‘Toppositie orkest in gevaar om geldgebrek’

Het Koninklijk Concertgebouworkest kan zijn positie van internationaal toporkest niet handhaven, als het in de volgende subsidieperiode niet meer geld krijgt van de overheid. Die waarschuwing geeft het KCO in zijn jaarverslag over 2013. Het orkest vreest dat de reserves de komende jaren door negatieve resultaten in hoog tempo uitgeput worden.

De groeiende eigen inkomsten kunnen de stijgende kosten van lonen en afdracht aan Concertgebouw niet bijhouden, stellen algemeen directeur Jan Raes en zakelijk directeur David Bazen in een gesprek met deze krant. „Onze positie is nu nog heel sterk, maar wordt op deze manier snel zwakker”, zegt Bazen. Raes en Bazen baseren zich op een prognose tot 2020 die ze hebben opgesteld. Vorig jaar boekte het KCO, ondanks een in artistiek en financieel opzicht succesvolle wereldtournee, een negatief resultaat van 863.461 euro.

Het KCO ziet weinig mogelijkheden om de eigen inkomsten nog veel verder te verhogen: de zaalbezetting zit aan de top, tickets zijn al duur in vergelijking met andere Europese toporkesten, het orkest kan niet nog meer concerten geven, nieuwe sponsors zijn nauwelijks te verleiden door de voortgaande crisis. „De eigen inkomsten zijn bij ons al het hoogste van alle Nederlandse en veel Europese orkesten”, zegt Bazen.

De waarschuwing is opmerkelijk. Het KCO is van de orkesten relatief het meest ontzien bij de kunstbezuinigingen die in 2012 zijn vastgesteld. Het moest 5 ton per jaar inleveren op een totale subsidie van 12,9 miljoen euro van Rijk en gemeente Amsterdam, terwijl andere orkesten soms geconfronteerd werden met miljoenenkortingen. Veel orkesten moesten de bezetting verkleinen en huren musici nu in deeltijd in. Als het KCO verder moet bezuinigen, moet het ook gaan snijden in de omvang van het orkest. Dat wil het KCO niet. „Knippen in onze artistieke kracht is het laatste dat we zullen doen”, zegt Raes. „Dan hebben we binnen twee jaar geen toporkest meer dat internationaal meespeelt.”

Het KCO is „voorzichtig” met overheden gaan praten, zegt Raes. „Maar het ligt uiteraard zeer gecompliceerd. Daarom beginnen we nu, dan hebben we nog twee jaar tot de volgende subsidieperiode.”