‘Toporkest kan niet op een koopje’

Verhoging van de subsidie is nodig om wereldtop te blijven, waarschuwt het KCO.

Foto Frank van Beek / Hollandse Hoogte

‘Schrijf alsjeblieft niet op, dat we op omvallen staan”, zeggen algemeen directeur Jan Raes en zijn zakelijk directeur David Bazen aan het begin van het gesprek. Ze lichten toe waarom ze in hun jaarverslag waarschuwen dat zonder verhoging van hun subsidie de positie van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) in het gedrang komt.

Dat het orkest zou omvallen zou ook gek zijn. Bij de bezuinigingen werd het KCO twee jaar geleden relatief ontzien door het Rijk en de gemeente Amsterdam, met een totale korting van vijf ton per jaar – waardoor het orkest nu 12,7 miljoen euro subsidie ontvangt. Bovendien heeft het orkest de hoogste eigen inkomsten van alle Nederlandse orkesten.

Twee tot drie ton heeft het KCO kunnen vinden met maatregelen „die orkest, musici en publiek niet raken”, zegt Raes. Maar het probleem is dat de bezuinigingen netto hoger uitkomen. Bazen: „Vroeger pasten de overheden inflatiecorrectie toe op subsidies, waardoor je per jaar anderhalf of twee procent meer kreeg. Dat is sinds het vorige kabinet niet meer zo. Daardoor lopen we ieder jaar 120.000 euro extra mis. In 2016 is dat opgelopen tot 1 miljoen.”

De lonen worden sinds 2009 – toen het orkest ze optrok om internationaal concurrerend te blijven – niet meer voor inflatie gecorrigeerd. Doordat musici wel hun periodieken krijgen, lopen de loonkosten toch op. Dat geldt ook voor de afdracht aan het Concertgebouw, die nu 2,5 miljoen euro bedraagt. Bazen: „Ik zie de kosten sneller stijgen dan de opbrengsten. Dus wordt het begrotingsgat groter.”

Hun waarschuwing is opmerkelijk. Bij andere orkesten was de klap harder. Zij moesten om hun subsidie te behouden fuseren (Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest) of na een bezuiniging van miljoenen euro’s ingrijpen door musici alleen nog in deeltijd in te huren en de bezetting terug te brengen.

Kan de bezetting niet kleiner?

Raes: „Dan hebben we in Nederland binnen twee jaar geen toporkest meer dat nog internationaal meespeelt. Knippen in onze artistieke kracht is het laatste wat we zullen doen. Voor Mahler of Bruckner heb je onze grote bezetting nodig met de beste mensen die je kunt werven. Daar moet je geen compromissen in sluiten. Dan kun je ook niet meer de topdirigenten aantrekken die je nodig hebt.”

Bazen: „Nederland heeft op een koopje een toporkest. Ons kaartenhuis staat nog stevig, maar als we aan het orkest moeten komen dan valt het snel met donderend geraas in elkaar.”

Kan de ticketprijs niet gewoon omhoog?

Bazen: „Onze duurste kaartjes zijn 122,50 euro. Dat is echt hoog. Ik zie alleen Berlijn en Wenen op dat prijsniveau, in Londen of de VS is een kaartje voor een symfonieorkest veel goedkoper. Wij willen het voor iedereen mogelijk houden om drie of vier keer per jaar een concert te bezoeken.”

Raes: „We kunnen geen stoelen bijzetten. Onze 94 procent gemiddelde zaalbezetting is inclusief moeilijke hedendaagse muziek inbegrepen. Dat is uniek. En dan kunnen wij in een kleine stad ook nog een concert vier of vijf avonden spelen. In Londen spelen ze maar één avond.”

Meer sponsors zou met jullie reputatie toch moeten lukken?

Raes: „Onze huidige sponsors zijn al lang loyaal en zeer tevreden. Unilever, ING en KLM detacheren ook hun specialisten bij ons, die ons helpen met marktonderzoek en marketing. We werken nog aan een nieuwe sponsor, maar dat gaat niet meer zo makkelijk sinds de crisis. De echte mondiale spelers, dat zijn er niet zoveel en ze worden aan alle kanten bevraagd.”

En meer uit mecenaat?

Raes: „We zijn daar al twintig jaar mee bezig en het gaat elk jaar beter. De grote blokkade in Nederland is dat het fiscaal nauwelijks aantrekkelijk wordt gemaakt in vergelijking met de Angelsaksische wereld. Daar krijgen schenkingen een stevige fiscale schouderklop, Nederland kan daarin nog een stap vooruitzetten.

„Maar dan nog kun je de exploitatie niet van mecenaat afhankelijk maken. Als het dan een jaar niet goed gaat, moet je direct mensen ontslaan. Schenkingen zijn bij ons ondergebracht in een apart fonds. Het fonds koopt instrumenten, steunt onze academie en financiert speciale extra kostbare concertproducties.”

In de VS draaien de orkesten wel op hun vermogensfondsen.

Bazen: „De Amerikaanse orkesten hebben grote vermogens, maar die endowments zijn sinds de 19de eeuw opgebouwd. Daar eten ze nu grote happen tegelijk uit. Van de slechts 18 symfonieorkesten in de VS is een groot deel in de problemen.”

Gaan musici weg als de lonen zakken?

„Wij verliezen zelden mensen. Maar je ziet wel dat mensen zich niet aanbieden als ze ook in Berlijn of Wenen kunnen proefspelen. Er zijn middelmatiger orkesten die meer betalen dan wij. In Duitsland en Zwitserland is de subsidie hoger en worden er geen vragen gesteld over de cultuurpolitiek.”

Meer subsidie kan ten koste gaan van anderen. Moet er een orkest verdwijnen?

Bazen: „Liever niet, maar dat kan een consequentie zijn. Alleen is dat een politieke keuze, die maken wij niet.”

Raes: „De overheid zou niet voor vier jaar, maar voor twaalf jaar moeten bepalen wat ze van orkesten vraagt en daarvoor een passend budget beschikbaar stellen. Wij plannen nu al voor 2018. Wij moeten ook een chef-dirigent aantrekken. Die moet weten waar hij aan toe is.”