Met zulke landbouw kun je jezelf nooit te eten geven

De Russische landbouw is, ondanks miljarden steun, hopeloos inefficiënt. „Het platteland is verwaarloosd, leeggelopen.”

Zes jaar is Andrej Danilenko nu voorzitter van de Russische bond van melkveehouderijen. En al zes jaar lang is zijn boodschap op de algemene ledenvergaderingen dezelfde: de productie van melk daalt, bedrijven sluiten en de omvang van de veestapel loopt terug.

Op 4 augustus, twee dagen voordat Rusland een boycot afkondigde van groente, fruit, vlees, vis en zuivel uit de VS, de Europese Unie, Canada, Australië en Noorwegen, publiceerde Danilenko’s bond de treurige cijfers over vorig jaar. De melkproductie was 3 procent geslonken, het aantal koeien was met eenzelfde percentage afgenomen. Dit jaar dekt de binnenlandse melkproductie de vraag voor amper 60 procent.

Het tekort aan varkens- en kippenvlees is ongeveer 15 procent. Om in de behoefte aan rundvlees te voorzien, is het land voor 30 procent aangewezen op import. Alleen in de zomermaanden is er volop aanbod van groente en fruit van eigen bodem. Kortom, Rusland is niet in staat de eigen bevolking te voeden. Het enige agrarische ‘succesproduct’ dat Rusland jaar in, jaar uit kan exporteren is graan.

Het chronische tekort aan agrarische productie zit het Kremlin dwars. President Poetin en premier Medvedev roepen om de haverklap dat „Rusland zichzelf van voedsel zou moeten voorzien en daarbovenop een reeks van andere landen moet kunnen bevoorraden”.

Veel lagere opbrengst

Moskou trekt jaarlijks vele miljarden euro’s uit om de landbouw te stimuleren. Rente op agrarisch krediet wordt door de overheid voor driekwart vergoed. Het leasen van machines en andere productiemiddelen is spotgoedkoop. Bedrijven krijgen premies voor elke liter melk en elke kilo vlees die ze produceren. Wie stamboekvee koopt, krijgt in principe de helft van de prijs vergoed. Ook de aankoop van zaaigoed en het gebruik van kunstmest worden gesubsidieerd.

Ondanks al die steun, de gestaag verbeterde productiemethoden en de gretige adoptie van moderne (westerse) technologie, liggen productiviteit en efficiëntie van de Russische landbouw ver beneden internationaal niveau. De doorsneekoe in Rusland geeft bijvoorbeeld amper 4.000 liter melk per jaar. In Nederland is dat ruim het dubbele.

In kassen in Rusland is de opbrengst per hectare tomaten en paprika’s tientallen procenten lager dan in het Westen. Hetzelfde geldt voor gewassen als mais, tarwe, gerst en haver. Wie in Rusland landbouw wil bedrijven, stuit op grote obstakels, zei Pavel Groedinin, directeur van de collectieve staatsboerderij Lenin even buiten Moskou, vorige week op radiozender Business FM. Hij verwees daarbij naar het ruige Russische klimaat, de naweeën van zeventig jaar collectieve landbouw en, niet te vergeten, de massale trek van de bevolking naar steden.

„Het platteland is verwaarloosd, leeggelopen”, zei Groedinin. „Er zijn weinig voorzieningen. Geen middelbare scholen of ziekenhuizen; slechte wegen. De salarissen liggen er ruim de helft lager dan in de stad. Geen wonder dat weinig jonge mensen er willen werken en leven.”

Inefficiënte megabedrijven

Volgens Groedinin belemmert niet de grond, het vee, het kapitaalgebrek of het klimaat maar „de menselijke factor” de Russische landbouw het meest. Professioneel draaiende familiebedrijven zoals in Nederland bestaan in Rusland nauwelijks. Nog altijd doet zich voelen dat de Russische boerenstand, met verstand van grond, dieren en productiemethoden, in de Sovjettijd met harde hand werd gedwongen zich aan te sluiten bij collectieven.

De bulk van de Russische agrarische productie komt tegenwoordig van megabedrijven met tientallen vierkante kilometers grond, vele honderden koeien, tienduizenden varkens of honderdduizenden kippen. In deze sterk hiërarchische, inefficiënte en te zwaar bemande organisaties is de taak van elke werknemer nauw gedefinieerd. Een ‘tractorist’ bestuurt zijn trekker, maar zal voor de rest geen vinger uitsteken.

De algemene klacht luidt dat personeel er de kantjes vanaf loopt en weinig verantwoordelijkheid neemt. Om maar te zwijgen over alcoholmisbruik. „Het management van grote agrarische bedrijven is meestal niet opgewassen tegen zulke problemen”, meent Andrej Karlovitsj, pas benoemd directeur van een wankelend veebedrijf in Siberië. „De kosten stijgen, opbrengsten vallen tegen, verliezen stapelen zich op. Ziedaar de neerwaartse spiraal.” De hele opzet van de Russische agrarische sector deugt volgens Karlovitsj niet. „Je zou hier individuele boeren moeten hebben die zich verenigen in een coöperatie, net als in Nederland.”