Te veel petten, te weinig afstand

Zorgautoriteit NZa krijgt zware kritiek op de omgang met werknemer Gotlieb en te nauwe banden met het ministerie van Volksgezondheid.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) moet opgesplitst worden, het ministerie van Volksgezondheid moet zich niet zo met de NZa bemoeien en NZa-werknemer Arthur Gotlieb, die zelfmoord pleegde, werd verwaarloosd en genegeerd. Met deze harde conclusies in het vanochtend gepresenteerde onderzoeksrapport stelt de ‘Onderzoekscommissie intern functioneren NZa’ de toekomst van de zorgtoezichthouder ter discussie.

Het rapport is de weerslag van vier maanden onderzoek. De commissie onder leiding van Raad van State-lid Hans Borstlap moest een gevoelige kwestie onderzoeken: een medewerker die gedocumenteerd en onderbouwd een zwartboek aanlegt over zijn eigen organisatie en daarna zelfmoord pleegt. En dat bij een toezichthouder, die het zich niet kan permitteren dat er getwijfeld wordt aan zijn gezag, onafhankelijkheid of integriteit.

Nauw verweven

De commissie moest voorzichtig te werk gaan in een complexe en tragische zaak. Conceptteksten zijn voorgelegd aan de familie Gotlieb, de NZa, het ministerie en andere betrokkenen. Formuleringen luisteren nauw, doordat emoties, belangen en reputaties op het spel staan. Het ‘geschipper’ is hier en daar tussen de regels terug te lezen.

De commissie gaat in op een belangrijke vraag: heeft de NZa niet te veel petten? De instantie adviseert de minister, stelt regels op, handhaaft die regels, handelt bezwaar en beroep af tegen besluiten van zichzelf, spoort zorgfraude op en verstrekt subsidies. Het combineren van regulering, toezicht en opsporing is onwenselijk, schreef adviesbureau Andersson Elffers Felix medio dit jaar in een rapport voor het ministerie. In het dossier-Gotlieb vond de commissie-Borstlap feiten voor eenzelfde advies aan de minister: schrap de dubbele taak.

De commissie signaleert aan de hand van twee voorbeelden ook hoe nauw het ministerie en NZa verweven zijn, terwijl de NZa als zelfstandig bestuursorgaan ooit bewust op afstand is gezet. De praktijk is anders. De NZa blijkt onder druk gezet door ambtenaren van het ministerie, ook al hebben zij net binnen de regels gehandeld. Ook hier komt de commissie met een logische conclusie: meer afstand en betere regels.

‘Geen overbelasting’

De commissie oordeelt streng over de manier waarop de NZa-managers Arthur Gotlieb hebben behandeld. Wel roepen sommige passages in het rapport vragen op. Zo schrijft de commissie dat Gotlieb vond dat hij door zijn unitmanager overbelast werd. Hij deed in zijn bezwaarschrift uit de doeken hoe vaak hij ’s avonds en in het weekeinde voor de zaak in de weer was, maar dat hij die uren nooit registreerde in het urenregistratiesysteem. De commissie concludeert echter dat er geen overbelasting was, en baseert zich daarbij op de officiële urenregistratie.

Ook bevat het rapport curieuze redeneringen. Zo was er geen plan om Gotlieb uit de organisatie te werken, concludeert de commissie, zich baserend op het feit dat hij nog voor heel 2014 met werk in de jaarplanning stond.

Arthur Gotlieb, concludeert Borstlap ook, heeft „op geen enkele manier” geprobeerd aandacht te krijgen voor de problemen die hij op zijn werk ondervond. Dat lijkt hem ‘medeschuldig’ te maken aan zijn lot.

De stelligheid van de commissie op dit punt staat op gespannen voet met de inhoud van het bezwaarschrift dat Gotlieb had ingediend. In het dossier zitten e-mails aan chefs en de afdeling personeelszaken alsmede de tekst van een beoordelingsgesprek waarin Gotlieb expliciete noodsignalen uitzendt. Dat kan de commissie moeilijk over het hoofd hebben gezien.

Betrokken en behulpzaam

Tot slot is er het algemene beeld van Gotlieb dat de commissie oproept: een toegewijde, deskundige en hard werkende medewerker, maar ook een introverte persoon die zich afschermde. Op zijn werk was Arthur Gotlieb echter gangmaker op personeelsfeesten en stond hij bekend als betrokken en behulpzaam voor zijn collega’s, zo blijkt uit de boodschappen die tientallen medewerkers achterlieten in de rouwkamer die na de dood van Gotlieb bij de NZa werd ingericht.