Een lamp, gemaakt van zijn eigen been

Het been van Leo Bonten moest worden geamputeerd. Hij wilde het houden om er een lamp van te maken. NRC volgde het proces van been tot lamp.

Na een uitglijder in een kinderbadje en een infectie, moest het been van Leon Bonten worden geamputeerd. Hij wilde het houden, en besloot er een lamp van te laten maken. Maar dat mocht niet zomaar. Foto’s Stefanie Grätz

Dat het de laatste stappen van zijn rechterbeen zouden zijn, daarvan was Leo Bonten zich niet bewust. Dat het been twee jaar later als lamp in zou huiskamer zou komen te staan, ging op dat moment al helemáál niet door hem heen.

Leo legde zijn sigaret neer, stond op en liep door de keuken naar het toilet. Daarna terug naar de tuin in Rotterdam-Zuid, waar een klein kinderzwembadje met een laagje water stond. Het waren eigenlijk een paar doodnormale meters.

Met het been had hij in zijn onstuimige leven wel mooiere momenten gekend. Neem alleen al het „fenomenale doelpunt” dat hij als rechtsback in de jeugd van De Rotterdamse Leeuwen maakte. Hij krijgt een pass, loopt door („een beetje Arjen Robben”), draait naar binnen en weer terug en krult met zijn rechtervoet de bal zo van een meter of achttien in de rechterbovenhoek.

Maar Leo (53) is ook de eerste die toegeeft dat hij op twee benen veel verkeerde keuzes heeft gemaakt. De lijst is lang.

Hij werd twee keer van school gestuurd, was jarenlang verslaafd aan heroïne en pleegde met een speelgoedgeweer een keer een overval. Werken heeft hij wel altijd gedaan, als taxichauffeur en barkeeper in Rotterdam. Ook had hij een tijd een eigen horecazaak in de Dominicaanse Republiek, maar dat liep stuk op de alcohol en het gokken op hanengevechten. Nooit bleef Leo ergens lang, en nooit bij één vrouw. „Ik heb zoveel kansen gehad om er iets van te maken. Maar ik was altijd bezig iets moois op te bouwen, om het vervolgens weer kapot te laten gaan.”

Leo had ook vaak pech. Na een motorongeluk bij de grens met Haïti werd hij behandeld met vuile naalden, waardoor hij hepatitis C opliep en uiteindelijk ernstige levercirrose. En dan was er het incident van maandag 23 juli 2012. Leo gelooft „niet echt” in God, zegt hij. „Maar mocht er toch eentje zijn, dan zal mijn huidige situatie wel een soort straf zijn.”

De lucht was helderblauw die middag, de temperatuur boven de 25 graden. Leo was met een vriend naar de sportschool geweest en daarna naar de kapper. Onderweg naar huis stopt hij even bij een nicht van hem, waar ook een paar andere bekenden zijn. Het is gezellig en de barbecue gaat aan. Leo: „Ik kom terug van het toilet en de vriend van mijn nicht wil leuk doen. Zonder dat ik er erg in heb, pakt hij me beet en zet hij me in dat opblaasbadje. Mijn rechtervoet glijdt meteen weg en hij valt bovenop me. Mijn been lag helemaal geknakt onder me.”

Lullig ongeval, gecompliceerde botbreuk. Maar niet onoverkomelijk, zeggen de artsen. Alleen krijgt Leo veel tegenslag.

Tal van operaties volgen, onder meer doordat de ‘fixateur externe’, het bouwstelsel dat met metalen pinnen in zijn been is vastgezet, niet doet wat het moet doen. Al snel is het rond de pennen in zijn knie ernstig ontstoken. Leo wordt met zijn been tot zijn lies in het gips wakker en pas na een paar maanden blijkt dat er een bacteriële infectie over het hoofd is gezien. „Die vrat mijn botten weg, mijn kniegewricht. Wat er nu nog in mijn been zit is te vergelijken met nat hout. Ik kan niet wachten tot ze hem eraf halen.”

Het is begin juni 2014 en Leo zit met twee benen omhoog in een stoel in het huis van zijn moeder in Spijkenisse, waar hij wat meer ruimte heeft. Het besluit om zijn been te laten amputeren („de simpelste operatie tot nu toe”) staat vast, een leven op één been heeft volgens Leo meer zin.

Hij vertelt over de pijn, de ellendige maanden in het verpleeghuis en de hunkering naar morfineshots. Hij toont de littekens van de vele operaties en klaagt over de sociale isolatie die ontstaat als je een rolstoel met een enorme draaicirkel hebt. De deur gaat hij bijna niet meer uit. „Ik kan niks. Dat stijve been ligt nu al twee jaar zo voor me, omhoog. Het hoort er nu gewoon niet meer bij. Mijn rechterbeen is ballast geworden.”

Maar Leo heeft nog een besluit genomen. Het was iets dat meteen door zijn hoofd schoot toen een mogelijke amputatie werd besproken. Van zijn geamputeerde been gaat hij een lamp maken. Een staande lamp. Met een voet.

