Column

Geen poema

Ben je een jonge meid en wil je graag de aandacht trekken in de drukke binnenstad van Amsterdam? Neem een bijzondere kat en trek hem vastberaden aan een leiband door de stad. Succes gegarandeerd, ik heb het een paar dagen geleden zelf kunnen constateren op de Prinsengracht.

Op het trottoir liep voor mij uit een meisje van een jaar of zeventien, achttien in het gezelschap van een man en vrouw, vermoedelijk haar ouders. Het was halverwege de middag, er liep veel winkelend en flanerend publiek. Ik begon pas op het meisje te letten toen ik zag dat veel mensen zich omdraaiden, haar nakeken en elkaar lachend aanstootten.

Toen merkte ik dat het meisje een kat aan een leiband meevoerde. Dat had ik weleens vaker gezien, maar het blijft een vrij zeldzaam schouwspel. Bovendien ging het hier om een opvallend lange, smalle kat met zwarte stippen op een bruine vacht. Hij bleek geen gemakkelijke wandelgenoot. Telkens draalde hij bij objecten die hij interessant vond – een openstaande deur, een lege doos – en moest hij met een flinke ruk aan de band aangespoord worden om de wandeling te vervolgen.

„De mensen kijken nu meer naar je kat dan naar jou”, grapte de man. Het meisje haalde flauwtjes haar schouders op, er zijn grapjes die je meisjes van haar leeftijd moet besparen. Ze bleef een paar meter achter haar ouders hangen, gedwongen door de tegenstribbelende kat.

Er kwamen mensen op haar af die er meer van wilden weten. „Is dit een jonge poema?”, vroeg een wat angstige oudere man. Dat bleek gelukkig niet het geval. Ik hoorde het meisje zeggen dat haar kat een kruising was tussen een huiskat en een serval.

Hij was nog jong en zou ruim twee keer zo groot worden – flink groter dus dan een gewone kat. Ik probeerde me met enige huiver voor te stellen dat zo’n kanjer van een kat door mijn niet al te royale huis zou hupsen. Terwijl hij nieuwsgierig aan mijn broekspijpen snuffelde, vroeg ik of hij thuis goed te houden was. Ze beaamde dat en sprak tegen dat hij als oudere kat agressief zou worden. Toen verdween ze in het publiek, een beetje verbaasd over alle belangstelling.

Een serval? Het zei me weinig. Volgens Wikipedia is het een „middelgrote katachtige met zeer lange poten” die voornamelijk in Afrika voorkomt. Hij kan snel en hoog springen. Hij eet graag muizen en vogels en als hij agressief is maakt hij grommende, blaffende geluiden. Op internet circuleert een naar filmpje waarop iemand een gulzige serval voedert met talrijke levende muizen. Hij slikt ze door zoals ik mijn (dooie) haring.

Een servalbezitter blogt dat je ze niet in huis, maar wel áán huis kunt houden. Hij vindt het geweldige dieren, maar het blijven wilde katten die niet te vertrouwen zijn met kinderen in de buurt.

Nu had dat meisje op de Prinsengracht geen volbloed serval, maar een kruising met een huiskat. Dat noem je een savannah. Het is inmiddels een erkend kattenras dat wél goed als huisdier kan functioneren. De savannah zou socialer zijn dan de normale huiskat, zo sociaal en loyaal zelfs als een hond, in staat tot apporteren en bereid – daar heb je het – om aan de lijn te lopen. De savannah die ik zag, was kennelijk nog in het leerstadium.

Ik heb het mijn ongekruiste huiskat allemaal voorgelezen. Ze stond halverwege op en ging op het balkon in het zonnetje liggen met een naar mij toegekeerde rug die kort, maar krachtig zei: „Beláchelijk.”