verhuurt. Op hun website bekijk ik de profielen. Daar kan ik best tussenstaan. Ik vraag de vriendin of ik haar naam mag noemen, dit werkt altijd beter dan de compleet ‘koude’ benadering.

Gebaseerd op de tarieven op deze website zou ik met twee opdrachten per maand al mijn streefinkomen halen. Waarom heb ik dit niet eerder bedacht? In gedachten zie ik mezelf al voor volle zalen staan, waardoor het nauwelijks tot me doordringt dat de telefoon van een medereiziger afgaat in de stiltecoupé. De ruzie die hierop volgt, negeer ik. Iets anders verontrust me: de meeste mensen op de website van het sprekersbureau zijn „bijna BN’er” of „BN’er”. Of jong aanstormend talent. Ik ben alle drie niet, maar als ik een half uur later uitstap, is de mail – na vijf keer herschrijven – verstuurd en de ruzie in de stiltecoupé beslecht.

Bij de haarcasting analyseren drie dames mijn huid en haar. „Tja, je bent niet warm en ook niet koud. Eigenlijk ben je ondefinieerbaar.” Ik produceer quasi zorgeloos een glimlach. De haarstylist drapeert een lap rode stof over mijn schouders. „Oh, wacht. Als ik rood neem, ben je weer wel warm. Dat is grappig, bij blauw ben je juist koud.” Ze schiet wat foto’s en belooft dat ik snel hoor of ik word uitgekozen. Met twee concurrenten heb ik 33,3 procent kans om de opdracht te krijgen, maar „ondefinieerbaar” klinkt niet hoopgevend.

Terug in de trein zie ik de reply van het sprekersbureau: ‘Helaas zijn we momenteel al zeer actief met het wegzetten van onze huidige sprekers/ trainers en schrijven we momenteel geen nieuwe meer in.’

Pr-campagne voor mijn boek

Ik mail terug dat ik het begrijp, maar dat ik het jammer vind. ‘Met mijn theaterachtergrond heb ik echt een onderscheidende storytelling-workshop en in september start een nieuwe pr-campagne voor mijn boek.’ Dit laatste verzin ik ter plekke, maar ik vind het meteen een goed idee.

‘Jullie zouden mooi mee kunnen liften in de promotie’, voeg ik er brutaal aan toe. Binnen vijf minuten krijg ik antwoord: „Je doorzettingsvermogen staat me wel aan en je workshop klinkt interessant. Ik ga een uitzondering voor je maken. Kun je toevallig morgen afspreken om details door te nemen?”

De aanhouder wint, niet slecht voor een ondefinieerbaar persoon die niet-BN’er is. En als dit bureau mijn workshops verkoopt, is dat weer mooi omzet via anderen.