In de Sacramentskerk geloven ze er niet meer in

In hun nieuwe opvang moeten afgewezen asielzoekers gaan nadenken over hun toekomst. „Op straat is het overleven.”

Afgewezen asielzoekers uit Afghanistan installeren zich in hun nieuwe verblijf in Den Haag, waar ze verblijven nu ze niet meer in de Sacramentskerk mogen slapen. Foto Floren van Olden

„Dit vinden jullie fijn hè! Ik ben woest op jullie allemaal!” Een man met zwart baardje schreeuwt het uit in de Sacramentskerk in Den Haag. De brandweer vertelt het groepje van acht vluchtelingen net dat ze weg moeten. „Jullie zijn kankermensen”, zegt de man. „Wanneer gaan jullie mens worden?” Hij gooit een flesje water over de brandweerman heen. De andere vluchtelingen, een enkeling met tranen in de ogen, proberen hem te kalmeren.

Vanochtend sloten politie en brandweer de kerk af, onder meer vanwege de brandveiligheid. Circa zestig vluchtelingen zaten hier al sinds januari vorig jaar. Daarvoor, sinds september 2012, demonstreerde een klein deel van hen in een tentenkamp op de Koekamp, bij het Malieveld.

Bij de aangekondigde sluiting gaf de gemeente ook direct een alternatief: het pand waar in heel koude winters daklozen verblijven. Wel moesten ze om daar te overnachten hun identiteit bekendmaken aan de gemeente.

Destijds accepteerde de groep dat niet. In de kerk hadden ze tenminste eigen hutten gemaakt. Nu ze in één zaal komen, hebben ze minder privacy.

Gistermiddag brachten bussen van de HTM vijftig à zestig vluchtelingen naar hun nieuwe onderkomen, op een bedrijventerrein aan de rand van de stad.

Daar aangekomen begonnen ze al snel hun stapelbedden in groepjes te zetten. Met schotten en lakens proberen ze weer wat privacy te krijgen. Sommigen gaan eerst even op bed liggen. Een jongen met blauw T-shirt en zwarte Nike-schoenen draait een schroef in zijn stalen stapelbed.

Dit is inderdaad een goede plek, beaamt Frans Ohm, woordvoerder van de vrijwilligers die de vluchtelingen helpen. Hij wil niet blijven stilstaan bij het meningsverschil van eerder dit jaar.

Samen met Vluchtelingenwerk wordt voor iedereen gezocht naar aanknopingspunten om een nieuwe asielprocedure te starten. Met mensen voor wie die kans er niet is, wordt gepraat. „Je moet toch over je toekomst nadenken”, zegt Ohm. „Als je bewust kiest voor de illegaliteit moet je je afvragen: ben ik gezond genoeg, heb ik een netwerk waar ik terecht kan?” Over dat soort vragen, zegt Ohm, kun je alleen nadenken als je in een stabiele omgeving bent. Met bed, bad en brood. „Op straat ben je alleen bezig met overleven.”

De acht mensen die achterbleven in de Sacramentskerk hebben geen vertrouwen in die procedures, zeggen ze vanochtend in de kerk. „We moesten een handtekening zetten dat we terug zullen gaan naar Irak”, zegt Hasna Saleh (37). Een andere man zegt dat sommigen van hen al vier keer op straat zijn gezet. „We geloven niet meer wat de gemeente zegt. Uiteindelijk komen we toch weer op straat.”

De mannen zien er vermoeid uit. Een half uur voor de ontruiming wordt de stress iemand te veel. Hij begint te schreeuwen en gooit een kerkbank omver.

De mensen die naar de nieuwe opvang zijn gegaan, zijn niet veel optimistischer. Een jongen uit Somalië zegt dat hij liever niet nadenkt over zijn toekomst. Wat gebeurt er als hij daarover nadenkt? „Dan krijg ik hoofdpijn, dan wil ik soms...” Hij stopt met praten, slikt en kijkt voor zich uit.

Alleen de Afghaan Qorban Ashuri (23) blijft constant lachen, ook al is hij uitgeprocedeerd. Bijna twee jaar is hij in Nederland. Hij spreekt de taal al aardig, dankzij lessen op het lokale roc. Hij droomt van een carrière als ICT’er, ook al weet hij dat het nogal lastig zal zijn voor een uitgeprocedeerde asielzoeker. Hoe kan hij nou zo vrolijk blijven? „Ik kan niet anders. Ik moet iets van mijn leven maken. Stress helpt niet.”