„Twee jaar lang heb ik gevochten voor dat been”, zegt hij. „Al die ellende en die pijn. En dan komt er straks een of andere student of verpleegster die mijn been in een bak gooit, tussen verwijderde gezwellen, tumoren en andere ledematen. Vervolgens wordt het door weet ik veel wie opgehaald, weggevoerd en verbrand. Mijn been. Nee, dat zie ik niet zitten. Dat wil ik niet.”

Omdat hij er „nu eenmaal geen aquarium van kan maken” heeft hij voor een lamp gekozen. En voor Leo is de lamp het licht aan het einde van de tunnel. „Ik verheug me op dat licht. Dat ik deze winter met mijn prothese naar mijn lamp loop om hem aan te zetten.”

Vrienden verklaarden hem voor gek. Leo belde het Algemeen Dagblad om zijn verhaal te doen, om te kijken of mensen het echt zo raar vonden. Ja, was het antwoord. Al snel stonden andere kranten en tv- en radioprogramma’s op de stoep. Een productiemaatschappij meldde zich om een shock doc over Leo te maken. Online verschenen gephotoshopte afbeeldingen van benenlampen.

Leo ging op alle interviewverzoeken in, maar snapt niet veel van het onbegrip. „Mijn been is gewoon mijn eigendom. Mensen bewaren hun nierstenen, in een potje op de schoorsteenmantel. As van overledenen worden in tatoeages verwerkt. Ik ga een lamp maken van mijn been, en ik houd mijn poot stijf.”

Per jaar worden ongeveer tweeduizend benen geamputeerd. Wie is de eigenaar van een los ledemaat? Dat is juridisch gezien een grijs gebied. Een geamputeerd lichaamsdeel is officieel ‘specifiek ziekenhuisafval’ en wordt naar speciale verwerkingsbedrijven gebracht. Elk ander gebruik dan weggooien valt onder de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Daar staat in dat lichaamsmateriaal voor onderzoek gebruikt mag worden als de patiënt daar geen bezwaar tegen maakt, maar impliceert ook dat als de patiënt toestemming geeft vrijwel alles mag gebeuren met het lichaamsdeel.

Leo diende een verzoek in bij het Erasmus MC in Rotterdam om zijn been terug te krijgen na de operatie. Daar waren ze niet meteen overtuigd van het plan.

Er waren praktische bezwaren. Als je lichaamsdelen wilt behouden moeten ze worden gefixeerd in de zeer giftige en kankerverwekkende stof formaline. „Maar ze hebben geen poot om op te staan”, aldus Leo, die geen kans onbenut laat om een woordgrap over zijn situatie te maken. „Het is ook niet zo dat ik na de behandeling zou staan wachten met een plastic tasje. En dat je dan op de terugweg naar huis nog even langs de coffeeshop gaat, een blowtje neemt en het been per ongeluk vergeet. Zodat het een zwervend bestaan gaat leiden, zoals in Het been in de IJssel.”

Het was ook dat boek, waarin Joris van Casteren het verhaal achter een gevonden onderbeen in de IJssel weet te reconstrueren, dat een oplossing bracht voor Leo. In het boek van Van Casteren komt forensisch patholoog Frank van de Goot aan het woord, die uitlegt dat het niet helder is wanneer een afzonderlijk lichaamsdeel precies een lijk is. Met een foetus tot vierentwintig weken mag je doen wat je wilt, zegt Van de Goot in het boek. ‘Al hang je het in de kerstboom.’

Als Leo die zin twee weken voor de geplande operatie leest weet hij wie hij moet hebben. Dit is precies hoe hij over zijn been denkt. „Ook al zit het straks niet meer aan mijn lichaam, het is mijn been, mijn bezit.”

Hij belt de forensisch patholoog op en die reageert enthousiast. Van de Goot zegt toe kosteloos te helpen met het lampenproject. Na de amputatie zal het pathologisch centrum Symbiant in Alkmaar het been komen ophalen, prepareren en opzetten in een cilinder.

Leo krijgt meer hulp. Lampenmaker Willem Schaperkotter vindt zijn verhaal fascinerend en biedt aan om een lamp te ontwerpen. Hij schetst een staande lamp van 1 meter 40, gemaakt van aluminium en roestvrij straal. De cilinder met het been komt in de lamp achter tralies te staan. „Symbolisch voor de twee jaar dat het been Leo gevangen hield”, aldus Schaperkotter. Een kleine lege tussenruimte moet de revalidatieperiode weergeven en bovenop komt een grote LED-lamp („met afstandsbediening om iedere gewenste kleur te kiezen”) met aan de zijkanten twee metalen vleugels. Vrijheid. Schaperkotter: „Toen ik dit aan Leo liet zien, zei hij: ‘Ik wist niet wat ik precies voor lamp wilde hebben, maar nu ik dit zie, weet ik het’.”

