Euro staat voor een sprong in het diepe

De stemming op de financiële markten lijkt zich tegen de euro te keren. Is dat erg, of juist niet?

Wat gebeurt er met de euro? In mei van dit jaar piekte de Europese munt nog op bijna 1,40 dollar per euro. Vanmorgen was dat nog maar iets meer dan 1,31 dollar. Is dit het begin van een structurele daling?

Op de financiële markten worden inmiddels grootschalig posities ingenomen tegen de munt. Niet dat dit een voorbode is van nog verdere dalingen. Speculeren, of ‘short gaan’ tegen een munt kan op korte termijn evengoed leiden tot een koerspiek: het zal niet de eerste keer zijn dat een kleine stijging paniek veroorzaakt onder beleggers die met het alvast verkopen van euro’s gokten op een daling. Zij moeten dan plotseling snel euro’s inkopen en veroorzaken daarmee het tegendeel van wat ze hoopten te bereiken.

Maar afgezien van zo’n zogenoemde short squeeze wijst veel op een daling van de Europese munt. Veel grote banken wijzen er al op en een van de machtigste, Goldman Sachs, bracht vorige week een opmerkelijke visie de wereld in. In 2017 zal, na een structurele daling, de euro op een pariteit belanden tegenover de dollar. Dat betekent een koers van 1, waarbij dollar en euro even veel waard zijn.

Dat is al een keer gebeurd. Na de invoering van de munt in 1999 op een koers van 1,17 dollar per euro, zakte de nieuwe munt kort door de pariteit heen. Een van de redenen destijds was dat president Duisenberg van de Europese Centrale Bank voor verwarring zorgde, doordat hij in de Britse krant The Times leek te ontkennen dat de pas opgerichte centrale bank de munt te hulp zou schieten als zij te ver daalde.

Los daarvan heeft de euro het grootste deel van zijn bestaan ver boven zijn introductiekoers tegenover de dollar gestaan. De externe waarde van de munt – de koers tegenover andere valuta’s – was nooit een uitdrukkelijk beleidsdoel van de Europese Centrale Bank. Die concentreerde zich op het behoud van de interne waarde van de euro, dat wil zeggen: de mate waarin deze door inflatie aan waarde verloor. De koers van de euro was daar hooguit een resultante van.

Formeel is dit nog steeds het beleid van de ECB. De euro zou nu inderdaad kunnen gaan dalen, maar dat kan nog steeds een niet-bedoeld resultaat zijn van de politiek die Frankfurt volgt. De druk op president Mario Draghi om onorthodoxe maatregelen te nemen neemt toe. Donderdag vergadert de ECB. Er is een kans dat de centrale bank, in welke vorm dan ook, maatregelen treft om de geldhoeveelheid in de eurozone te vergroten.

Omdat in de Verenigde Staten dat beleid juist wordt afgebouwd, kan er een opwaartse druk op de dollar ontstaan en een neerwaartse op de euro. En in dit geval komt dat de Europeanen goed uit. De inflatie in de eurozone is nu nog maar 0,3 procent – gevaarlijk dicht bij de situatie waarin de prijzen over een breed front gaan dalen. Niemand wil zulke ‘deflatie’.

Een goedkopere euro maakt de prijzen van import hoger, en dat kan helpen om de inflatie omhoog te stuwen. Bovendien verbetert een lagere eurokoers de concurrentiepositie van de eurozone. Dat wordt tijd. Wie naar de euro-dollarkoers kijkt ziet dat de VS de financiële crisis extra goed doorkwamen, omdat de dollar op precies de juiste momenten in waarde daalde. De eurozone is dus om verscheidene redenen toe aan een valutair steuntje in de rug.

Dat neemt niet weg dat de koers van de euro lang niet zo hoog is als het lijkt. Wordt de koers van de euro gewogen tegen de munten van alle handelspartners, dan is deze ‘effectieve wisselkoers’ lang niet zo hoog als alleen de dollar-eurokoers suggereert. En als ook het effect van de bescheiden stijging van lonen en prijzen in de eurozone wordt ingecalculeerd, dan blijkt de ‘reële effectieve wisselkoers’ eigenlijk min of meer op hetzelfde peil te staan als bij de introductie van de euro in 1999.

Dat neemt niet weg dat de euro daar best een tijdje ónder mag belanden. Gevaar voor inflatie geeft dat niet. Meer inflatie is op dit moment juist zeer welkom. Dat betekent niet dat die lage euro er ook van komt. De wegen van de financiële markten zijn ondoorgrondelijk. Ook voor de machtige centrale bankiers in Frankfurt.