Er dreigt weer een coup in Pakistan

Premier Sharif slaagt er niet in het leger buiten het centrum van de macht te houden, zoals hij wilde

Pakistaanse demonstranten slaan een politieman tijdens ‘de mars van de revolutie’, gisteren in de hoofdstad Islamabad. Foto Reuters

‘Ik treed niet af en ik ga niet met verlof”, zei de Pakistaanse premier Nawaz Sharif gisteren na een onderhoud met de chef-staf van Pakistans machtige leger Raheel Sharif (geen familie). De legerchef had de premier „enkele opties” voorgelegd om de politieke crisis die Pakistan al ruim twee weken teistert, te doorbreken. Eén optie was een tijdelijk terugtreden, zodat een onafhankelijk onderzoek zou kunnen plaatsvinden naar fraude tijdens de verkiezingen van mei vorig jaar die de premier aan de macht brachten.

Hoewel het leger meteen na het onderhoud ontkende uit te zijn op het aftreden van de premier, en zondag nog verklaarde de democratie te steunen, wordt nu gespeculeerd dat een coup op handen is. Het leger greep vier keer eerder de macht, meestal tijdens politieke onrust, naar eigen zeggen om het land bestuurbaar te houden.

In het weekend escaleerden de protesten in het hart van de hoofdstad. Gevechten tussen demonstranten en oproerpolitie kostten drie betogers het leven en ruim 500 mensen raakten gewond, onder wie tientallen agenten.

Naar schatting 25.000 demonstranten houden al sinds 15 augustus een sit in in de Rode Zone, een afgeschermde en zwaar bewaakte buurt in het centrum van Islamabad waar zich belangrijke ambassades bevinden en de belangrijkste instituties, zoals het parlement, enkele ministeries en de residenties en kantoren van premier en president. De demonstranten eisen het aftreden van de premier en een onderzoek naar de verkiezingsfraude.

Bestorming

Zaterdagnacht bestormde een deel van de demonstranten, sommigen met gele bouwvakkershelmen, stokken en slingers (om met grote kracht stenen te lanceren), het parlement en de residentie van de premier. De politie sloeg terug met traangas en rubberkogels. Volgens verslaggevers ter plaatse wist het leger – dat militairen met automatische geweren heeft gestationeerd in de belangrijke gebouwen, maar niet op straat – de rust te herstellen. Gisterochtend drongen betogers het gebouw binnen van staatszender Pakistan TV. Die ging een paar uur op zwart. Weer grepen militairen in.

De demonstraties hebben teweeggebracht wat premier Sharif juist wilde voorkomen: het leger is terug in het centrum van de macht. Tijdens een van de coups, in 1999, was het Sharif die werd afgezet en verbannen. Eenmaal aan de macht beloofde hij een einde te maken aan twee zaken waaraan het leger zijn macht ontleent: de strijd tegen de Talibaan en de vijandschap met India. Vredesbesprekingen met de Talibaan liepen op niets uit. Het leger voert momenteel een groot offensief uit in Noord-Waziristan, een machtsbasis van de Talibaan aan de Afghaanse grens. Ook de toenadering tot India is mislukt. Langs de bestandslijn in de door beide landen opgeëiste Himalaya-provincie Jammu en Kashmir voerde het Pakistaanse leger de laatste weken zware artilleriebeschietingen uit.

Volgens Hasan Askari Rizvi, een defensie-analist uit Lahore, verschuift door het geweld van de demonstranten het politieke initiatief naar de militairen. „Als de regering en de demonstranten niet afstappen van hun onverenigbare eisen, krijgen we meer geweld te zien”, schrijft hij in dagblad Express Tribune. Inmenging van het leger verzwakt het prille democratische herstel in Pakistan – de regering-Sharif was voor het eerst in de nationale historie de tweede democratisch gekozen regering op rij. „De militairen willen Nawaz Sharif buitenspel zetten”, meent hij. „Zonder meteen de macht over te nemen.”