Door het Erasmus MC wordt de operatiedatum ondertussen twee keer opgeschoven. Een verzoek als dat van Leo is niet eerder voorgekomen en volgens hem heeft zijn behandeld arts ethische bezwaren. Lang blijft onduidelijk of Leo zijn been mag houden, maar als patholoog Van de Goot zich meldt, gaat het ziekenhuis akkoord. Op 16 juli 2014, bijna twee jaar na de val, wordt Leo’s been geamputeerd.

Zenuwachtig is Leo niet, voor de hereniging met zijn been. Hij is vooral nieuwsgierig hoe het er nu uitziet. Zouden de haren er nog opzitten? Het is bijna zes weken na de amputatie, de lamp is af en bij Symbiant zijn ze klaar om het been in de cilinder te plaatsen en de lamp voor het eerst te testen.

Erasmus – zoals Leo zijn stomp heeft gedoopt – geneest voorspoedig. Binnenkort wordt er een eerste prothese aangemeten. In het zorghotel waar hij mag verblijven wordt hij goed verzorgd. De fantoompijn die hem de eerste weken na de operatie wakker hield neemt af. Maar als hij jeuk heeft aan zijn linkervoet, gaat Erasmus nog steeds automatisch naar links om te krabben.

Leo kan nu zelf weer een auto in- en uitstappen, en op zijn krukken kan hij zich redelijk snel voortbewegen. Nu hij verlost is van het stijve been voelt hij zich weer de oude worden, en dat merkt hij al snel na de operatie. „Wat denk je? Twee jaar had ik geen seks. In de weken voor de operatie kwam ik in contact met een vrouw die me eerder heeft verpleegd. Nog geen 24 uur na de operatie had ik al seks, op het invalidentoilet.”

Het is eind augustus. Bij pathologisch centrum Symbiant, in het mortuarium van het Medisch Centrum Alkmaar, zet patholoog Van de Goot de op maat gemaakte plexiglascilinder in het frame van de lamp. Uit een zwarte container tilt Van de Goot, met witte jas en blauwe handschoenen, het been uit de formaline en legt het op de sectietafel. Het been is een beetje grijzig, de voet extreem wit. De bovenkant is afgedekt met verband. De haren zitten er nog gewoon.

Leo herkent de littekens op zijn eigen been. Hij trilt een beetje.

„Blijft die kleur zo?”, vraagt hij.

Terwijl Van de Goot het been in de met water gevulde cilinder tilt, legt hij uit dat het been uiteindelijk in 50 liter Kaiserling III komt te liggen, een bewaarvloeistof. Daardoor zal de kleur een beetje terugkomen. Als de patholoog het been loslaat begint het een beetje te drijven. De metalen enkelconstructie die was gemaakt, om het been mee vast te zetten, was te lelijk. „Leuk voor een regenpijp, maar niet voor zo’n lamp”, aldus Van de Goot.

Als het deksel dicht is, schroeft de lampenmaker het bovenste deel op de constructie. Een enorme LED-lamp geeft een geel licht, en groen, en paars – het is maar welk knopje je indrukt op de afstandsbediening. Het plexiglas van de cilinder vergroot, waardoor het been veel groter lijkt.

Als Van de Goot het been weer uit het water haalt, om het terug te stoppen in de formaline, vraagt Leo of hij het even mag vasthouden. Daar staat hij dan: een zwijgende man op krukken en één been, die een paar minuten lang met zijn geamputeerde been in de armen staat.

Het been is door de formaline zwaar en hard geworden. Het voelt als rubber. Leo gaat met zijn handen over de littekens. Hij kijkt een soort van trots.

Hij schrok erg van de kleur, geeft hij later toe, maar het is niet zo dat hij opeens besefte dat zijn been echt dood is. „Nee, het is gewoon mijn been. En wat begon als een idee in mijn hoofd is nu gewoon werkelijkheid geworden. En weet je, dit project heeft me de afgelopen maanden zo geholpen bij de verwerking. Ik had iets om voor te vechten, om mijn energie in te stoppen. Afleiding. De lamp heeft me op de been gehouden.”

Deze week kan Leo de lamp mee naar huis nemen. De grote Chinese vaas die hij nu thuis heeft staan zal hij ergens anders neerzetten. Hij zal nog een paar maanden in het zorghotel verblijven om te revalideren, maar kan niet wachten om thuis op de bank met zijn lamp te kunnen zitten. „En wat ga je dan doen met je lamp, vragen mensen me. Nou, gewoon ernaar kijken.”

En beginnen aan een nieuwe fase in zijn leven. Leo wil er eindelijk echt iets van gaan maken. Misschien kan hij een baan krijgen in de verslavingszorg, en misschien vindt hij wel een vrouw met wie het echt serieus kan worden. „Ik heb 53 jaar lang niet altijd de verstandigste keuzes gemaakt. Op één been hoop ik meer te gaan bereiken dan ik ooit op twee benen heb gedaan.”