Column

Terug naar de tijd vóór ‘Barend & Van Dorp’

Jeroen Pauw in de eerste aflevering van ‘Pauw’.

Eerlijk gezegd kan Jeroen Pauw bij mij niet meer stuk, sinds hij vrijdag in de laatste aflevering van Knevel & Van den Brink (EO) liet zien wie zijn voorbeeld was. Ischa Meijer presenteerde anderhalf jaar in de vooravond van RTL 5 dagelijks I.S.C.H.A. (1993-95), de beste Nederlandse talkshow aller tijden. Er keek geen hond naar en de warmte was die van een roofdier bij het besluipen van zijn prooi. Maar wat was het ongelooflijk goed, dat in luttele minuten verbaal uitkleden van de gast tot iedereen kon zien hoe die in elkaar stak.

Na de dood van Meijer kwam een ander, gezelliger soort talkshow in de mode. Barend & Van Dorp (RTL 4) introduceerden de dubbelpresentatie en een tafel met borrelnootjes, waaraan alle gasten over elk onderwerp vrolijk door elkaar mochten praten. Het werd het model voor elke late night talkshow: de dit jaar opgedoekte Pauw & Witteman (VARA) en Knevel & Van den Brink, alsmede het nu zo succesvolle RTL Late Night (RTL4) met Humberto Tan.

De belangrijkste innovatie van de gisteren gestarte solovariant Pauw (VARA) blijkt niet te zitten in een lichtplan met warmere kleuren, een nachtclubdecor met bar en fauteuils voor het publiek of een kleinere tafel, maar een breuk met de traditie dat alle gasten voortdurend even belangrijk zijn. Wat dat betreft komt Pauw dichter bij de stoelendans in De Wereld Draait Door.

Er waren gisteren twee hoofdgasten, wellicht niet toevallig allebei politici op de linkerflank van de VVD. Aan het eerste gesprek, met minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert, mocht de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen eveneens deelnemen, want hij is ook minister van Buitenlandse Zaken geweest. Het slotgesprek met Van Aartsen was één op één.

Inhoudelijk liepen beide interviews stuk op de ijzersterke mediatraining van vooral Hennis. Charmant bleef ze de vraag naar de benoeming van collega Timmermans in de Europese Commissie tot drie keer toe beantwoorden met de mantra: „Laat u verrassen!”

Wat uitbleef waren de vertrouwde handreikingen aan de kijkers thuis. Hennis werd niet geconfronteerd met haar imitatie door Martine Sandifort in Koefnoen, Van Aartsen niet met de fotomontage van Geenstijl. Dat zouden Knevel & Van den Brink zeker gedaan hebben.

Wel waren er drie minder geslaagde intermezzi met de B-gasten: een conference door Martijn Koning die vooral smakeloos uithaalde naar het vertrek van Knevel als godsbewijs; een liedje van Alain Clark, die wilde bevestigen noch ontkennen dat hij naar het songfestival gaat; en de aankondiging van dichter Ilja Leonard Pfeijffer dat hij het zogeheten Poëziegeschenk mag schrijven. Er werd nog aan de andere gasten gevraagd wat poëzie voor ze betekende. Clark kon geen regel van zijn favoriete dichter Toon Hermans reproduceren maar zei: „Er ligt wel een stencil onder mijn stoel”.

Laat het groepsgesprek nou toch over aan Tan, die doet dat veel beter. In de populaire sector kun je het niet winnen van een dubbelgesprek met komieken André van Duin en Jochem Myjer. Qua kijkcijfers, althans. Dat die er in Pauw minder toe lijken te doen, biedt hoop voor de publieke omroep, bijna een revolutie. Nu alleen nog wat origineler gasten, die echt iets te onthullen hebben.