Liever Champagne dan muffe rode wijn

Hij doet het toch niet, Michel Platini. Hij gaat de strijd met Sepp Blatter om het voorzitterschap van de FIFA niet aan. Tot verdriet van onder anderen Michael van Praag, KNVB-voorzitter. Liever blijft Platini de UEFA leiden. Hij vindt dat hij bij de Europese unie nog genoeg te doen heeft.

De weg lijkt dus vrij voor nog weer een termijn voor Blatter, de Zwitser die al sinds 1998 president is van de FIFA. In 2015 gaat hij op voor een nieuwe, vijfjarige termijn. Zodat hij als hij 84 jaar oud is nog altijd de wereldvoetbalbond regeert. Dan, in 2020, al 21 jaar. Net zo lang als Alexandr Loekasjenko nu president is van Wit-Rusland. Iets korter dan Robert Mugabe, die al 23 jaar niet uit zijn versterkte presidentiële paleis in Zimbabwe is weg te bonjouren. En een stuk langer dan Wladimir Poetin, die veertien jaar als president/premier/president in Rusland de regie heeft. Het is geen prettig vooruitzicht, nog eens vijf jaar Blatter, en de vergelijking van de FIFA met de zojuist genoemde staten is niet complimenteus. Dat was ook niet de bedoeling.

Volgens Van Praag zou alleen Platini, internationaal gerespecteerd oud-international, als vertegenwoordiger van slechts de minderheid die Europa binnen de FIFA is, een kans maken tegenover Blatter. Europa wordt in de rest van de voetbalwereld met argwaan en jaloezie bekeken. Poenerig continent. Alleen die Blatter, die deelt weleens wat uit.

Dus zou slechts een niet-Europeaan de concurrentie met de Zwitser kunnen aangaan. Maar er heeft zich alleen een andere Europeaan gemeld. Net als Platini is het een Fransman. Eentje zonder interlands: Jérôme Champagne. Watblief? Jérôme Champagne. 56 jaar. Als cultureel attaché en als diplomaat in bredere zin heeft hij ervaring opgedaan in Los Angeles, Oman, Cuba en Brazilië. Hij is adviseur geweest van zulke uiteenlopende en singuliere voetbalbonden als die van Palestina, Kosovo en Benin. Hij tracht, of heeft getracht, het onverenigbare te verenigen: de Palestijnse en de Israëlische olympische comités, de Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische voetbalbonden. Champagne: de Kofi Annan of Ban-Ki Moon van de sport.

Niet dat die man slechts onbevlekt is. Hij heeft onder Blatter bij de FIFA gewerkt, al is hij daar met slaande trom vertrokken. Hij heeft ruzie gemaakt met Platini, al was dat niet zonder reden: diens dubieuze inspanningen om Qatar het WK van 2022 te gunnen. Maar al in 2009, toen hij nog bij de FIFA werkte, zei Champagne dat „criminelen voetbal gebruiken om zichzelf te verrijken”. Hij doelde op de mensenhandel die zich rond Afrikaanse voetballers afspeelde. Toen voerde Champagne geen campagne. Nu wel.

Relevanter dus zijn z’n ideeën over het voetbal en de organisatie daarvan nu. Hij wil: een betere en eerlijker verdeling van het geld dat in het voetbal omgaat. Een halt toeroepen aan clubs waar het kapitaal de dominante factor is, zoals Paris Saint-Germain en Manchester City. Een beperking van het aantal buitenlandse spelers per club. Openbaarmaking van het inkomen van de FIFA-president. Invoering van een oranje kaart om voetballers in een wedstrijd een tijdstraf te geven. Technologische hulpmiddelen voor arbitrale besluiten.

Voor de KNVB lijkt er als FIFA-lid weinig reden volgend jaar niet op deze kandidaat te stemmen. Goed voor Nederland. Maar dat is dan maar één stem van de ruim tweehonderd.

Champagne versus Blatter. Het klinkt als een proeverij met mousserende wijn en een fles waarvan de kurk te lang geleden is losgetrokken. Muffe rode wijn of iets dat sprankelt. Een kwestie van smaak dus. Juist daarom valt het slechtste te vrezen. Dat wordt slikken.