Ontroerende berusting

Robert Plant weigert hardnekkig om mee te doen aan een reünie van Led Zeppelin. Maar opvallend is dat hij bij recente optredens met zijn eigen band The Sensational Space Shifters juist heel veel Zeppelin-materiaal speelde. Op Pinkpop bijvoorbeeld vertolkte hij maar één song uit zijn solo-oeuvre, terwijl dat met tien albums inmiddels groter is dan dat van zijn oude band.

De elf songs van Plants nieuwe, folkachtige solo-album lullaby and... The Ceaseless Roar hebben weinig gemeen met de dwingende stormkracht die Led Zeppelin zelfs in akoestische nummers kon oproepen. De nu 66-jarige Plant ziet er geen kwaad in om achterover te leunen en een mildere toon aan te slaan, zoals hij ook al deed op het prachtige duo-album Raising Sand (2007) met countryzangeres Alison Krauss. Zijn stem heeft niet meer de agressieve uithalen van de man die aan de wieg stond van de hardrock, maar een berusting waarmee hij kan zalven en ontroeren.

Twee covers van oude folksongs zetten de toon voor een album dat prettig voortkabbelt zonder daarbij in te boeten aan urgentie. In het uit 1928 stammende ‘Little Maggie’ komen Afrikaanse, Amerikaanse en Arabische invloeden subtiel bij elkaar. Lead Belly’s ‘Poor Howard’ krijgt een

make-over die herinnert aan de manier waarop Paul Simon etnische invloeden samenbracht op zijn Graceland-album. Met een arsenaal aan muziekinstrumenten uit alle werelddelen (bendir, djembé, tehardant, tabal, omnichord, banjo) schept Plant een multicultureel popgeluid in zelfgeschreven songs als ‘Rainbow’ en ‘House of love’, tijdloos in rijkdom aan klankkleur en melodie. In ‘Turn it up’ bezingt hij de spirituele kracht die van muziek uit kan gaan: „The radio inside this car / brings guidance from above.”

De gelouterde Robert Plant ontstijgt op zijn beste solo-album lullaby and... The Ceaseless Roar alles wat hij eerder deed. Zijn reputatie als zanger van Led Zeppelin heeft Plant allang niet meer nodig om zijn plek in het magisch centrum van de populaire muziekgeschiedenis op te eisen.